AANRAKEN, EEN MOGEN OF MOETEN

 

1.    Inleiding

 
Al sinds de vijftiger jaren van de vorige eeuw, doet men onderzoekingen naar wat aanrakingen bij mensen te weeg brengt. Psycholoog Harlow werkte met de ijzeren moederaap met voeding  en de badstof, zachte moederaap. De jonge aapjes gingen zeer kort het eten halen bij de ijzeren aap om dan de veiligjeid bij de badstofaap te zoeken. 
Aapjes die geen keuze hadden en alleen bij de ijzeren moederaap konden vertoeven (lees: ze kregen genoeg voedsel), ontwikkelden zich minder sociaal, vertoonden minder behoefte om de wereld te gaan ontdekken en waren angstiger, er was meer stress.

Sinds enkele tientallen jaren, wordt er in de ziekenhuizen gekangeroed. Hierbij wordt de prematuur gedragen door de vader of de moeder in huid-huid contact. Het gevolg is een snellere groei en herstel van het te vroeg geboren kind.

Kinderen die niet aangeraakt worden, kunnen hierdoor sterven, hetgeen aangetoodn is in weeshuizen in Roemenië en in ziekenhuizen rondom 1800 n. Chr. 
 
Huid-huid contact is dus van belang, echter wat doet onze huid? 

2.     De huid

Onze huid kent vele functies:
  • een barrière met de buitenwereld
  • bescherming
    • tegen schadelijke beestjes
    • tegen Uv-stralen
    •  tegen beschadiging inwendige
  • warmteregulatie
  • aanmaak van vitamine D
  • locatie zintuigen. We hebben in de huid ongeveer een miljoen zenuwuiteinden. Hiermee kunnen we kou, warmte, pijn, aanraking, trillingen, druk en jeuk voelen.
  • sociale werking. Via de huid communiceren we met andere mensen. Denk aan schaamterood, kleur huid, al of niet gevlekt, puistjes etc.
 

3.    Wat zegt de literatuur over aanraking

 
Pieter Langendijk, psycholoog en auteur van het boek STRELEN, MASSEREN EN AANRAKEN (2009): “Weinig aangeraakt worden of zelfs helemaal niet, is voor een klein kind funest en voor een volwassene vroeg dodelijk. Hersenen en organen functioneren aantoonbaar beter bij voldoende lichamelijk contact, dat duidelijk preventief tegen stress is. Zeer uiteenlopende problemen en klachten, zoals gedrags- en huwelijksproblemen, migraine, reuma, kanker en stemmen horen, blijken samen te hangen met gebrek aan lichamelijk contact in de vroegste jeugd. Zelfs voor dementie, waaronder de ziekte van Alzheimer, blijkt er een verband te bestaan met gebrek aan aanraking in de kinderjaren. Als baby's voldoende gestreeld en gemasseerd zouden worden, zou het aantal ziekten en klachten spectaculair dalen en zouden ze als kinderen makkelijker leren. Als partners elkaar meer zouden aanraken, zouden er minder echtscheidingen zijn en zouden mensen langer leven. In de huid bevinden zich miljoenen zenuwreceptoren die in verbinding staan met het zogenaamde autonome zenuwstelsel en andere receptoren die in verbinding staan met de hersenen. Ook kennen we honderden acupressuurpunten die in relatie staan tot alle organen in het lichaam. Door strelen en masseren worden deze punten geactiveerd en gaan de hersenen en organen beter functioneren. Veel strelen en masseren maakt dat je beter bestand bent tegen stress, dat het immuunsysteem en het zelfgenezende vermogen beter werken en je je zekerder en opgewekter voelt.

David J. Wallin, klinisch psycholoog en auteur van het boek “Hechtingstherapie in de psychotherapie” (2010): “Hoe extremer de dreiging (Ik: bijvoorbeeld oorlogssituaties of 9/11) hoe krachtiger het verlangen naar verbondenheid, veelal via de concrete nabijheid van huid-op-huidcontact. Klaarblijkelijk kan lichamelijke nabijheid, onontbeerlijk voor het voortbestaan van het jonge kind, vaak als een emotionele noodzaak worden ervaren door oudere kinderen en volwassenen”[1].

