Voeding en geluk

 

 

 

 

Rene Froger zong al eens over geluk:  “Een eigen huis, een plek onder de zon, en altijd iemand in de buurt die van mij houden kon, toch wou ik dat ik echt iets vaker, simpelweg gelukkig was...........

Ja alles, alles kan een mens gelukkig maken, een zingende merel, de geur van de zee, ja alles, alles kan een mens gelukkig maken, de zon die doorbreekt, een vers kopje thee”.

 

 

Wat is geluk?

 

Een belangrijke vraag waar niet zomaar één twee drie een antwoord op te geven is. Immers, geluk is niet voor iedereen hetzelfde. Als je dan ook de vraag stelt: “Wat is geluk?” krijg je uiteenlopende antwoorden.

 

Wat is geluk niet?

 

Hier kan in feite iets fouts op geantwoord worden. Immers, er zijn mensen die antwoorden op de vraag:

·       van welke dingen krijg ik het beste gevoel

·       welke fijne belevenissen blijven mij het langste bij

·       welke mooie ervaringen kunnen mij het diepste ontroeren

 

Wat is geluk dan wel?

 

Geluk is een gevoel. Geluk is gebaseerd op ervaring!!!!

Bij geluk hebben we te maken met de ervaring in onszelf. Ooit hebben we iets fijns meegemaakt en een geluksgevoel ervaren en dat gevoel noemen we geluk. Dat geluksgevoel is dus de resultante van de gevoelens bij elkaar die we ooit eens ervaren hebben. Er treed een soort conditionering op:  als we die bepaalde ervaringen beleven, dan voelen we ons automatisch gelukkig. Er worden op dat moment stoffen in ons lichaam aangemaakt, die ons een soort euforisch gevoel geven. En omdat dat euforisch gevoel als “fijn” wordt beleefd, willen we het steeds terug hebben.

We gebruiken het woordje geluk heel vaak als iets ons gelukt is. Dus dat iets goed gaat en dat we van het leven iets krijgen van wat we hopen te ontvangen.

Ook gebruiken we het woordje geluk als we kijken naar een ander. Waarom is die zoveel gelukkiger dan ik? Wat doe ik verkeerd, terwijl die andere zoveel geluk heeft?

Voorwaarden waaraan geluk mag voldoen:

 

·       van langere duur is

·       het moet een positieve ervaring zijn

·       die relatief onafhankelijk is van de buitenwereld

 

 

Samengevat kan worden gesteld:

 

 

Geluk = het gevoel van tevreden zijn met de huidige levensomstandigheden

 

 
 

 

Hierbij kunnen er verschillende positieve emoties aanwezig zijn. Bij gelukkig zijn ervaren we dus:

·       vreugde

·       vredigheid

·       ontspannenheid

·       vrolijkheid

 

 

Gelukkig zijn is het tegenovergestelde van ongelukkig zijn :-)

·       een gevoel van ontevredenheid

·       depressie

·       overspannenheid

·       woede

·       verdriet 

 

 

Het geluksgevoel wordt geproduceerd door zogenaamde endorfines. Deze veroorzaken ook het “houden van” gevoel.

 

Endorfines = neurotransmitters, die informatie overbrengen van de ene cel naar de andere.

 

 

Genot wordt veroorzaakt door o.a. aminen ( dopamine), serotonine ( de stof die verliefdheid brengt), adrenaline ( deze geeft een kick als het gecombineerd wordt met dopamine) en is dus iets anders dan geluk.

 

 

Endorfines

 

Endorfines worden geproduceerd in de hypothalamus bij gewervelde dieren tijdens lichamelijke inspanning, opwinding, pijn, consumptie van scherp voedsel, liefde en orgasme.

Deze endorfines zijn pijnonderdrukkend en werken mee aan het ontstaan van geluksgevoelens en euforie ( een extreem gevoel van vreugde). 

Endorfines zijn mede daarom, betrokken bij beloningssystemen in de hersenen. Die voor heel veel soorten ( consumerend) gedrag sturend werken.

