Het Innerlijke Kind en relaties

 

 

Als we in het woordenboek het woord “relatie” opzoeken, vinden we als betekenis: “ de verhouding tussen mensen, dingen en begrippen”.

In dit verhaal laat ik de relaties tussen dingen en begrippen los en wil ik het uitsluitend hebben over relaties tussen de mensen onderling.

Toen ik rondom dit thema ging mediteren, kwam meteen de vraag in mij op: wanneer hebben we geleerd een relatie aan te gaan? Hoe verhoudt zich de relatie die we opgebouwd hebben met onze ouders,  met die van de liefdesrelatie?  Wanneer is er de blauwdruk ontstaan van hoe met een relatie om te gaan? Ik denk dat dit in de baarmoeder is. De eerste persoon met wie we een relatie aangegaan zijn is onze moeder. Zowel in de baarmoeder als pal na de geboorte is zij degene met wie we contact hebben.

Zoals in vorige lezingen duidelijk gemaakt, speelt de herinnering, het gevoel en de ervaring aan dit contact een grote rol in ons verdere leven. Heden ten dage hebben de psychologen het graag over het woord “bonding”.

Bonding/hechting

 

Onder bonding verstaan we de band die is opgebouwd tussen moeder en kind. De Amerikaanse psychiater John Bowly heeft deze relatie onderzocht en kwam tot de hechtingstheorie. Kenmerkend voor de hechting was volgens hem:

·         We houden onze dierbare in de gaten en blijven emotioneel en fysiek dicht bij hem/haar

·         We zoeken met die persoon een verbinding als we onzeker zijn, in de war zijn of ons neerslachtig voelen

·         We missen die persoon als we gescheiden worden van die persoon

·         We rekenen op die persoon als we de wereld gaan verkennen.

Samengevat kan worden geconcludeerd, dat als er een gevoel is van een veilige verbinding tussen de liefhebbende partners, dat dat de sleutel is tot een liefdevolle relatie en een diepe bron van kracht voor de afzonderlijke deelnemers van een relatie.

Er is dus een gevoel. De amygdala speelt dus weer een rol en we hebben in het verleden gezien, dat hier de opslag van emoties vanuit onze jeugdjaren ligt. Ik durf te stellen dat de hechtings-band al ontstaan is in de baarmoeder en dat deze verder gaat na de geboorte.  De geur van de moeder, het geluid wat zij maakt (o.a. het kloppen van het hart), haar energie, zijn zaken waarmee het pasgeboren kind zich vertrouwd voelt. Het kind kent dit, immers het ritme van het hart is hetzelfde.  Het kind is 9 maanden in het lichaam van de moeder geweest en heeft haar gevoeld. Na de geboorte is dit voelen van de moeder ook van wezenlijk belang. Huid-huid contact is hier iets wat zijn vruchten op latere leeftijd af zal werpen. Dit kan gebeuren door simpelweg het kind op de blote buik te leggen, of bijvoorbeeld borstvoeding te geven, babymassage te geven etc. In ieder geval een vorm van contact waarbij moeder en kind elkaar voelen. Hierdoor ontstaat er een sterke band tussen moeder en kind.

Net zoals voor de moeder, geldt dit ook voor de vader. Veel vaders laten het afweten in de eerste maanden van het leven van hun kind. Is het dan vreemd, dat een peuter de vader soms als een vreemde ziet? Ik denk dat de taak van een vader ook is, met het kind te spelen, knuffelen, massage geven, etc., zodat het kind kan leren, dat niet alleen de moeder, maar ook de vader voor hem/haar kan zorgen, en dat het kind er niet alleen voor staat.

Voor het kind is de ouder de god(in).  Wat de ouders doen is altijd goed en hun wil zal altijd opgevolgd worden.  Immers, het kind weet niet beter en is tevens afhankelijk van die ouder. Het heeft op die jonge leeftijd dus geen keus.  Hier leren de kinderen wat liefde is, wat zorgen voor is, wat vertrouwen is, wat het aangaan van een relatie is. Hier leren de kinderen de basisbegrippen van hoe zijzelf later in de maatschappij gaan staan en zelf weer kinderen in de wereld zetten. Hier leren de kinderen de basisvaardigheden om later een goede ouder te zijn.