Prof. dr. Bessel van der Kolk[2]: “De natuurlijkste manier voor mensen om te kalmeren is door aangeraakt, geknuffeld en gewiegd te worden. Dit helpt bij overvloedige arousal (Remke: stress, hoge spanning in en van het lichaam) en zorgt ervoor dat we ons heel, veilig, beschermd en beheerst voelen.
Aanraking, het elementairste hulpmiddel waarover we beschikken om te kalmeren, is uit de meeste therapieën verbannen. Toch kun je niet volledig herstellen als je je niet veilig voelt in je eigen lichaam. Daarom moedig ik al mijn patiënten aan om deel te nemen aan een of andere vorm van lichaamswerk, of dat nu therapeutische massage, de feldenkraismethode of craniosacraaltherapie is”.
Dan beschrijft hij hoe één van zijn medewerkers werkt. In het kort hier een opsomming:
  • het tot stand brengen van een persoonlijke band (vergelijk met vertrouwen baby in de vorm van hechting hier op aarde). In de Adult Attachment Therapy doet men dat door de cliënt zelf stapjes in de richting van de therapeut te laten zetten.
  • ik vraag wat ze nodig hebben. Willen ze op de buik of de rug liggen voor de aanraking
  • de cliënt houdt zoveel kleding aan als ze zelf willen. Ze moeten zich veilig voelen. De cliënt bepaald dus, net zoals in de AAT.
  • de eerste plek die wordt aangeraakt zijn de handen en onderarmen. Dit ervaren de meeste mensen als de veiligste plek.
  • als je wordt aangeraakt, wordt het deel van je lichaam dat wordt aangeraakt, als het ware wakker gemaakt. Daarom raak ik het “gehele” lichaam aan, daar er op sommige plekken onderliggende psychische spanningen liggen opgeslagen, waarmee dan aan de slag wordt gegaan.
 
 
Internet: twee willekeurige voorbeelden:
  • www.vuurvrouw.nu een site voor vrouwen in de overgang. Onder “borstgezondheid” staat er een verslag van een vrouw die een borstcorrectie had ondergaan op 17-jarige leeftijd. Tijdens de operatie had ze twee maal een ademstilstand en een BDE (bijna-doodervaring). Enkele jaren nadien had ze bij aanraking van haar borsten nare gevoelens. Het was alsof ze geen binding meer had met haar borsten. Aanraking gaf bij haar een soort schrikreactie.Uit onderzoek (thermografie) bleek dat er niets aan de hand was. Ze kwam bij een therapeut terecht, die borstweefseltherapie gaf. Tijdens de behandeling kwamen de oude weggeduwde gevoelens weer naar boven. Ze lag ineens weer op de operatietafel en voelde de emotie van het niet willen dat haar borsten kleiner gemaakt werden. Ze was boos, verbolgen, ze voelde zich uit haar kracht gehaald en begreep het niet. De therapeut behandelde de borst met aanraking/massage en de klachten waarvan ze zoveel jaren last had, verdwenen. Dit voorbeeld is een mooi voorbeeld, van het inzetten van het lichaam om onderliggende psychische fenomenen naar boeven te halen. M.i. is de huid dan ook een basis van opslag van veel emoties, welke in mijn praktijk ook duidelijk naar boven komt. Het enige wat ons hindert is onze eigen Innerlijke Criritucs, die graag transformeert naar Rechter over de buitenwereld.Dus ook tijdens het Innerlijke Kindwerk, kunnen kindstukken opgeslagen liggen op plekken van je lijf/huid, die niet zo evident zijn om “zo maar” aangeraakt te worden. Sommige aanrakingen worden daarom soms erotisch geïnterpreteerd, terwijl de therapeut die integer is, een zuivere intentie heeft.
 
