BOOSHEID EN RUZIE

 

Lezing 1 november 2013

 

 

 

In het boek van Dr. Harriet Lerner, ( “Dans van woede, vrouwen en de kracht van hun boosheid”),  schrijft ze: (citaat) “Veel vrouwen beschouwen woede als een emotie die zwakte verraad, machteloosheid aanduidt en dus onderdrukt moet worden. “.

 

Maar geldt dit alleen voor vrouwen? Zijn het ook niet de mannen die doodsbenauwd zijn om hun emtoies te laten zien? Hun twijfel, hun verdriet, hun angsten en onzekerheden? Is het niet gewoon een menselijke trek, dat we ons groter voor willen doen dan dat we in feite voelen?  Is het niet zo, dat we in de kinderjaren geleerd hebben om te overleven door stoer en sterk te zijn en zeker niet te huilen ( “mannen huilen niet”)? Is het niet zo dat we toen al imponeergedrag hebben geleerd en dat later steeds weer toepasten, zeker in situaties welke we als “moeilijk” ervoeren? 

 

En wat is dat dan, boosheid? Worden we daar beter van of is het zelfdestructie. Heeft het een functie? En hoe lang mag die boosheid duren, 5 minuten, een uur, dagen, weken maanden, ons leven lang? En wat is dan die bron van die boosheid?

Hoe gaat u om met boosheid en hoe uit u die boosheid. Slaat u alles kort en kleinen ontploft u, of hult u zich in stilte en graaft u zichzelf in, om van daaruit met de meest cynische bijtende vernietigende aanval te komen, zo vanuit onverwachte hoek?

 

Voordat ik hierop in wil gaan, wil ik graag een kleine test met u doen.

 

  (Oefening tweetallen en ruzie maken).

 

We laten ene man en een vrouw een ruzie maken over niets. Vanuit dit toneelstukje kunnen we zien hoe men met ruzie omgaat. Conclusie: men verwijt de andere, men is emotioneel, men schreeuwt en luistert absoluut niet naar die andere. Men communiceert niet maar men zendt alleen maar. Er is geen tweerichting verkeer meer.......

 

Hoe komt het dat we ruzie maken, terwijl we echt wel van die andere houden. Wanneer leren we ruzie maken en leren we wel echt ruzie te maken of uiten we gewoon onze frustratie?

 

Riekje Boswijk heeft in haar boek “Ruzie”, een mooi model gegeven hoe wij leren om onze woede en boosheid vorm te geven. Ook geeft zij aan, hoe een gezonde energiestroom vanuit die woede en frustratie plaats kan vinden:

Stel een kind wil een vaas pakken. Echter deze dure vaas is geen speelgoed en de moeder zet die vaas weg. Het kind brult zijn longen uit zijn lijf. Echter 5 minuten later is die weer afgeleid en speelt met zijn beer. Wat is hier gebeurd?

 

 

 

 

(Tekening afhouden van een object welke woede veroorzaakt> verwerken wode ( uiten frustratie) en terugkomen op oorspronkelijke energiestroom).

 

 

Het kind heeft dus geleerd dat het zijn emoties mag uiten, dat het die emotie naar buiten kan brengen en dat het oke is. Het allerbelangrijkste is echter, dat het kind zichzelf kan blijven en dat het geen bestraffing kreeg op zijn/haar manier van reageren.......... Het kind blijft dus in zijn/haar eigen oorspronkelijke kracht.

 

Wat is er hier nu precies gebeurt? Er is een conflict. Het kind wil naar zijn doel in het leven op dat moment ( de vaas) en de moeder haalt die vaas weg ( het doel kan niet meer bereikt worden en er is dus een conflict).

Een conflict is een botsing tussen twee energieën. Jij hebt een doel en een ander verhinderd dat jij je doel bereikt. Hierdoor verhinderd die andere het doorstromen van energie. Na dit conflict gaat er van alles en nog wat gebeuren. Je richt jouw energie op degene die jou van je doel afhoudt.