Op deze jonge leeftijd ontstaat er dus een wereldbeeld voor het kind. Het kind leert of de wereld veilig en verzorgend is, of juist niet. Het kind leert of hij/zij de wereld kan vertrouwen of dat hij/zij zelf voor de eigen veiligheid en voeding moet zorgen. Deze processen kunnen ontstaan op elke leeftijd waar het kind afhankelijk is van de ouder. Dus zeg maar tussen 0 en 18 jaar in, waarbij de invloeden groter zijn op jonge leeftijd dan op oudere leeftijd. Immers, op oudere leeftijd ziet het kind hoe het anders kan als die met andere mensen in contact is gekomen. Als baby ken je alleen nog maar je ouders…..

 

 

Onze partners

 

Met wie gaan we een relatie aan? Soms is dit iets wat ontstaat zonder dat we er echt invloed op hebben. Denk bijvoorbeeld maar aan je werkomgeving. Je krijgt een baas en een collega toegewezen en daar zal je het maar mee moeten doen. Vrienden en liefdesrelaties hebben we zelf in de hand ……  denken we. Echter niets is minder waar. We zoeken deze relaties meestal uit op basis van het verwerken van de zaken die we als kind hebben meegemaakt. Onze ouders, onze goden, konden we niet de baas, zij hadden het voor het zeggen, zij hadden invloed op ons, zij hadden macht over leven en dood. Echter onze boosheid, verdriet, behoeftes etc., hebben we nog steeds niet verwerkt. En hier komen de liefdes- en vriendenrelaties om de hoek kijken. Zij zijn inwisselbaar, zij zitten op dezelfde hoogte, wij kunnen hen de baas, kortom, zij krijgen de shit welke we hebben verzameld in ons contact met onze ouders, over zich heen.  En dit noemen we dan een liefdesrelatie………………. We houden van die persoon. We doen elkaar pijn, vertrouwen elkaar niet, hebben geheimen voor elkaar, ontwijken elkaar, wijzen elkaar af, halen elkaar onderuit, gaan over elkaars grenzen, gebruiken geweld…… maar we houden van elkaar. Snapt u het nog?

Dit “houden van” heeft dan niets meer te maken met de basis “houden van” , met de onvoorwaardelijke Lifede. Ik versta onder houden van: het onvoorwaardelijk invullen van elkaars behoeftes vanuit een hartscontact. Hierbij gaat het je alleen om het geluksgevoel van de andere. Als dit van twee kanten komt, is er een contact, een relatie en is er een balans.  Maar ja, hoe komen we hier? Dit kan m.i. alleen door eerst in balans in onszelf te komen. We zullen in onszelf de liefdevolle volwassene terug moeten herontdekken.  We zullen moeten ervaren dat er een deel in ons is die de liefde kan ervaren en doen laten groeien. Het Kind in ons mag dit ervaren. Deze gekwetste kindsdelen in onszelf mogen helen door toedoen van onze liefdevolle volwassene en daarmee groeit de liefde in onszelf en daarmee de mogelijkheid om dit te delen met anderen. “Verbeter de wereld, begin bij jezelf” is niet voor niets een zeer waar gezegde. Wijs niet naar de andere, maar wijs naar jezelf, kijk naar jezelf en voel wat je werkelijk nodig hebt. Geef dit aan jezelf (al of niet met behulp van anderen), opdat jijzelf kan groeien. Hiermee haal je de behoefte van het kleine kind in jezelf weg en kan je met een open hart de wereld in gaan. Op die manier is de dimensie van een relatie geheel anders. Je kan vanuit je volwassen deel een relatie aangaan en niet vanuit een kindsdeel.

Op die manier zien we ook, dat zaken die we inbrengen in een relatie, daar soms in het geheel niet thuis horen. Deze mogen buiten de relatie worden opgelost.

 

De 7 stappen naar volwassenheid (Met dank aan dr. Sue Johnson)

 

Vooral in je eerste zeven levensjaren heb je behoefte aan bevestiging, goedkeuring, affectiviteit (warmte/aanraken/geknuffeld worden), aandacht, veiligheid, en zekerheid. Maar weinigen van ons zijn in de gelukkige omstandigheid geweest dat ze ouders hadden die deze behoeftes onvoorwaardelijk konden vervullen, ondanks dat onze ouders het beste met ons voor hadden.