  • www.zorgmassage.be hierop staat een onderzoek van Hans Berth, die een onderzoek deed naar aanraking bij kankerpatiënten. Het doet me deugd te lezen, dat holding ook als onderdeel van aanraking wordt gezien. Hij beschrijft dat als een lichte vorm van aanraking. Dit is wat we bij Adult Attachment Therapy ook doen, als de babytijd teruggehaald mag worden. Berth haalde een aantal studies aan, die aantoonden wat voor effect aanraking/massage had op kankerpatiënten:
  • invloed op de pijn en het brengen van rust (Filshie, 2010)
  • invloed op de slaap, zich kalm voelen, verminderde spierspanning, minder stress en relaxatie (Adams, White & Beckett, 2010)
  • angst en depressie (Benny & Gibbs, 2013)
  • betrouwbare vervanging voor medicatie (Myers, Walton & Small, 2008)
 

4.    Historie over aanraken


4.1.          Een beknopt overzicht

100 n. Chr.: In de bijbel staat, dat Jezus mensen aanraak als er genezing plaatsvind. Er gaat een kracht van hem uit. Er is Liefde die Hij deelt. Hebben wij deze goddelijke kracht niet allemaal in ons?
1800 n. Chr.: Aan het begin van de twintigste eeuw, had men een opvatting, dat het gedrag van kinderen alleen maar aangeleerd was. Ouders werden voorgehouden, dat moederliefde een ernstige bedreiging voor de gezondheid van de kinderen was. In de ziekenhuizen werden de wiegjes overdekt met muskietengaas en aanraking werd tot het minimum beperkt. Bezoek van de ouders was verboden. Het gevolg was, dat in sommige ziekenhuizen en instituten voor weeskinderen 90% van de kinderen binnen 1 jaar stierf. Ze overleden aan allerlei kinderziektes als mazelen of roodvonk. Niemand besefte echter dat de verminderde weerstand van het kind de oorzaak van het probleem was.
1940-1945: in Engeland werden 700.000 kinderen uit de grote steden bij pleeggezinnen op het platteland gebracht ter bescherming van de bombardementen. Een groot aantal van die kinderen leed aan bedplassen, concentratiestoornissen, nachtmerries en apathie, precies zoals de kleintjes die in ziekenhuizen en weeshuizen verbleven. Britse en Amerikaanse wetenschappers ontdekten, dat liefde en aandacht essentieel was voor het kind. Harry Harlow bewees de nood aan affectie met zijn aapjes ( ijzeren moeder met voeding vs. zachte moeder zonder voeding).
2000: de rol van neurotransmitters wordt steeds duidelijker. Zo ontdekt men dat als kinderen te weinig aangeraakt worden op de babyleeftijd, dat dit een lagere serotoninegehalte in hun hersenen tot gevolg heeft. En juist deze lage concentratie serotonine kan uiteindelijk leiden tot agressief gedrag, depressie en suïcidale neigingen op latere leeftijd.
Zo reageren de hersenen ook op de concentratie aan cortisol (stresshormoon). Baby’s die te weinig worden aangeraakt, hebben een te hoog cortisol-concentratie, welke invloed uitoefent op de grootte van hun hersenen en de mate van controle over hun eigen gedragingen.
Oxytocine komt daarentegen vaak vrij als de kinderen wel worden aangeraakt. Oxytocine is en stress regulerend hormoon dat vrijkomt bij intiem (lees: huid-huid contact en dus geen seksualiteit!!!) contact. Een hoog oxytocinegehalte bij de ouder en de baby zorgt voor een gezond hechtingsproces en de wens om sociale verbintenissen aan te gaan.
Dopamine en oxytocine zijn stoffen die op elkaar reageren. Dopamine speelt een belangrijke rol in het gedrag, het leerproces, de aandacht spanne, de motivatie en het welzijn. Dopamine geeft een ervaring van genot en blijdschap. Er is een verband tussen dopamine en het beloningssysteem van de hersenen.
2004: de start van de Amerikaanse Cuddleparties, welke een paar jaar later overvlogen naar Europa. Hierbij wordt er in een veilige setting aangeraakt, vaak in pyjama.
2008[3]: Sommige psychologen geloven, dat de behoefte aan warm lichamelijk contact van baby’s er onder andere is om aan het verlangen te voldoen om de omgeving van voor de geboorte na te bootsen. Technieken om de omgeving van de baarmoeder te imiteren, zijn onder meer het vasthouden in de handen, huid op huid contact en het badritueel bij baby’s. Knuffelen heeft een zelfde soort effect en doet de baby denken aan het constant gewiegd worden in het vruchtwater van de baarmoeder.
2010: David J. Wallin (zie boven)
2012: Het Helend Knuffelen komt naar Antwerpen en groeit uit tot een vaste waarde die elke maand terugkomt. Het nieuwsblad “De Morgen” schrijft hierover en citeert Lieve (40):Sinds ik klein was, kreeg ik te horen dat knuffelen aanstellerij is. Iets wat je niet deed waar anderen bij waren en vooral niet met vreemden, want zo lokte je seksueel of ongewenst gedrag uit. Voor mij voelt zo'n knuffelavond dan ook als een bevrijding. Je kunt anderen aanraken zonder verwachtingen, druk of angst. Het hoogtepunt is de groepsknuffel. Hoe lang die ook duurt, ze is altijd te kort. Op dat moment voel ik zo'n diepe verbinding met mensen van wie ik soms niet eens de voornaam ken, dus al zeker niet hun status of job. Het is zalig en zindert na. Aanraking is iets wat ik niet meer wil missen."
2016: Prof. dr. Bessel van der Kolk (zie boven)
 