Dit is de bron van een ruzie. Je hebt dus een conflict en je maakt dan een ruzie. Een conflict is een feit, een ruzie een situatie.

 

De manier waarop je die ruzie beleeft is afhankelijk van je stemming, je humeur. En dit is een energiefeit. Je humeur heeft te maken met de energie die op dat moment in jou is. Je hebt in oorsprong drie soorten energieën:

1.      De energie die aanwezig is als je alleen bent en je nergens mee verbind. Er is dan geen stroming en er is rust, vervuldheid en vrede. Je doet niets met die energie, er is rust. Deze energie is bijvoorbeeld bij baby’s aanwezig, die rustig liggend in hun bedje de buitenwereld observeren.

 

 

 

 

(Energie in rust, vervuldheid en vrede, er gebeurt niets)

 

2.      Een tweede manifestatie van energie is “liefde”. Deze ontstaat al als de baby de moeder ziet. Er zal een binding/bonding aanwezig zijn. In tegenstelling tot de vorige vorm, is deze energie naar buiten gericht. Liefde is dus in feite de uitstraling van de oorspronkelijke energie naar bijvoorbeeld een persoon.

 

 

 

 

 

(Energie bij Liefde. Er is een naar buiten gerichtheid)

 

3.      De uitstraling van de oorspronkelijke energie naar dingen, kan men zien als enthousiasme. Er is geen ratio aanwezig, het is gewoon een uiting van een gevoel. Als je daarom ook vraagt waarom een kind naar iets toe gaat, is het antwoord meestal: daarom.

 

 

 

 

(Energie gewoon omdat het mag)

 

Deze energiestromen moeten blijven stromen. Stroomt die niet, is er een stagnatie, dan ontstaat er pijn. Pijn is dus eigenlijk het tot stilstand brengen van de stroom, van de beweging tussen jou en je doel. Pijn is dus eigenlijk niets.

 

 

 

 

 

( Het ontstaan van psychologische pijn).

 

Hoe langer je aan je doel gehecht blijft, hoe langer je botst tegen een stagnatie en hoeveel te meer pijn je gaat voelen.

 

Conflicten kunnen we niet voorkomen, maar ruzies wel. Wat maakt het dan dat er een ruzie ontstaat? Dit komt door de machtsstrijd. Stoppen we met een machtsstrijd, dan stoppen we ook met de ruzie.

In onze taal als Innerlijke Kindtherapeuten is dat dus: ga weg uit je kritische ouderrol of kindrol en wordt volwassen. Ga weg uit de angst om te verliezen ( = Innerlijke Kindrol) of weg uit het deel dat wil winnen ( Kritische ouderrol). Stop ook met het denken in termen van schuld.

In al deze gevallen is er sprake van macht, immers, als je iemand ergens de schuld van geeft, ben jij degene die die schuldige aanwijst. Dus jij hebt jezelf de macht gegeven om boven iemand te gaan staan en te zeggen dat diegene fout zit.

Als je bang bent om te verliezen, zet je jezelf onder iemand anders neer. Je geeft de macht uit handen. Die andere kan volgens jou dus invloed op jou uitoefenen. Ook hier geldt, dat je zelf je eigen macht in handen mag houden.

Wil je winnen, dan wil je boven iemand anders gaan staan, jij voelt jezelf beter, belangrijker, of het doel wat jij wilt bereiken is mooier, beter of wat voor superlatieven jij er ook aan wilt geven.

 

Een ruzie blijft alleen maar bestaan, als je blijft denken in termen van machtsstrijd. Laat je deze los en laat je de Liefde weer stromen, dan blijft er van de ruzie niet veel meer over. De neuzen komen dezelfde kanten op te staan en men kijkt naar hetzelfde doel. Dit i.t.t. de ruzie, waar men tegenover elkaar staat.