Rond ons 5-de levensjaar gaat het gekwetste kind zich verstoppen. Er ontstaat het Innerlijke Kind, dat gekenmerkt wordt door “tekort”.  Dit deel  wordt onzichtbaar voor de buitenwereld. Dit deel in ons is bang om verlaten te worden. Tegelijkertijd is dit deel in ons het deel dat ons het dichtst bij andere mensen brengt en veel van die andere mensen laat houden. Dit weggeduwde deel in ons wordt beschermd door een reactief gedragspatroon die gekenmerkt wordt door: de baas, de wellustige, de doordouwer, de perfectionist, de zorgzame moeder, de pleaser, de behager etc.  Zij vormen als het ware de bekende emotionele muurtjes om ons heen.

De 7 stappen die het kind meemaakt alvorens het volwassen wordt zijn:

1.       De veiligheid. Als het kind geboren wordt, is het kwetsbaar en zoekt de veiligheid op van de moeder. Er vormt zich een binding (bonding). Deze wordt versterkt door het aanmaken van oxytocine.  De liefde van de moeder vormt de verbinding tussen kind en moeder. Als de moeder het niet kan geven, door bijvoorbeeld depressiviteit, ziekte, verslaving etc., zal het kind dit gaan ervaren als een trauma en zal zich hiertegen beschermen (amygdala). Het gevolg hiervan, is dat de volgende stappen in het volwassenheidsproces niet meer worden gevolgd zoals ze bedoelt zijn (stappen worden overgeslagen of stappen worden in een andere volgorde genomen). Het resultaat zal altijd zijn, dat er iets niet afgemaakt is in de ontwikkeling van dat kind. Het kind blijft op zoek gaan naar de veiligheid en geborgenheid, die het nu al mist. Deze zoektocht kan doorlopen tot in de ouderdom.

2.       Verbinding. Vanaf de geboorte tot aan het eerste levensjaar, gaat het kind zich binden. Het maakt verbinding tussen wie hij is wezen is ( contact met het Ware Zelf) en met de opvoeder, welke meestal de moeder is. Als er veiligheid is, zal deze verbinding goed tot stand komen. Deze verbinding is een blauwdruk voor hoe het kind zich later gaat verbinden met anderen. Het vormt de basis voor de intimiteit. Het kind leert te vertrouwen op degenen met wie het zich verbind. In deze fase is de amygdala van groot belang in de opslag van de ervaringen, immers, het kent nog geen spraak en zal zich dus moeten richten op de gevoelens, energieën en stemmingen van degene op wie het zich richt.

3.       Zelfstandigheid. Tussen het eerste en het derde levensjaar ontstaat de zelfstandigheid. Het kind leert “loslaten” van. Het leert dat woorden meer zijn dan klanken en dat ze kracht kunnen hebben. “Ik ben twee en ik zeg nee”.  Het kind leert zelfstandig te denken. Het “nee”-zeggen geeft het macht over de ouders. Het kind gaat zelfstandig dingen onderzoeken en gaat zijn eigen pad kiezen. Het denken gaat ontwikkeld worden, de taal komt erbij. Het kind gaat naar de rationele zijde van de hersenen toe. Het is dan ook maar hoe de ouders reageren, waar het zijn balans vindt. (Tussen linker-  en rechter hersenhelft, tussen ratio en emotio). Woorden worden steeds belangrijker en het kind gaat de waarde van de woorden ontdekken. Die woorden gebruikt het om zelfstandig te denken en ontstaan er overtuigingen die aan woorden gekoppeld zijn.

4.       Eenheid (ik en de ander).  Het kind moet zich overgeven aan de wereld om zich heen. Vanuit de zelfstandigheid gaat het tussen het 3de en het 12de jaar naar “ik en de ander”. Het kind ontdekt dat er meer is dan alleen de ouders, het heeft buren, vriendjes, school, de maatschappij…… Het gaat niet om “ik” alleen, maar om “hoe je je gedraagt ten opzichte van de ander”. Het kind ontdekt dat zijn eigen actie een reactie bij anderen teweeg kan brengen. De andere blijkt een belangrijk onderdeel van zijn/haar leefwereld te zijn.