5.    Aanraken en gezondheid

 
Verscheidenen onderzoekers hebben aangetoond, dat de meeste mensen die als baby of kleuter niet voldoende door hun ouders werden geknuffeld, gestreeld en gekust, later een slechtere lichamelijke toestand hebben. Een tekort aan aanraking geeft een gevoel van stress ( de kalmerende werking van aanraking wordt niet ervaren). Door deze stress-gevoelens wordt er meer cortisol aangemaakt, waardoor onze hersenen minder groter groeien. Dit heeft invloed op je gehele leven.
De reden van die slechtere weerstand is, dat je minder antistoffen aan gaat maken als je niet genoeg wordt aangeraakt.
Onderzoekers toonden aan, dat mensen sneller herstelden van zware inspanning, wanneer zij lichaamscontact hadden. Dit effect was groter bij hen die aangeraakt werden door hun eigen partner. Waarschijnlijk, omdat deze aanrakingen vertrouwd zijn (zie oxytocine)
 

5.1.          Affectieve verwaarlozing

5.1.1.   Definitie

Onder affectieve verwaarlozing verstaan we de emotionele verwaarlozing, waardoor het aangaan van vertrouwensrelaties op latere leeftijd vaan ( zeer) moeizaam gaat. Volgens Sigmund Freud zijn juist de eerste 5 jaar van het leven van een kind hier erg gevoelig voor. Hier ligt dus de Window van de aanraking. Wat het kind dan nodig heeft is liefde, troost, aandacht, gezien en gehoord worden, veiligheid, begrip en ….. aanraking.

5.1.2.   Gevolgen van affectieve verwaarlozing

Door de liefde en veiligheid, zullen de hersenen in voldoende mate groeien. Immers er is weinig cortisol, omdat je ouders de stress als het ware opvangen. Daardoor kunnen je hersenen doorgroeien. Er kunnen veel meer verbindingen ontstaan ( en dus veel meer beslissingsmogelijkheden van je systeem), dan wanneer je onder druk staat, cortisol produceert en daarmee je hersenen klein houdt. Je leeft niet je bent aan het overleven. Je gebruikt dan maar een deel van je eigen potentieel.
.  

5.2.          Huidhonger

Huidhonger krijg je bij een gebrek aan of verlangen naar huidcontact. Er is een nood om aangeraakt te worden. De mensen voelen intuïtief dat er iets in hen in gang mag worden gezet. Vaak weten ze niet precies hoe en wat, maar wel dat het in een vorm van aanraking mag gebeuren.  En deze aanraking moet veilig zijn. ER mag een duidelijke omkadering zijn van wat wel en wat niet kan. Pas als die veiligheid gegeven wordt, kan men zich overgeven aan die aanraking. let wel: in mijn opinie kan een dergelijke aanraking alleen effectief zijn, als de juiste neurotransmitters erbij betrokken zijn. In gewoon mensentaal betekend dit dus: oxytocine en dopamine. De stresshormonen mogen achterwege blijven.
 