Nu lijkt dit simpel, maar is het niet. Want als je niet meer naar die andere kan wijzen, dan zal je geconfronteerd worden met jezelf,  met je eigen gedrag en de daarbij horende verantwoording. Je wordt ineens geconfronteerd met je eigen emoties, met je eigen pijn. Voorheen was het de vraag hoe jij als winnaar uit de strijd kon komen, hoe je de andere uit de weg kon ruimen, de andere kon bewerken, veranderen of onschadelijk maken. Nu gaat het meer over hoe je omgaat met je eigen energie, met je Innerlijke Kind, waarom je perse wilt hebben wat je nastreeft, waarom je zo beledigd of gekwetst bent, waarom je de andere allemaal de schuld van alles geeft, waarvoor je eigenlijk op de loop bent, waar je zo bang voor bent, waarom je geen eigen verantwoording neemt voor je eigen daden......in het heden en in het verleden.

 

Ingeborg Bosch, psychotherapeute en grondlegger van de PRI (Past Reality Integration Therapie) beschrijft in haar boek: “De herontdekking van het Ware Zelf” een aantal mogelijke afweermechanismen, als reactie, hoe wij kunnen reageren als we in een conflict verzeilen en die niet op weten te lossen. In feite gaat het hier dus om een kwestie van leven of dood. De meeste mensen kiezen nog voor het leven, nog voor de dood, maar kiezen een tussenvorm: het overleven. Ze stellen een controleur in die ervoor zorgt dat er  niets meer gaat veranderen.

 

Welke situaties kunnen er nu toe leiden, dat we in een conflictsituatie verzeild geraken? Hiervoor is het belangrijk te begrijpen dat niet-materiele zaken als liefde, respect, lichamelijk contact als knuffelen en vastgehouden worden, emotionele warmte en gevoel van veiligheid voor een kind noodzakelijk zijn om te overleven. Als een kind dit niet krijgt, heeft het het gevoel dat het dood gaat, dat het niet kan overleven.

Als overlevingsstrategie gaan we óf strijden óf vermijden. Echter deze overlevinsstrategieën waren toen levensreddend en zijn nu levensbedreigend.

In beide gevallen gaan we echter onze bewustzijn, welke in het begin één geheel vormde,

 

 

 

 

(Bewustzijn jonge kind. Eén geheel, onverdeeld)

 

opdelen in meerdere delen. Dit proces, van verdringing van ervaringen, waarbij ons bewustzijn gedeeld raakt, zodat we de waarheid over onze jeugd niet hoeven te voelen, lijkt op zich afdoende om het leven van het kind (dat wij waren) te redden.

 

 

 

 

(verdeeld bewustzijn bij volwassen mensen).

 

Deze verdringing heeft echter een hulpje gekregen. Dat hulpje heet: ontkenning. Het kind zal zich een nieuwe realiteit in het hoofd zetten, om zo te overleven. Voorbeeld: het lag niet aan de ouders, het lag aan mij, ik had liever moeten zijn, ik had beter mijn best mogen doen etc.

 

Er zijn meerdere manieren om de waarheid te ontkennen, ze dienen alle drie om de waarheid te vervangen door een andere “realiteit”:

Valse Hoop, Valse Macht en Primaire Afweer. Alle drie afweermechanismen hielpen ons als kind onze jeugd te overleven en blijven werken wanneer we volwassen zijn geworden. Echter, dan hebben we ze eigenlijk niet meer nodig. Helaas beseft onze psyche dat niet. Telkens wanneer er een conflict ontstaat, welke als trigger kan dienen voor hetgeen we meegemaakt hebben, veranderd ons volwassen bewustzijn zich in het kindbewustzijn. Vanuit het kindbewustzijn gaan we reageren zoals we dat vroeger geleerd hebben: we gaan naar de muur van de ontkenning, ons afweermechanisme.