5.       Intimiteit. Vanaf ongeveer het 12de jaar tot het 18de jaar, ontwikkeld het kind de seksualiteit en intimiteit. De seksualiteit is op zich weer het gevolg van de vorige periode “ik en de andere”.  Er blijkt een spanningsveld tussen bepaalde mensen te bestaan die door het kind als spannend en prettig wordt ervaren. De eerste liefdes en de eerste frustraties vinden plaats. Door de werking van de hormonen, krijgt het kind een seksuele drang. (Hoewel dit ook al op vroegere leeftijd kan ontstaan). Als dit gepaard gaat met openheid naar anderen, dan ontwikkeld het kind zich tot iemand die open staat in relaties.

6.       Verantwoordelijkheid. Na de leeftijd van 18 jaar moet het kind zijn eigen verantwoordelijkheid aan gaan.  (Vanaf dit moment is het kind ook juridisch verantwoordelijk voor zijn/haar daden). Het kind welke heel goed met die verantwoordelijkheid kan omgaan, is het kind welke veilheid kent, zich intiem durft te verbinden, zelfstandig is, rekening houdt met anderen zonder zichzelf weg te cijferen en open kan zijn in seksualiteit.

7.       Vrijheid.  Als je stap 1 – 6 hebt doorlopen, kan je pas genieten van de vrijheid. Het proces van groeien heeft plaats gevonden en men geniet van de vrijheid. Deze vrijheid is jezelf zijn, in je eigen kracht staan en toch verbonden zijn met anderen.

 

 

De voorwaarde om jezelf te kunnen zijn, om je eigenwaarde te hebben, om verbinding met anderen te maken en met jezelf, is dus het doorlopen van deze 7 stappen. Bij beschadiging is de blauwdruk dus niet perfect en zal er in het verloop van het leven van die persoon probleemsituaties op kunnen duiken. Met het werken aan het Innerlijke Kind, kan dit worden geheeld.

 

 

 

Innerlijke Kind in relaties

 

Zoals hierboven beschreven, zullen er dus aan voorwaarden voldaan moeten worden om in vrijheid een relatie aan te kunnen gaan. Er zal dus een communicatie plaats moeten vinden, in alle vrijheid en los van enige stress. Een communicatie vanuit eigen kracht en kwetsbaarheid, waardoor we echt contact kunnen maken met die vriend, vriendin, collega, partner zonder daarbij jezelf te verliezen. Hoe vaak is het niet, dat we ons ongemakkelijk voelen in contact met die andere. De maagstreek (macht) en de keel (het uiten) zijn hierbij van groot belang. Hier spreekt ons Innerlijke Kind tot ons en hier laat het ons weten dat we niet zo vrij zijn zoals we graag willen.  De vraag die hier gerechtvaardigd is dan altijd: wat hebben we hier nodig (wat we in het verleden niet gekregen hebben). En: wat hindert ons om hiervoor helemaal te gaan? Vaak is de angst hetgeen ons hindert. De angst van het kind diep in ons, het kind dat nog niet alles geleerd heeft en niet alles gekregen heeft. Het kind dat bang is niet begrepen en /of gezien te worden. Of het kind dat bang is voor afwijzing.

Binnen relaties kan je je dan ook afvragen: Hoe maak ik eigenlijk contact met een ander. Hoe ga ik een relatie aan? Kan ik dan contact houden met mijzelf, of vlieg ik weg en blijft er niets van mij over? Wat zijn in dat kader mijn behoeftes en durf ik die aan te geven, of duw ik ze weg of bagatelliseer ik ze?  Waar zijn mijn grenzen en hoe communiceer ik die grenzen naar de buitenwereld toe? Oftewel: Hoe laat ik de buitenwereld zien wie ik werkelijk ben?

Binnen het Innerlijke Kindwerk, wordt opnieuw ervaren hoe je dat doet en zal je nieuwe vaardigheden aan kunnen leren op het gebied van contact maken. Door het aangeven van grenzen wordt het voor je Innerlijke Kind veiliger en kan het zich gemakkelijker openen.  Het verschil met vroeger is, dat je nu volwassen bent en niet afhankelijk bent van een ander.

De belangrijkste relatie die je hebt in het leven is dus met jezelf. Hoe je dat doet heb je vroeger geleerd in relatie met je ouders. Hier vormt zich een blauwdruk voor hoe je in de toekomst (dus als je volwassen bent) met andere mensen omgaat. Dus ook met je collega’s, partner, familie, vrienden etc. Hoe je ouders met jou omgegaan zijn en hoe veilig dat was, zo ga jij ook met je Innerlijke Kind om, dus met jezelf en zo ga je ook om met de omgeving, buren, vrienden collega’s. Alles is dus gekoppeld aan elkaar en alles heeft invloed op elkaar. Wil je dus iets gaan veranderen, zal je bij het begin moeten beginnen en dat is weer je Innerlijke Kind.