6.    Het autonoom zenuwstelsel in het (zeer) kort

We kennen een willekeurig en een onwillekeurig zenuwstelsel. We kunnen onze armen en benen buigen en strekken. Dat komt omdat het aan onze willekeur onderhevig is. Daarentegen kunnen we niet ons hart sneller laten slaan, onze pupillen groter of kleiner maken etc. Dat is het onwillekeurig deel van onze zenuwstelsel.

6.1.          (Ortho)-sympathische evenwicht

Binnen het onwillekeurig zenuwstelsel zit er een hersteller en een activator. Na zwaar tafelen, willen we herstellen en is de Parasympaticus (PS) actief. Willen we vechten of vluchten, dan hebben we spieren nodig, en dan is de Orthosympaticus (OS) actief.
Onder traumatische omstandigheden wordt er een zeer groot beroep gedaan op de OS. Dit kan soms zo’n invloed uitoefenen op ons lichaam, dat er op de noodknop gedrukt wordt (Stephen Porges). Hierdoor klapt het zenuwstelsel in elkaar. je wordt als het ware beveiligd voor oververhitting. Dit is het bevriezen. De prikkel die een emotie geeft is zo overheersend, dat alleen een bevriezen nog helpt. Door dat bevriezen voelen we niet en staan we energetisch op een laag pitje.

6.2.          N. vagus

Tijdens het bevriezen klapt de achterste tak van de n. vagus, de tiende hersenzenuw dicht. Het is het laatste stadium om te overleven. Het jammere is echter, dat die tak dichtgeklapt blijft, ook al is de oorspronkelijke prikkel verdwenen. Dit dichtklappen van die tak van de n. vagus kan tot allerlei lichamelijke klachten leiden.

6.2.1.   Lichamelijke klachten bij het op slot gaan van de n. vagus 

De n. vagus beïnvloed een groot deel van ons lichaam. Hij heet niet voor niets zo. Immers vagus is afgeleid van vagebond wat landloper of zwevende betekend. Hij heeft gevoelstakken en motorische takken. Hij innerveert delen van het hoofd, , borst- en buikholte en ingewanden.

6.3.          Oxytocine

DE n. vagus is direct verbonden met een groot netwerk van oxytocine-receptoren. Dit zijn de neuropeptiden, die nauw betrokken zijn bij ervaringen van vertrouwen en liefde. Wanneer de n. vagus geprikkeld wordt door de n. vagus, zal de bevriezing opgeheven worden, immers de stresserende prikkel wordt vervangen door die van liefde (en leren we dit niet al in onze kinderjaren: “Liefde overwint alles?”)

6.3.1.   Oxytocine en free-hugs

Daar geloof ik dus niet in. Voor een hug moet je eerst iemand vertrouwen. Pas als dit vertrouwen er is, kan er oxytocine geproduceerd worden. Anders blijft men waakzaam en produceert men cortisol en adrenaline.

6.4.          Herstelvermogen van de hersenen

Onze hersenen zijn een  dynamisch gebeuren. Ze kunnen zich herstellen. Echter daar zijn wel voorwaarden aan verbonden. De belangrijkste voorwaarden zijn: dat de sociale omgeving van grote invloed is. Ook als men lichamelijke contacten heeft, zal het herstelvermogen van de hersenen toenemen.[4]
In 1940 ging Kennard er vanuit, dat het herstelvermogen van onze hersenen het grootst was op jonge leeftijd, als de groei en ontwikkeling nog in volle gang is. De plasticiteit van de groei, het vermogen van de hersenen om zich flexibel aan te passen, zou ervoor zorgen dat een hoge mate van herstel mogelijk is.
In 1999 bleek uit een onderzoek van Anderson en Taylor, waarbij ze keken in hoeverre de hersenen van kinderen herstelden na hersenvliesontsteking, dat kinderen in een gezonde gezinssamenstelling  (lees: veiligheid, aanraking, uitvalsbasis etc.)  beter herstelden dan kinderen in een minder veilige omgeving. [5]
 