 

Echter deze afweermechanismen werkten utistekend toen we klein waren, echter nu we volwassen zijn geworden, keert dit mechanisme zich tegen ons. Het is in feite het mechanisme dat het kwaad veroorzaakt: dit afweermechnisme zet ons aan tot het voeren van kleine of grote oorlogen ( Valse Macht), die geven ons het gevoel dat we nergens voor deugen ( Primaire Afweer), die doen ons volharden in gedrag dat geen enkele zin heeft en misschien zelfs schadelijks is ( Valse Hoop).

Om onszelf te helen is het van het grootste belang onszelf te realiseren, hoe destructief het is om ons tegen oude pijnen te beschermen. Het is moeilijk, echter het loslaten van afweermechsnimen is een van de belangrijkste onderdelen van de PRI-therapie.

 

Wat zijn nou die afweermechanismen?

 

Valse Hoop

 

Afweermechanisme: ontkennen van de waarheid. De waarheid was, dat we de behoefte als kind toen nooit ingevuld konden krijgen. De leugen: dat we ze wel ingevuld zouden kunnen krijgen als we maar goed ons best doen of zullen zijn, zoals onze ouders ons willen hebben. We zullen aardiger of slimmer moeten zijn, of rustiger of onderhoudender of technischer of minder emotioneel of juist emotioneler etc.

Deze strategie werkt echter nooit, omdat het de waarheid is, dat de behoeften van het kind niet door de omgeving ( ouders) zijn vervuld, wat we ook deden of lieten,waren of niet waren, hadden of niet hadden. Als volwassene zijn de behoeften die wij zo sterk in het heden voelen in werkelijkheid meestal de oude behoeften van het kind dat we waren die nooit zijn vervuld. Daarom is alles wat we tot stand brengen vanuit het afweermechanisme van de Valse Hoop, gedoemd te mislukken. Wat we ook doen, we krijgen nooit wat we toen nodig hadden. Het kind kreeg toen niet wat het nodig had en de volwassene van nu kan niets in het heden ondernemen om daar verandering in te brengen. We kunnen niet teruggaan om het verleden te veranderen.

Dit is dus hun doel, echter als ze het doel niet bereiken, zullen ze in conflict komen en boosheid ontwikkelen naar zichzelf.

 

Valse Macht

 

In tegenstelling tot Valse Hoop heeft de afweer van Valse Macht twee heel verschillende kanten: ze lijken bijna elkaars tegengestelde, zó veel verschillen ze uitwendig van elkaar.

A. Ontkennen van behoefte: De ene kant van de Valse macht is het soort gedrag dat gericht is op the vermijden van conflicten. Mensen die deze vorm van afweer hanteren, komen meestal over als aardig en gemakkelijk in de omgang, ontspannen, niet door (veel) problemen geplaagd, beheerst en zeer gelijkmoedig. Ze lijken vaak zorgeloos. Uiterlijk kunnen ze in emotionele en psychische zin goed aangepast lijken. Het enige “verdachte” is het gebrek aan intimiteit in hun leven. Ze hebben ook weinig vrienden en moeite met emotionele intimiteit, ook als het om hun partner of kinderen gaat. Vaak zijn het mannen die dit afweermechanisme met regelmaat hanteren. We noemen deze vorm van afweer de Valse Macht- ontkennen van behoefte.

 

B. Woede: De andere kant van Valse Macht komt heel anders over. Het wordt gekenmerkt door gedrag dat varieert van irritatie tot razernij en alles daartussen, zoals woede. Deze vorm van afweer werkt meestal tamelijk intimiderend en zorgt dat andere mensen in opstand komen of, en dat geberut vaker, schrikken. Er wordt een afstand gecreëerd, en dat is nu net de bedoeling van dit afweermechanisme.  Iedereen kent wel dergelijke ouders of bazen, die zich zo gedragen: bestraffend, machtswellustig, autoritair, streng, veeleisend, snel beoordelend en bestraffend.