 

 

Partnerrelaties

 

In ieder van ons zit dus een Innerlijk Kind. De mate waarin dat kind ons leven beïnvloed is afhankelijk van de mate van trauma wat het vroeger heeft opgelopen. Echter, elk Innerlijk Kind wordt gekenmerkt door een “tekort”, tekort aan liefde, tekort aan voeding, tekort aan veiligheid, tekort aan gezien of gehoord worden etc.  Er is daar een diepe pijn, een leegte die de persoon maar al te graag wilt invullen. Het is dus op zoek naar iemand die die leegte zou kunnen invullen. En meestal komt die persoon bij iemand uit, die deze leegte herkent……omdat het zelf ook die leegte heeft. Er is een vorm van herkenning. Men kent deze energie, dat geeft veiligheid. Dat is dus de persoon waarmee het probleem kan worden opgelost, immers, die persoon herkent toch het gemis, die weet toch wat er nodig is…..

Als je een behoeftig Innerlijk Kind in je hebt, zullen al je relaties gekenmerkt worden door behoeftes en verwachtingen.  Je staat niet meer als een volwassene op eigen bene in je relatie, maar je hebt een leunrelatie. Je leunt en steunt op de andere en die mag als het ware jouw problemen oplossen. Er is geen sprake van een Liefdesrelatie op basis van Onvoorwaardelijke Liefde, nee, er worden voorwaarden gesteld: jij moet mijn probleem oplossen en doe je dit, dan hou ik van je………….

 

Partners en ruzie

 

OK, dan heb je een partner, en dan na zo’n 5 tot 7 jaar gaat het stroever, er komt zand in de raderen van je relatie. Wat dan?

·         Er maar wat van maken en hopen dat het goed blijft gaan? Meer het slikken of stikken fenomeen? Lijkt misschien wel erg aantrekkelijk, echter wat gebeurt er met de mensen om jullie heen? Wat gebeurt er met de kinderen? Krijgen zij de liefde die ze hard nodig hebben, is de leefomgeving nog veilig voor hen? Meestal is dit niet het geval. Je bent er dan als ouderstel voor verantwoordelijk, dat je kinderen creëert, die zich niet veilig voelen en die dan hetzelfde lot beschoren zijn als jullie eens in het verleden. Dit is dus geen goede optie.

·         Stoppen met de relatie? Kan een optie zijn, als jullie tot de conclusie komen, dat jullie echt niet bij elkaar passen? Echter kijk dan eens, heb je echt een hekel aan alles wat je partner doet, of heeft hij/zij ook mooie kantjes? Ben je eigenlijk gefrustreerd in een deel van zijn persoonlijkheid of gedrag? En geldt dat ook voor je partner naar jou toe? En los van dit alles, als er kinderen zijn, zijn we dan ook weer niet verantwoordelijk voor het ontstaan van nieuwe Innerlijke Kindjes?

·         Je kan besluiten om samen in relatietherapie te gaan. Dit lijkt op het eerste gezicht misschien logisch, echter het zal wel het een en ander van je vragen. Je zal door de angst van je eigen verleden moeten gaan. Je zal je eigen emotionele kaart moeten bekijken en werken aan opruimen van oude patronen. Ben je hiertoe bereid, dan is er hoop……

Als Innerlijke Kindtherapeut kies ik natuurlijk voor het laatste, echter dan wel in de vorm, waarbij er gekeken wordt, naar wat de gevoelens zijn, niet wat je rationeel te zeggen hebt, maar wat je diep van binnen voelt. Ik hang hierbij de methodiek aan welke door dr. Sue Johnson beschreven werd in het boek:  “Houd me vast”.                                                                                                                                        Dr. Johnson is de grondlegger van de EFT (Emotionally Focused Therapy).  Wat mij opviel uit haar onderzoekingen, is dat wat kinderen nodig hebben van hun ouders, de volwassen partners nodig hebben van elkaar. Lees het stukje van wat de kinderen nodig hebben van hun ouders nog maar eens door, en hou dan in je achterhoofd datgene in de gaten wat je van je partner nodig hebt. Lijkt dat niet erg op elkaar? Ja dus.  Nou is het niet zo, dat wij de zuigfles nodig hebben of een schone luier willen hebben, echter de basisbehoeftes zullen goed moeten zijn, willen we van twee individuen een “wij” kunnen smeden.  Sue Johnson schreef in haar boek de uitspraken van wat volwassen mensen in hun relatie nodig hebben:

·         “hun behoefte aan emotionele nabijheid van hun geliefde,

·         over hun verlangen naar zekerheid dat hun geliefde zou reageren als ze van streek waren,

·         over hun verdriet als ze zich gescheiden en verwijderd voelden van hun geliefde

·         over hun groeiend zelfvertrouwen als ze de buitenwereld gingen verkennen met de zekerheid dat hun geliefde achter hen stond.”

Zo maar wat citaten uit haar boek. En zeg nu zelf, lijkt dat niet verdacht veel op wat de kleine kinderen van hun ouders nodig hebben?

Stel nu eens dat deze verbondenheid er niet meer is, wat kan er dan gebeuren? Er kan ruzie ontstaan, omdat deze ruzie in feite een vorm van protest is tegen het verlies van emotionele verbondenheid. Wat er ook gebeurt, in alle kapotte relaties komen de volgende basisvragen naar boven:

·         Kan ik nog op je rekenen?

·         Kan ik je nog vertrouwen?

·         Ben je beschikbaar voor me?

·         Zal je reageren als ik je nodig heb, als ik je roep?

·         Tel ik nog voor je?

·         Waardeer je me en aanvaard je me?

·         Heb je me nodig?

·         Vertrouw je op mij?

Als we van onze partner houden, waarom horen we dan niet gewoon die roep om aandacht en verbinding van de ander, de roep om invulling van de behoefte en reageren we niet met serieuze aandacht? Omdat we vaak niet op onze partner zijn afgestemd. We zitten elders met onze gedachten en gevoelens  en zitten gevangen in onze eigen agenda. We kennen de taal van de hechting (bonding) niet, we geven geen duidelijke signalen af over onze behoeftes of over onze betrokkenheid. Dikwijls spreken we aarzelend omdat we niet zeker zijn van onze behoeften. Of we vragen boos en gefrustreerd om verbinding omdat we te weinig zelfvertrouwen en veiligheid ervaren in onze relatie. Dan gaan we eisen stellen in plaats van vragen, wat eerder leidt tot een machtsstrijd dan tot een omhelzing.

 

Hoe maken we ruzie

 

Naarmate de partners meer uit elkaar zijn gegroeid, worden hun interacties steeds negatiever. De uithalen worden groter en grover.  Onderzoeker hebben ontdekt, dat veel van die ruzies in patronen schieten, die door Sue Johnson “duivelse dialogen” wordt genoemd. De drie belangrijkste dialogen van ruziënde partners zijn:

·         Zoek de boef

·         De protestpolka (komt het meeste voor).

·         Verstijf en vlucht

Zoek de boef: hierbij is er sprake van een patroon die bij voorbaat gedoemd is te mislukken. Er is een verwijten over en weer, zonder dat er naar elkaar geluisterd wordt. De emotionele afstand tussen de partners onderling wordt hierbij groter en groter. Hun fundamentele behoeftes, zoals eerder genoemd werden, is dan natuurlijk ver te zoeken.

De protestpolka: Vanuit de “zoek de boef” komt men vanzelf in de protestpolka. Zinnetjes als “Ja hoor, daar gaan we weer” en “Dat hoor ik nu steeds weer, zet eens een andere grammofoonplaat op” of “Zet die grammofoonplaat een af” komen hierbij naar voren. Stellen die hierin zitten, dansen om elkaar heen als bij de polka (let wel, daarbij is de afstand een armlengte). Toenadering is er dan absoluut niet. Er is hier sprake van eisen en terugtrekken en vitten en verdedigen. Als iemand de protestpolka begint, dan zal de andere meteen in een protestrol springen. Protest tegen het verlies van hechting, welke die persoon dan meteen voelt.