7.    Beroepscodes van het aanraken


7.1.          De diverse beroepsgroepen en aanraking

We kennen binnen de beroepsgroepen verschillende codes van aanraking. De psycholoog, psychiater, maatschappelijk werker etc. kennen allen hun eigen code. De beroepscodes verduidelijken de regels waar men mee werkt.
Waar het is essentie om gaat, is dat men respect moet hebben voor de cliënt. Gaat het over respect, dan gaat het over:
  • de informatieplicht van de therapeut (de cliënt heeft recht op vrije deelname en inzagerecht)
  • de zijgplicht van de therapeut (de cliënt heeft recht op privacy en vertrouwelijkheid)
  • de plicht van eerbied voor morele waarden van de therapeut (de cliënt heeft zelfbeschikkingsrecht)

7.1.1.   De plicht van eerbied voor de morele waarden

In het kader van deze lezing, hecht ik er waarde aan hier kort op in te gaan. Immers, we raken aan, mag dat wel? En zo ja, wanneer wel en waar?
Dit heeft veel te maken met integriteit. Integriteit behartigt de waarden als: eerlijkheid, rechtvaardigheid, betrouwbaarheid, onomkoopbaar, liefde voor de waarheid.

7.2.          De weg van verbod op aanraking naar een voorzichtig aanraken binnen de psychologie

Jaren lang stond er in de Nederlandse deontologische beroepscode van psychologen, dat aanraken niet mocht. (NIP: Nederlands Instituut van Psychologen). Dit veranderde in de zomer van 2003. Binnen de NIP kwam er een sectie voor lichaamsgerichte psychologen. Ze moesten wel, want anders bleven ze achter. Sinds de jaren zeventig gingen steeds meer mensen naar methodes die voorbij gingen aan het denken en die het voelen centraal stelden: rebirthing, chakra-healing, psychodrama, bio-energetica en Sexual Grounding.  En veel van deze technieken moedigde het al of niet naakte lijfcontact aan. En men boekte resultaten, resultaten die de psychologen na jaren lang (soms meer dan 15 jaar) wekelijkse praatsessies niet konden boeken. Men moest dus wel reageren.
Veel tegenstanders van het aanraken van de cliënt kwamen met het verhaal, dat al die aanraking therapieën, geen wetenschappelijke fundering hadden. Er was niets bewezen. Echter zij kregen een koekje van eigen deeg, toen bleek dat vele psychologische methodes ook geen wetenschappelijk bewijs met zich meedroegen.
Ondertussen heeft de Lichaamsgericht Werkend Psycholoog binnen de NIP voeten aan de grond gekregen en maakt o.a. gebruik van aanraking, adem, stem, energie, beweging, houding, aandacht of een combinatie hiervan. Een hele stap voor mensen die achter Descartes aanliepen, die zei: “Ik denk dus ik ben”.

7.3.          Praten lost toch ook problemen op?

Huidcontact is de meest intieme vorm van communicatie tussen twee mensen. Huidcontact zegt meer dan woorden. Met huidcontact kan je de subtiele gevoelens van tederheid en verbondenheid voelen. Je kan voelen wat die andere bedoelt. Je voelt het als echt of onecht, en dat terwijl woorden soms iets maskeren.
Met woorden halen we herinneringen op, echter ons lichaam kent een veelvoud aan al dan niet traumatische ervaringen, welke opgeslagen liggen in het gehele lichaam. Iedere persoon die wel eens een ander gemasseerd heeft, kent het fenomeen, dat die andere soms ineens in huilen uitbarst. Je hebt dan zo’n gebied in de huid geactiveerd.
Maar waar komen die trauma’s vandaan? Dat kan effectief een trauma zijn uit de kinder of jeugdjaren, echter het kan ook iets zijn, wat we als “normaal” ervaren, zoals een gemis van de ouders, couveusekinderen, nare tijd na geboorte.
Komt dit voor het achterste levensjaar voor, dan “weten” we er niets meer van. Daarna “weten” we het wel. De reden hiervan is, dat we rondom ons achtste jaar ons taalcentrum in de hersenen ontwikkelen. (Centrum van Broca (motorisch taalcentrum), en Centrum van Wernicke (het sensorische spraakcentrum).
 