 

A + B.: het gemeenschappelijke van deze twee vormen van Valse macht is: het ontkennen dat je een behoefte of een probleem hebt ( en je dus kwetsbaar voelt). Valse macht stelt ons in staat dat we denken dat we geen probleem in ons leven hebben en dat we dus niet hoeven te veranderen. De buitenwereld ziet echter dit schaduwstuk wel:

·         Iemand die de Valse Macht-ontkenning hanteert, zal vaak van de buitenwereld te horen krijgen dat hij/zij zich slecht laat zien, intimiteit vermijdt, te zeggen wat er in hem/haar om gaat. In de ogen van degene die bekritiseerd wordt, is dit een bewijs dat er iets mis is met die andere. Die andere heeft een probleem. Men heeft niet de indruk dat er iets mis is met hem/haar en dit stelt die persoon in staat de pijn niet te voelen.

 

Primaire Afweer

 

Achter de Valse Macht en Valse Hoop zit een andere laag, de primaire Afweer. Deze werkt als een soort vangnet, als de bovenstaande afweermechanismen niet werken. In tegenstelling tot het goede gevoel, welke we van bovenstaande afweermechanismen tijdelijk kunnen krijgen, geeft dit afweermechanisme ons absoluut geen goed gevoel. Het is echter de laatste vesting......

 

Bij de Primaire Afweer horen de woorden: Ik deug niet, het is allemaal mijn schuld, ik kan het niet, ik zal dit nooit kunnen, ik ben slecht, ik deug gewoon niet, ik word nooit goed genoeg, ik ben schuldig, ik verknoei altijd alles, niemand geeft om mij, ik ben waardeloos, ik zal altijd alleen blijven, ik moet me schamen enzovoort.

 

Deze afweer heet Primaire Afweer, omdat onze psyche deze afweer als eerste gebruikt tegen de levensbedreigende pijn van onze jeugd.

Iedereen gebruikt deze afweer als het moeilijk wordt, iedereen.....

Deze gedachten ontstaan wanneer het kleine kind iets niet krijgt, wanneer het een tekort ervaart en er zelf niet voor kan zorgen. Het gaat dan denken: ik kan het niet, ik doe het niet goed etc. Dit is de geboorte van de Primaire Afweer. En tevens de geboorte van de leugenachtige kijk op zichzelf: Er is iets mis met mij, want ik kan niet voor mijn eigen behoefte zorgen.

 

Het Innerlijke Kind.

 

Al deze afweermechanismen komen dus weer terug in het Innerlijke Kind.

Dit Innerlijke Kind is dat deel in ons, wat  behoefte heeft aan invulling van onvervulde gevoelens/behoeftes. Zodra onze partner iets doet, wat dit kind triggert, ontstaat er een reactie vanuit dit kind en ontstaat er woede en afweer. We gaan reageren zoals we vroeger reageerden: vluchten of vechten. Hoe dan ook, we gaan een schuldige aanwijzen, want ons wordt pijn gedaan en het lag niet aan ons, dus het ligt aan die andere....... en zo maken we van een conflict een ruzie.

De basis van al die ruziemakerij is, dat er een schuldige aan te wijzen valt en die schuldige ben jij niet.............. Dat maakt dat het patroon door blijft draaien. Doordat je je eigen emoties aan de andere vastkoppelt, zie je hem/haar als schuldige en kan je er niet neutraal naar kijken. Je blijft dus in de energie zitten van boosheid. Die andere is dus in jouw beleving de oorzaak van jouw pijn.

 

In feite is dit echter de omdraaiing van oorzaak en gevolg. Diep in jou zit er pijn, waaruit woede en boosheid vloeit. Er wordt een schuldige aangewezen en die is altijd die andere. Hierop wordt jouw woede en boosheid gericht. Je wilt bij die andere dan ook de schuld zien.

 

 

 

 

 

 

(De schuld bij de andere leggen).