Het gevoel van euforie komt ook vaak voor na het doen van een grote prestatie qua inspanning. Denk hierbij aan marathonlopers. Zij voelen een duidelijke euforie als ze de afstand hebben gelopen

De smaakervaring bij suikers, vetten, chilipepers en chocolade, zorgt ook voor het vrijkomen van endorfines.

We kunnen verslaafd geraken aan dat fijne gevoel welke de endorfines ons geven ( runners high).

 

 

Geluk en onze psyche

 

Geluk en welbevinden. In de positief-psychologische literatuur staat het begrip geluk en welbevinden centraal. Deze termen worden in de praktijk  echter door elkaar heen gebruikt.

 

Cognitief welbevinden = een positieve beoordeling van het leven als geheel

Emotioneel welbevinden = een plezierig gevoel

 

 

Geluk en de wetenschap

 

Geluk is een subjectieve ervaring. Per land, per bevolkingsgroep wordt het invullen van het geluk anders beleefd. En ook binnen die bevolkingsgroepen wordt

het geluk weer anders beleefd. Geluk is dus iets persoonlijkst, per individu bepalend.

Toch zijn er overeenkomsten in geluk-bepalende-factoren. Zo heeft men interne en externe factoren kunnen vaststellen welke van invloed is op onze gelukservaring.

 

Interne factoren:

·       een goede gezondheid ( is een belangrijke)

·       een aangeboren positieve instelling ( Ik: verworven positieve instelling als de hechting positief is).

 

Externe factoren:

·       materiële elementen zoals voldoende financiële armslag

·       niet-materiële omstandigheden zoals voldoende vrijheid

·       de aanwezigheid van anderen met wie we in relatie treden ( belangrijk).

 

In het kader van deze lezing gaat het te ver, maar leg deze bevindingen eens op de belangen van de baby? Hier leert de baby dus wat geluk is.........

 

 

Het ui-model

 

 

 

In het ui-model is zichtbaar, dat we uit Liefde komen en er alles aan doen om daar terug te keren. Echter door de afsplitsing in onze jeugd, willen we de emoties en gevoelens die als negatief worden ervaren niet meer bewust worden. Hierdoor richten we een interne en een externe masker op. Door deze maskers voelen we ons beter. Echter deze maskers moeten in stand gehouden worden. En dit kost energie.

 

 

 

Wat is voeding?

 

 

Summiere feiten over voeding: 

 

Voeding is iets wat je lichaam voedt, waar het lichaam een meerwaarde aan kan hebben. Het lichaam haalt koolhydraten, eiwitten en vetten uit de voeding, alsmede vitaminen, mineralen, elementen etc. …......... en energie.

In dat opzicht kan je met simpele voeding volstaan.

De hoeveelheid energie die we uit voeding halen wordt uitgedrukt in kilocalorieën of kilojoules ( 1 kilocalorie = 4,2 kilojoules).

We hebben gemiddeld als man 2500 en als vrouw 2000 kcal per dag nodig ( zonder al teveel bewegen).

1 gram vet levert 9 kcal

1 gram koolhydraten levert 4 kcal

1 gram eiwit levert 4 kcal

1 gram alcohol levert 7 kcal 1

 

 

 

Ervaren of weten

 

Ik ga er in mijn manier van werken als psychotherapeut vanuit, dat we eerst dingen mogen ervaren, alvorens we kunnen “weten” of iets goed voor ons is of niet.

Immers, als we nog nooit op Mars hebben gelopen, hoe weten we dan hoe dat is.

Hoe weet een zwangere vrouw van het eerste kind, hoe het is om moeder te zijn?

Hoe weet je hoe het is 230 km per uur te rijden in een Ferrari, als je het nog nooit gedaan hebt?

Hoe smaakt een aardbei, als je er nog nooit één gehad hebt?

Hoe weet je wat geluk is (wat mis je), als je nog nooit geen geluk ervaren hebt?

 

Er zal dus ooit een ervaring moeten zijn geweest, waarin je “geluk” ervaren hebben. Omdat deze “gelukservaring” ons een positief gevoel heeft gegeven, zullen we het vaker willen hebben.