8.    Voorwaarden aanraken?


8.1.         Het I.K. , de Volwassene en de aanraking

Ik stel me op het standpunt, dat een aanraking alleen geoorloofd is, als de andere persoon, die aangeraakt wordt, daar mee eens is. Ik heb dus toestemming nodig van de cliënt. In mijn praktijk komt het er bij mij op neer, dat de cliënt er zelf om vraagt, waar (locatie) en op welke manier (gekleed of ongekleed) die wil worden aangeraakt. Iedere volwassen persoon  draagt de eigen verantwoordelijkheid en ik ga ervan uit, dat die volwassene kan beslissen wat die wel en wat die niet wilt meemaken/ervaren.
De persoon zal dus ten alle tijden zelf moeten aangeven wat die wil (iets wat binnen het Innerlijke Kindwerk en AAT ook logisch is, omdat de behoefte/het Kind geen stem heeft en de Volwassene in het hier en nu, de enige is die kan aangeven wat die nodig heeft).
Wij vragen de cliënt dan ook altijd te voelen !!! wat die nodig heeft om dat als Volwassene te uiten. Ik werk dan ook met fases van 10 minuten, waarbij er tussentijds steeds een reflectie is vanuit de Volwassene.
Bij mensen die “achteraf” zeggen dat iets niet fijn was, kan er dus een goed functionerende volwassene zitten. Het kan zelfs zijn, dat er een “geweldig, dit is geheel mijn ding” tijdens de aanraking is en twee dagen later die persoon zich niet goed voelt. Dan is er een kritisch stuk actief, dat tijdens de gewaarwording niet aanwezig was. Pas als het effect van de aanraking (lees: oxytocine) uitgewerkt is, kan de Criticus weer actief worden. Je kan dit verklaren doordat de cliënt in zijn/haar gevoel komt door de oxytocine en voelt!!! wat die werkelijk nodig heeft. meestal zit het onderliggende trauma dan onder de 8 jaar. Zodra het positieve effect van de aanraking verdwenen is, komt het hier en nu = het denken weer naar boven en neemt het hoofd/het denken het over. Men gaat twijfelen en laadt het denken op met meningen van anderen, wat er verder voor zorgt dat alles wat men gevoeld heeft teniet wordt gedaan. Dit is voor mij dan de reden verder te gaan met technieken als Voice Dialogue, om de innerlijke wereld van de cliënt open te leggen.
Om onderliggende vastzittende signalen van trauma’s op te sporen, zal ik dus nagenoeg het gehele lichaam van de cliënt aan kunnen raken (ik raak nooit de Yoni of Lingham of anus aan).  De aanraking gaat dus ver, echter heeft nooit en te nimmer een seksuele lading. Het is juist deze grens die een veilige of onveilige situatie voor de cliënt aangeeft.
 

8.2 Intimiteit en seksualiteit

Ik denk dat wij allen nood hebben aan intimiteit. Ik denk echter ook dat we ons dat vaak niet gunnen of niet durven (zie einde dit verhaal). Toch nodig ik iedereen uit die een partner heeft, hier eens mee te gaan experimenteren. Vaak wil huid-huid contact voor veel mensen zeggen, dat er seks moet zijn. Niets is echter minder waar. Spreek eens met je partner af, dat je GEEN seks met elkaar zult hebben, maar gewoon minimaal een uurtje, in elkaars armen gaat liggen, zonder kleding. Ik zal je nu al zeggen hoe je je gaat voelen: rustig, ontspannen en vredig (laat het me horen ????).
Hoe komt dat nu? Wel als je seks hebt, komen er andere hormonen vrij dan wanneer je intimiteit/ huid-huid contact hebt. Oxytocine zorgt ervoor dat je je rustig en ontspannen voelt en dat er een binding/hechting ontstaat. Er ontstaat een vertrouwen, welke we sociaal nodig hebben.  Bij seks daarentegen komen er stresshormonen vrij ( o.a. adrenaline en cortisol). Je zou zelfs kunnen zeggen: seks is een soort vechten.
Seks hou je dus ook niet zo lang vol. Ja, ja, ik hoor je zeggen: ik wel anderhalf uur. Wel, koester dat, je bent een uitzondering. De meeste mensen zijn na 10 minuten wel uitgeteld. En intimiteit? Wel dat kan een gehele avond duren als je wilt. En vooral: let eens op uw gevoel…
 