 

Dit denken in schuld en schuldpatronen is een kinderlijke gedachte die collectief ontstaat in onze kinderjaren. In de kindertijd richten de kinderen zich op een doel. Krijgen ze dit niet, dan zuiveren ze dit uit door te reageren. Hun kracht wordt omgezet in woede. Hun vreugde wordt omgezet in verdriet.

 

 

 

 

 

(Omzetting van kracht en vreugde in boosheid en verdriet).

 

Ze worden boos, huilen en richten zich op een ander doel. Op die manier zuiveren ze de energie uit en beginnen weer vanaf een schone lei. We leren dus dat we boos mogen worden als we ons doel niet halen, als we onze zin niet krijgen. Kinderen zuiveren hun emoties dus uit door die emoties tegenover hun ouders te uiten en daardoor hoeven ze hun eigen tekorten en defecten niet onder ogen te zien. Alles komt doordat de ouders “zo stóm” en “zo geméén” zijn. De ouders zijn de schuldigen.

De ouders dienen op dat moment als stootblok. De ouders geven de energie een richting. Deze manier van denken en doen wordt een gewoonte en de kinderen nemen het mee in hun volwassen leven. Doordat je een schuldige aanwijst, zet je daarmee ook iemand boven je neer. Immers, als die iemand macht over jou heeft, doordat het jou dingen aan kan doen, dan zet je jezelf onder die persoon neer. Uitzuiveren door boos op iemand te zijn kan dus wel, echter tegelijkertijd maak je van jezelf de mindere. Je maakt je van die andere afhankelijk doordat je die andere nodig hebt om je emoties er op te richten, om je tegen af te zetten in feite. Toch????????

En hier zit nu een denkfout. Je hebt zo’n iemand niet nodig. Je hoeft je tegen niemand af te zetten. Dat wil zeggen, dat je helemaal niet van een schuldige afhankelijk hoeft te zijn. Je kunt je energie zelfstandig manipuleren en richten als je dat wilt.

 

Veel mensen zijn bang dat als er geen schuldigen aan te wijzen valt, dat ze zelf de schuldigen zijn. Dit is echter een misvatting. Schuld heeft niemand, er is alleen de pijn.

 

Zolang je nog niet durft te kiezen voor je eigen vrijheid en zelfstandigheid, zal je blijven denken en voelen in termen van schuld en schuldigen. Je blijft dan in je kindstukken zitten. Pijn en schuld zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden en alleen het opheffen en verwerken van je eigen pijn zal tot gevolg hebben dat je steeds minder “schuldigen” om je heen ziet. Daardoor zal je steeds beter kunnen omgaan met degenen die jou pijn berokkenen. Je zal ze niet meer zien als boosdoeners of schuldigen, maar als mensen met een bepaalde manier van doen die bij jou allerlei innerlijke processen op gang brengen. Als katalysatoren dus. Ze geven jouw cadeautjes, ze laten jou zien wie je in feite werkelijk bent.

 

En dán ben je weer precies terug bij jezelf: wat gebeurt er wanneer iemand jou belemmert? Wat gebeurt er met jou wanneer je op een conflict stuit? En hoe kun je met jezelf omgaan als er sprake is van een conflict?

Het eerste dat je te doen staat is naar jezelf te kijken. In concreto moet je nagaan op welke manier je met je emoties omgaat. Klap je dicht, pantser je je of raak je in je woede of verdriet verstrikt?

 

Veel mensen zitten in een verwarring van gevoelens. Velen hebben niet door, dat onder de woede verdriet zit. Men zal voor heling bereid moeten zijn naar al deze emoties te kijken.

Voorbeeld 1.: Is iemand trots en sterk, dan kan die ontdekken dat die alleen maar gebruik maakt van de woedestroom, terwijl hij de verdrietstroom negeert. Hij zal kunnen ontdekken dat hij doodsbenauwd is voor het verdriet. Immers dat maakt hem zwak en kwetsbaar. (Althans dat wordt gedacht). De vechter, de sterke, de trotse is letterlijk en figuurlijk als de dood voor zijn gevoelens van verdriet, wanhoop en neerslachtigheid.