 

 

 

Voeding en gelukservaring als kind

 

Laten we bij het begin beginnen. We worden geboren en één van de eerste dingen die we doen is drinken, drinken aan de borst van de moeder. We krijgen het colostrum

 

Colostrum = de eerste moedermelk. Wordt voormelk genoemd.

 

 

Wat krijgen we binnen als we Colostrum drinken?

 

Inhoud van colostrum en 'normale' moedermelk[1]

 

Component (per liter)

Colostrum

'Normale' moedermelk

Energie (kcal)

581

677

Koolhydraten (g)
Lactose (g)
Oligosachariden (g)
Glucose (g)

50-70
30-50
22-24
0,2-1,0

70-85
67-70
5-15
0,1-0,2

Lipiden (g)
Triglyceriden (g)
Vetzuren (g)
Cholesterol (g)
Cholesteryl-esters (g)
Fosfollipiden en Sfingolipiden (g)

15-20
14,5-19,5
13-17
0,2-0,3
0,05
onbekend

35-48
34-47
30-42
0,1-0,2
0,01
0,25-0,30

Stikstof (g)
Niet eiwitgebonden
Eiwitgebonden (g)

3,0
0,5
2,5

1,9
0,45
1,45

Eiwit (g)
β-Caseïne (g)
κ-Caseïne (g)
α-Lactalbumine (g)
IgA (g)
IgM (g)
IgG (g)
Lactoferrine (g)
Lysozym (g)
Serum albumine (g)

15-20
2,6
1,2
3,6
2,0
0,02
0,01
3,5
0,1-0,2
0,4

8-11
3-4
1-2
2-3
0,5-1,0
0,01
0,05
1-3
0,1
0,3

 

Het Colostrum is meestal gelig van kleur en vrij dun.

Het bevat:

·       veel lactose

·       veel eiwitten

·       vrijwel geen vet

·       mineralen

·       vetoplosbare vitaminen A en E

·       immunoglobulinen ( vnl. IgA), die de pasgeborene tegen infecties beschermen zolang ze hun eigen immuunsysteem nog niet goed genoeg ontwikkel is

·       Moedermelk bevat geen vit D en K, en mag dus worden toegevoegd.

Het Colostrum is vooral dorstlessend. Dit i.t.t. de moedermelk, die hongerstillend is.

 

 

Moedermelk

 

Zo'n 3 à 4 dagen na de geboorte gaat de samenstelling van het Colostrum veranderen en krijgen we de moedermelk. Deze is minder dun dan het Colostrum, waterig en zoet. Dit laatste komt door de grote lactose concentratie.

 

Lactose = wordt ook wel melksuiker genoemd. Het zit dus in de meeste zuivelproducten en enkele tropische planten. Lactose is een disacharide van galactose en glucose.

Disacharide = twee suikers verbonden aan elkaar

 

 

Koeienmelk

 

In vergelijking met koeienmelk, is de moedermelk veel zoeter. Er zit meer lactose in de moedermelk en meer eiwitten.

 

Component

Moedermelk

Koeienmelk

Water (mL/100 mL)

87,1

87,2

Energie (cal/100 mL)

60-75

66

Vaste bestanddelen (g/100 mL)

12,9

12,8

Eiwit (%)
Caseïne (% van totale hoeveelheid eiwit)
Wei-eiwitten (% van totale hoeveelheid eiwit)

0,8-0,9
40
60

3,5
82
18

Vet (%)

3-5

3,7

Lactose (%)

6,9-7,2

4,9

As
Calcium (mg/L)
Fosfor (mg/L)
Natrium (
mEq/L)

0,2
340
140
7

0,7
1170
920
22

Vitaminen (per liter)
Vitamine A (
IE)
Thiamine (µg)
Riboflavine (µg)
Niacine (µg)
Vitamine C (mg)


1898
160
360
1470
43


1025
440
1750
940
1,1

 

In de moedermelk zit dus anderhalf maal keer zoveel lactose ( melksuiker) dan in koeienmelk. Daarentegen zit er normaliter 2 à 3 maal zoveel eiwitten in de koeienmelk dan in de moedermelk.