9.    Hoe aan te raken


9.1.          Huid-huid contact: gekleed of deels gekleed?

Zoals Wallin en Van der Kolk al aangaven, is er iets met de noodzaak van huid-huid contact. In het begin van mijn carrière (sinds 1979 als fysiotherapeut en sinds 1989 als Innerlijke Kindtherapeut en later Adult Attachment Therapeut),  dacht ik er niet aan huid-huid contact aan te gaan met mijn cliënten. “Het hoorde niet”, “Is niet ethisch”, “Staat niet in de beroepscode” en meer van dergelijke redenen waren er aan te voeren. Ik hield me daar braaf aan, echter een behoorlijk deel van mijn cliënten, beginnen, toen ze eenmaal gewend waren aan mij en er een vertrouwensband aanwezig was, zelf te vragen: “Mag ik mijn T-shirt uit doen, als ik bij je weg kruip”, “Zou je onder mijn trui op mijn rug willen strelen in plaats van er overheen”.
Dit soort uitlatingen brachten mij ertoe de cliënten te observeren. Als men vertrouwd met je was, kropen ze steeds dichterbij en dan was de enige barrière tussen mij en mijn cliënt de T-shirt, BH of trui. Men gaf zelf actief aan, dat men dichterbij wilde. ”Ik wou dat je een ritssluiting had, dan deed ik die open en kroop er in, zoals een kangoeroe met zijn buidel”.
Ik vroeg me af of dit aan mij lag. Was er iets wat ik deed, waarom de cliënt zo reageerde?
Toen mijn vrouw mij assisteerde en een man bij haar wegkroop (met een traumatisch verleden van een hartoperatie op zeer jonge leeftijd) vroeg die hetzelfde, en dat terwijl ik er nooit met hem over gesproken had.
is er dan een nood om dicht bij elkaar te zijn? Is er dan een nood aan huid-huid contact maar wordt door angsten van misbruik, seksualiteit, intimiteit etc., weggeduwd? Ik denk van wel. We hebben een collectieve mening over aanraking, echter de nood is groot. Ik durf zelfs te stellen, dat de wereld er een heel stuk mooier uit zou zien, als we collectief meer gaan aanraken (let wel, geen seksualiteit). De binding en de sociale interacties zouden dan beter zijn. Maar de wereld gaat juist in de omgekeerde richting. De IT zorgt ervoor dat we minder aanraken, en dat terwijl we het zo nodig hebben.
De vraag: "Huid-huid contact, gekleed of deels gekleed" is in feite gemakkelijk te beantwoorden. De veiligheid van de clinet en het vertrouwen moet voorop staan. Er moet immers oxytocine aangemaakt worden. Ik kan aan de buitenkant van de cliënt niet zien hoe de binnenkant aanvoelt. Dus het simpele antwoord is: "De cliënt bepaald", mits het niet over mijn eigen grens gaat.
 
Mijn werk is niet Evidence-based, dat wil zeggen er is geen wetenschappelijk bewijs. Echter van de kleine 200 cliënten die ik nu met AAT heb behandeld sinds 2015, reageren meer dan 80% erg positief, wat inhoud, dat ze stopten met de therapie en dat het doel, waarvoor ze bij mij kwamen bereikt was. Ze voelden zich rusitger, meer in zichzelf (thuiskomen bij zichzelf) en ook hun kidneren reageerden positief op de verandering van de ouder. Waar dit exact aan ligt weet ik niet, maar het zijn wel mensen die vaak al een jaren lange zoektocht achter de rug hebben en ervaren hebben dat lijfcontact niet een mogen is maar een moeten. 
 
Dank u voor uw aandacht.
 
 
 
 
 


[1] David J. Wallin, gehechtheid in de psychotherapie pag. 13. Uitgeverij Nieuwezijds 2010
[2] Prof. dr. Bessel van der Kolk, pag. 296 – 299. Uitgeverij Mens! 2016
[3] www.babysensory.com
[4] 2001 symposium Göttingen, Duitsland.
[5] Bron: Handboek klinische ontwikkelingspsychologie. Auteur P.J.M. Prins en C. Braet. Uitg. Bohn, Stafleu, Van Loghum, Houten 2008


© 2018 Het innerlijke kind - realisatie: BMT Media