Je kan jezelf de vraag stellen: waarom begint iemand de protestpolka? Omdat degene die begint, een gevoel krijgt, dat er iets mist aan de hechting. En hechtingsrelaties zijn de enige banden op deze planeet, waar iedere willekeurige reactie altijd beter is dan geen reactie. Als we geen emotionele reactie krijgen van een geliefde moeten we wel protesteren. De protestpolka is een poging een reactie te ontlokken, een respons die verbondenheid schepte en geruststelt.

Verstijf en vlucht: hierbij is er duidelijk sprake van terugtrekken. Beide partners trekken zich terug in hun eigen kamp, al dan niet hun vrienden of vriendinnen ervan overtuigend, dat zij het bij het rechte einde hebben. We zien dit patroon, als de protestpolka enige tijd duurt. Men ziet dat de andere hopeloos is en dat ze geen steek verder komen. Men gaat het “veranderen” van de partner opgeven en zetten hun eigen emoties en behoeftes in de ijskast. “Ja hoor, zal wel” en ondertussen met iets anders bezig zijn. Er is hier sprake van verdoving en men voelt zich ver van elkaar. Beiden trekken zich terug om te ontkomen aan de pijn en de wanhoop.

Hoe ontkomen we nu aan de drie patronen die in de “duivelse dialogen” naar voren komen?

·         De ene manier is om betrokkenheid te vermijden, dus onze emoties af te stompen, ons in onszelf terug te trekken en onze hechtingsbehoeften te ontkennen.

·         De andere is om naar onze angst te luisteren en te vechten voor erkenning en respons. En juist hier komt dus het Innerlijke Kind weer naar voren, want stelden we al niet eerder, dat alle angst, behalve de angst om dood te gaan, een Kindangst is en in 9 van de 10 keer hun oorsprong vond in de kinderjaren (0 – 23 jaar). De mate van hechting en het leren van dat de wereld veilig is in onze kinderjaren, zal ook ons beeld van de andere bepalen. In onze relaties zullen we dus vertrouwen of juist kritischer zijn, naarmate onze jeugd veilig of minder veilig is geweest.

 

Wat gebeurt er met paren wanneer er ruzies ontstaan?

 

·         Partners gedragen zich alsof ze voor hun leven vechten. Isolement en het mogelijke verlies van liefdevolle verbondenheid roept in het brein een respons van oerpaniek op.

·         Deze emotie van oerpaniek zorgt ervoor dat we in een duivelse dialoog terecht komen. De meeste verwijten in die dialoog zijn dus ook eigenlijk vertwijfelde roepen om hechting, een protest tegen verlies aan verbondenheid. Zo’n protest kan dan ook alleen worden weggenomen als de geliefde emotioneel dichterbij komt en de ander vasthoudt en geruststelt. (Lijkt dat ook niet echt op hoe we een kind troosten?). De ene partner probeert dus uit alle macht een emotionele reactie van de andere los te krijgen, terwijl juist de andere, die te horen krijgt dat hij/zij tekort is geschoten in de liefde, verstijft. Je niet verroeren als er gevaar dreigt is een aangeboren manier om met dat gevoel van hulpeloosheid om te gaan.

·         Er kan alleen iets veranderen als er een veilig verbinding tot stand gebracht kan worden. Een veilige verbinding kan alleen tot stand worden gebracht, wanneer we emotioneel contact met elkaar kunnen maken. We kunnen dit alleen doen, wanneer we eerst onze eigen emotionele gevoelens onder woorden kunnen brengen. Dus het contact maken met je eigen Innerlijke Kind. We zullen dus van het rationele deel van onze hersenen over moeten gaan naar de andere kant, de emotionele kant van onze hersenen. En dit is niet voor iedereen even gemakkelijk, echter nooit onmogelijk.

 

Hoe kunnen we emotioneel communiceren?

 

Sue Johnson beschrijft drie stappen, waaraan voldaan moet worden, willen we ons emotioneel verder openen. Ze noemt dit T.O.B.

T = Toegankelijkheid: de vraag die je jezelf kan stellen is: “Kan ik je bereiken?”. Dat betekent, dat je je te allen tijde open blijft stellen voor je partner, ook al heb je het soms even moeilijk. Je zal hierbij je eigen emoties moeten bekijken. Jezelf de vraag stellen: “Wat maakt dat ik zo en zo reageer op een dusdanige prikkel”. Er is dus sprake van zelfreflectie op hetgeen je partner bij je losmaakt met soms een simpele opmerking. Lukt je dit, dan kunnen de eerste hechtingssignalen waarop de liefde gebaseerd is, weer hersteld worden.