 

SAMENGEVAT kunnen we dus stellen, dat een pasgeboren kind in de voeding veel suikers en eiwitten krijgen die de honger en dorst stillen, en die de baby dus een ANKER geven van een gelukzalig gevoel: immers het krijgt koestering in combinatie met zoete voeding. Het krijgt op sociaal, emotioneel en fysiek vlak een invulling van zijn behoeftes.

Het kind leert dus, dat als het honger of dorst heeft en het gaat huilen, dat het gevoed wordt (als het goed is). Dan is het buikje rond en kan het zich gelukkig voelen in de warme armen van de moeder. Hier zit een troostfactor in, die we op dat moment leren. Er is dus een koppeling gemaakt tussen geluksgevoel en voeding, al in de eerste dagen van het leven van het kind. Het kind leert dus dat voeding kan dienen om een negatief gevoel weg te laten vloeien, iets wat het op latere leeftijd kan gebruiken, als er eens zaken gebeuren die niet zo fijn zijn.

 

 

 

Neurale geluksbrengers

 

Serotonine

Serotonine = een neurotransmitter en hormoon, die o.a. het dag/nachtritme beïnvloedt en je helpt je prettig te voelen.

 

Wat is serotonine en waarom is het zo belangrijk voor onze gezondheid?

 

Serotonine staat bekend als het “feelgood” stofje in je hersenen. Feitelijk is het een hormoon, opgebouwd uit koolhydraten en het aminozuur tryptofaan. Voedingsmiddelen die de serotonineproductie in je hersenen vergroten, zouden dan ook je humeur verbeteren.

Welke voedingsmiddelen zijn dit? Omdat serotonine opgebouwd wordt uit koolhydraten, zou koolhydraatrijke voeding een rol spelen:

·       volkorenbrood,

·       zilvervliesrijst 

·       volkorenpasta zijn dan een goede keuze, zij bevatten koolhydraten die langzaam in je lichaam worden opgenomen.

·       Ook tryptofaan is belangrijk.

·       Tryptofaan vind je onder meer in melk, bananen, kikkererwten en chocolade

 

De meeste mensen hebben wel eens van serotonine gehoord en weten dat dit stofje je blij en gelukkig maakt en dat je er goed van in slaap komt.

Serotonine, door wetenschappers meestal 5-hydroxytryptamine of 5-HT genoemd, is een neurotransmitter en hormoon dat behalve de gemoedstoestand ook een aantal vitale lichaamsfuncties reguleert, zoals het immuunsysteem, de nierfunctie, hart- en bloedvaten en de spijsvertering.

Dankzij serotonine voel je jezelf dus niet alleen ‘happy’ en ’s ochtends goed uitgerust, het houdt ook bijvoorbeeld je bloeddruk op een gezond niveau en zorgt ervoor dat je lichaam voldoende weerstand kan bieden tegen ziekteverwekkers.

Ongeveer 80 tot 90% van alle serotonine bevindt zich in het maag-darmkanaal, waar het een belangrijke bijdrage levert aan de regulering van de spijsvertering. Daarnaast maakt het lichaam ook zelf serotonine aan in de hersenen ( 2%) door de stoffen tryptofaan en 5-HTP (5-Hydroxytryptopfaan) met behulp van enzymen tot serotonine om te zetten.

 

 

EET JE VROLIJK!!!2

 

 

Wat gebeurd er met je lichaam als je veel zoet & suiker eet? Als je suiker eet of eigenlijk alle simpele koolhydraten, dan reageert je lichaam hier alsvolgt op:

Zodra de suikers opgenomen zijn in je lichaam via je spijsverteringsstelsel stijgt je bloedsuikerniveau, wat niets anders is dan de hoeveelheid glucose (=suiker) in je bloed. Je lever, die verantwoordelijk is voor het zuiveren van je bloed, probeert het bloedsuikerniveau naar normale waarden te krijgen door de suikers in je bloed om te zetten in vet. Vandaar dat je dik wordt van suiker.