Voorbeeld 2.: Wat betreft het slachtoffer, de zielige, de zwakke, zal het zo zijn dat hij, als hij langzaam maar zeker toegeeft aan het idee dat hij ook wel eens kwaad in plaats van zielig kan zijn, geconfronteerd worden met een beerput van gevoelens als woede, jaloezie, verbittering, destructie etc.

 

Om te helen zullen beiden het beeld moeten opgeven. Maar wie zijn ze dan wel? Wie ben je als je niet meer die bekende persoon bent die je gewend was te zijn?

 

Hoe verwerk je nu woede en verdriet? Woede verwerk je door ermee naar buiten te gaan. Verdriet verwerk je door het te uiten. De pijn waar je op die manier in terecht komt verwerk je door begrip en aanvaarding. Je leert hoe de wereld in elkaar steekt. Tegelijkertijd kom je terecht in je oorspronkelijke energie. Je komt dus op een nieuw punt uit: je bent wijzer geworden. Op die manier zal verwerking van pijn je wijzer maken.

 

Binnen het Innerlijke Kindwerk hebben we het er altijd over, dat je mag communiceren wat je voelt en wat je nodig hebt. Ook tijdens de boosheid is het van belang om helder en constructief te communiceren. Hierbij moet er altijd een plaats zijn voor je hart en je Liefde. Kom je uit die Liefde, dan is de communicatie bij voorbaad verwijtend en zal de opbrengst minder zijn. Om nu de communicatie helder te laten verlopen kan je gebruik maken van 4 stappen:

 

  1. Benoem de concrete situatie die we waarnemen en die jou negatief raakt: Voorbeeld: “Papa ik vraag je om permissie en ik zie dat je daar met verharding op reageert”.
  2. Geef aan hoe we ons voelen bij wat we waarnemen: “Papa als je je zo verhard, voel ik me onder druk gezet en klein. Dan kan ik niet goed communiceren en dat doet mij pijn”.
  3. Geef aan welke behoeftes, waarden, verlangens we hebben die achter onze gevoelens liggen: “Papa, ik hou erg veel van u en eigenlijk wil ik meer contact met u hebben”.
  4. Maak het verzoek om die handeling, die ons leven kan verrijken: “Papa, eigenlijk zou ik met u op een rustige manier willen praten over wat mij bezig houdt. Eigenlijk wil ik dat u me hoort”.

 

Bij het laatste punt brengen we dus veel mededogen in de praktijk.

 

De 5 elementen die dus in onze communicatie moeten zitten zijn:

  1. Waarneming ( Wat nemen we waar wat die andere wel of niet doet en wat verrijkt hiervan al of niet ons leven? Daarbij is het essentieel dat we duidelijk waarnemen wat er gebeurt, zonder te oordelen of te veroordelen. We verwoorden slechts wat de mensen doen, of we dat nu positief zien of niet).
  2. Gevoelens ( we verwoorden de gevoelens die deze waarneming bij ons stimuleren. We kunnen ons gekwetst voelen,bang, blij, geamuseerd, geïrriteerd etc.).
  3. Behoeften ( We verwoorden de behoeftes die met deze gevoelens verbonden zijn).
  4. Verzoek ( Dit element is gericht op wat we willen van die anderen, opdat ons leven rijker en vreugdevoller wordt).
  5. Mededogen

 

Deze 5 elementen worden ook gebruikt in de geweldloze Communicatie. Ze zorgen ervoor dat de communicatie constructief wordt en niet destructief.

Ook is het van belang te achterhalen welke van deze 5 elementen bij de andere aanwezig is. We proberen te achterhalen wat ze waarnemen, voelen en wat ze nodig hebben.