O = Ontvankelijkheid: de vraag die je jezelf hierbij kan stellen is: “Kan ik erop vertrouwen dat je je emotioneel voor me openstelt?” Dat wil dus zeggen, jezelf afstemmen op je partner en laten zien, dat hetgeen je partner je laat zien, jou iets doet. Een stukje compassie tonen. Je bent er dus geheel met je aandacht bij, met hetgeen je partner je vertelt. Je reageert daarbij op hetgeen je partner zegt en handelt hiernaar (bijvoorbeeld met de nodige troost en zorg die je partner nodig heeft).

B = Betrokkenheid: de vraag die je jezelf kan stellen is: “Weet ik dat je me in mijn waarde laat en dicht bij me blijft?” Emotionele betrokkenheid staat hier voor die heel bijzondere aandacht die we alleen aan een geliefde geven. We kijken lang naar elkaar en raken elkaar vaker aan. Je zou dit ook emotionele aanwezigheid noemen.

 

Binnen de T.O.B. kennen we een vragenlijst, waarin je zelf kan kijken waarbinnen je zit om een veilige band te scheppen met je geliefde. In haar boek: Houd me vast, staat dit uitgebreid beschreven. Ik geef hier haar vragenlijst weer met daaronder de waarden van de score:

 

De T.O.B. – vragenlijst (naar Sue Johnson)

Is vanuit jouw optiek je partner toegankelijk voor je?

1

Ik kan gemakkelijk de aandacht van mijn partner krijgen

W

O

2

Het is gemakkelijk om een emotionele verbinding met mijn partner te krijgen

W

O

3

Mijn partner laat mij merken dat ik bij hem/haar op de eerste plaats sta

W

O

4

Ik voel me niet alleen of buitengesloten in onze relatie

W

O

5

Ik kan mijn diepste gevoelens met mijn partner delen. Hij/zij luistert naar me.

W

O

Is vanuit jouw optiek je partner ontvankelijk voor je?

1

Als ik behoefte heb aan verbondenheid en troost, staat hij/zij voor me klaar

W

O

2

Mijn partner reageert op signalen dat ik zijn/haar nabijheid nodig heb

W

O

3

Ik weet dat ik op mijn partner kan steunen als ik bang of onzeker ben

W

O

4

Ook als we ruzie hebben of het niet met elkaar eens zijn, weet ik dat ik belangrijk ben voor mijn partner en dat we er wel weer uit zullen komen

W

O

5

Als ik de geruststelling nodig heb dat ik belangrijk ben voor mijn partner, dan kan ik die krijgen

W

O

Zijn jullie op een positieve manier emotioneel bij elkaar betrokken?

1

Ik voel me heel sterk op mijn gemak dicht bij mijn partner en ik vertrouw hem/haar

W

O

2

Ik kan mijn partner zo goed als alles toevertrouwen

W

O

3

Ik vertrouw erop, ook als we niet samen zijn, dat we met elkaar in verbinding staan.

W

O

4

Ik weet dat mijn partner geeft om mijn vreugden, pijn en angsten.

W

O

5

Ik voel me veilig genoeg om emotionele risico’s te nemen bij mijn partner

W

O

 

Als je 7 of meer punten  gescoord hebt, ben je goed op weg naar een veilige band en kan je het boek van Sue Johnson (ISBN: 978-90-215-5268-2) gebruiken om die band te versterken.

Als je minder dan 7 punten hebt gehaald, wordt het tijd om de gesprekken in dit boek te gebruiken om de band met je partner te verstevigen.

 

Tot slot: wil je een goede relatie aangaan met wie dan ook, zal je een goede relatie met jezelf aan moeten gaan, dus met je Innerlijke Kind. In mijn optiek is dit de weg om tot groei te komen, is dit de weg om je maskers te laten vallen en is dit de weg om tot je Ware Zelf te komen. Dan alleen kan er een optimaal contact zijn tussen jou en je partner, wie dat dan ook is.

 

Griet en ik wensen jullie veel wijsheid op jullie levenspad.

 

 

 

 

Copyright: R.T.Kamphuis 2012


© 2019 Het innerlijke kind - realisatie: BMT Media