 

Intermezzo:

Dopamine = een neurotransmitter, die betrokken is bij het beloningsgevoel/gedrag in je hersenen. Er is niet een continue productie van dopamine. Het wordt vrijgemaakt, als de hersenen het gevoel krijgen dat je beloont moet worden, zoals bij het eten, sporten, seks hebben en verliefd zijn. Je krijgt een positief gevoel, welke je wilt herhalen. ( Baby: eten is goed voor het lijf = dopamine = herhaling = groei baby).

 

Het effect van zoet & suiker op je hersenen

Maar het probleem in je hersenen is nog groter: je hersenen reageren op de smaak van zoet door veel dopamine aan te maken. Deze stof is verantwoordelijk voor het gevoel van plezier en blijdschap. Daarom voel jij je dus blij als je zoet eet. Ik zeg zoet, omdat niet alleen suiker verantwoordelijk is voor dit gevoel: ook suikervervangers zoals Sacharine zorgen hiervoor. Daarom is het eigenlijk ook geen suikerverslaving, maar een zoetverslaving.

Zoals elke stof die zorgt voor een verhoogd dopamine niveau (zoals cocaïne!), is ook zoetigheid erg verslavend. Als het dopamine niveau in je hersenen weer normaal is, wil je meer. Zo krijg je het gevoel dat je zoet moet eten, want je wilt je weer blij en vrolijk voelen. Een verslaving aan zoet en suiker lijkt heel erg op een drugsverslaving.

Krijg je die dopamine kick niet snel genoeg, dan gaat je lichaam reageren met ontwenningsverschijnselen. Je wordt onrustig, kunt nergens anders meer aan denken en je begint te trillen.

De grote vraag is dan natuurlijk: wat kun je aan een zoet- of suikerverslaving doen? Het antwoord is langzaam afbouwen. 'Cold Turkey' afkicken is erg moeilijk en zorgt er vaak alleen  voor dat je jezelf na een tijdje volpropt met allerlei dingen die niet goed voor je zijn, met alle gevolgen van dien.

CONCLUSIE

 

Zodra we geboren worden en we voeding krijgen, leren we dat we ons plezierig kunnen voelen, gelukkig kunnen voelen als we zoete voeding krijgen. Er wordt dopamine aangemaakt en we worden beloont voor ons gedrag. We leren.....

Onze ouders voeden ons naar beste kunnen op, echter iedere ouder laat wel een steekje vallen. Hierdoor kunnen we een gevoel krijgen van tekortkomen en oordelen dat over onszelf (immers, onze ouders zijn Goden, we zijn er van afhankelijk, we zouden het niet overleven als we tot de conclusie kwamen, dat zij fouten maakten. Het leven zou dan niet veilig meer zijn).

De mate van hechting en veiligheid welke we bij onze ouders ervaren, gecombineerd met onze levenservaringen, leiden ertoe dat we een beeld van de wereld krijgen.

We gaan hierop reageren en krijgen een zelfbeeld. Tevens leren we hoe met de pijn, verdriet, frustratie etc. om te gaan. We leren dat we dit bij andere mensen kunnen halen, echter als deze weg afgesneden is, zoeken we het in voeding en dan met name de suikers.

Hierdoor komen we niet meer bij onze werkelijke pijnen en frustraties uit en geraken verslaafd aan suikers, vetten en andere voedingsstoffen.

Een alternatief in dit geheel zou kunnen zijn het werken aan jezelf en ervaren wat je nodig hebt. Hiervoor mag onderzocht worden waar die pijn vandaan komt. In mijn ervaring blijkt dat heel vaak in de periode van de hechting te zitten.

Door hieraan te gaan werken, zal je een ander levenspatroon gaan ontwikkelen en zal het afkicken van suikers minder pijnlijk zijn. Onze psyche wordt dan als het ware afgeleid van de behoefte aan zoet.

Hierdoor kan een heling plaatsvinden.

 

 

 

 



1     Bron: www.voedingscentrum.nl

[1]             Duggan, Christopher; John B. Watkins, W. Allan Walker, Nutrition in pediatrics: basic science, clinical applications, PMPH-USA, 2008, 344

2                 Paul Poley | Gepubliceerd: 25-08-2011 | Gewijzigd op: 01-02-2016


© 2019 Het innerlijke kind - realisatie: BMT Media