Bij dit soort communicatie gaat het om geven ( zeggen wat je te zeggen hebt) en te ontvangen ( luisteren).

 

Doe dit alles vanuit mededogen. In de Bijbel staat ( Mattheus 7:1): “ Oordeel niet opdat je niet geoordeeld wordt. Want met het oordeel waarmee je de ander oordeelt, zul je ook zelf worden geoordeeld”.

 

Als we oordelen, richten we ons op “ Wie IS wat?” . Als we oordelen, stellen we onszelf BOVEN die persoon, immers, wij hebben dan ons het recht toegeëigend om te kunnen oordelen wat goed en fout is. In een goede communicatie staan we op hetzelfde niveau als de andere. Immers, we hebben allemaal dezelfde goddelijke vonk in ons zitten. Wat maakt dan dat de een groter is dan de andere?

Als we over anderen oordelen, vertellen we wat er in ons zelf omgaat. We kunnen in onszelf dat deel niet glad strijken, dus verplaatsen we het maar naar een andere. We leggen de schuldvraag bij de andere neer en kijken niet wat ons eigen rol in het geheel is. En juist daar ligt de oplossing van een probleem……

 

Ook is er soms boosheid, omdat we de neiging hebben andere mensen naar onze hand te zetten. Dat is echter volledig onmogelijk. Wij kunnen niemand beïnvloeden, we kunnen niemand veranderen. We kunnen alleen zelf veranderen, en daar kunnen we aan werken.

 

Als je denkt in termen als: die verdiend dat, dan is er geen hartscontact meer, geen compassie. En ook dan zit je in de rol van een rechter en dan ben je niet meer gelijk aan die andere.

 

Observeren is niet hetzelfde als oordelen. Pas als je vanuit je hart observeert, zonder oordeel, ben je neutraal aan het bezien wat er gaande is. Als we waarneming combineren met een oordeel, dan zullen de mensen geneigd zijn dit als kritiek op te vatten.

 

Ik heb nog nooit een luie man gezien.

Wel een man die nooit hard liep als ik hem zag,

wel een man die soms een middagdutje deed en thuis bleef als het regende,

maar het was geen luie man.

Denk eens na: was die man wel lui, of was het onze etiket?

 

Ik heb nog nooit een stom kind gezien.

Wel een kind dat soms dingen deed die ik niet begreep, of ze anders deed dan ik had verwacht.

 Ik heb een kind gezien die de plekken niet kende waar ik was geweest, maar het was geen stom kind.

Denk eens na: was het een stom kind of wist het misschien weer andere dingen dan jij?

 

Overal heb ik gekeken, maar nergens heb ik ene kok gezien.

 Ik zag iemand die ingrediënten combineerde met gerechten, iemand die het vuur hoog zette en het vlees braadde,

dat heb ik gezien,

maar geen kok.

Vertel me als je kijkt, zie je dan een kok of iemand die iets doet wat wij koken noemen?

 

Wat sommigen van ons lui noemen, noemen anderen moe of ontspannen,

wat sommigen van ons stom noemen, noemen anderen een verschil van inzicht.

Daarom is mijn conclusie,

dat het ons veel verwarring bespaart als we wat we zien niet verwarren met wat we ervan vinden.

En om je niet te verwarren zeg ik nog:

dit is slechts wat ik ervan vind.

 

TWEEDE GEDICHT:

Ik ben wie ik ben.

Wie ik ben, is wie jij ziet.

Wat jij ziet, is wat jij oordeelt.

Maar wat jij oordeelt, dat ben ik niet!

 

 

 

Gebruikte literatuur:

 

Riekje Boswijk: Ruzie

Gary Chapman: De 5 talen van de liefde

Ingeborg Bosch: De herontdekking van het ware zelf

Harriet G. Lerner: Dans van woede, vrouwen en de krascht van hun boosheid

Marshall B. Rosenberg: Geweldloze Communicatie

 


© 2018 Het innerlijke kind - realisatie: BMT Media