Lezing t.b.v. Inspiratiedag 14 februari 2018 
 

1.    Inleiding

 
Alles begon met Adam en Eva, althans zo zegt de bijbel. Adam en Eva waren gelukkig in het paradijs. Ze liepen met God in de Hof van Eden. Eden is de plek van uitgelezen schoonheid en levenskracht. God is Liefde. Dus Adam en Eva liepen in volkomen liefde op een plek van volmaaktheid.
Als je nu gaat vragen aan de mensen wat er toen gebeurde, zeggen ze: Eva at van de appel en gaf het door aan Adam. Echter dit klopt niet. Er was geen sprake van een appel.
Gen.2:16-17> Van alle bomen in de tuin mag je eten, maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad. Wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven.
Als we hier even bij stilstaan, staat er dus, dat als je kennis hebt van goed en kwaad, dat je dan weet wat goed en fout is. Dat je dan gaat oordelen. Als je gaat oordelen ga je dus weg van de liefde en zal je dus niet meer omringt worden door de liefde . Je zal niet meer lopen in het paradijs, de omgeving waar alles goed is.
 

2.    Het begin

 
In mijn denken, ga ik ervan uit, dat wij een ziel hebben. Een ziel welke verbonden is met het goddelijke. Hierbij versta ik onder het goddelijke de Liefde. Je zou dit kunnen symboliseren als alle zielen bij elkaar, die niet geïncarneerd zijn.
Wij maken daar allemaal een onderdeel vanuit. Wij zijn een klein stukje Liefde, welke geïncarneerd is in dit leven.
Er is dus een moment dat we een lichaam krijgen. Onderzoekers zijn het er niet over eens, wanneer deze incarnatie plaatsvind. Sommigen zeggen bij de conceptie, anderen zeggen bij de geboorte.
Ik denk dat het er ergens tussenin zit en wel op het moment dat we de baarmoeder binnen gaan. We zijn dan van eicel/zaadcel geëvolueerd naar een blastocyt. De embryo is nu 4 dagen oud en alle cellen zijn ongedifferentieerd. En dan komt het wonder. Hoe komt het dat elke cel weet, dat het een maagcel moet worden welke zuur produceert, of een spiercel wat voor de beweging mag zorgen? De wetenschap is hier nog niet uit.
Koppelen we dit nu eens met een ander fenomeen: de reïncarnatie. Prof. Ian Stephenson, professor psychiatrie universiteit van Virginia heeft ontelbare gevallen van mogelijke reïncarnatie onderzocht. Zijn conclusie is: Tenzij men begint met aannames, dat reïncarnatie onmogelijk is, het de eenvoudigste en meest overtuigende verklaring is voor een groot aantal gevallen die hij onderzocht heeft.
Het unieke van zijn onderzoek is, dat hij ook fysiek bewijs meegenomen heeft in zijn onderzoek. Zoals de vorm van een moedervlek, aangeboren defecten van het lichaam en eczeemplekken.
Als we nu naar zijn conclusies kijken en naar de aanname, dat er een ziel is die van het ene lichaam naar het andere gaat, zou het dan niet kunnen zijn, dat die ziel de drager is van gegevens van het ene lichaam in het andere? Zou het dan niet zo kunnen zijn dat die ziel, wanneer die incarneert, de differentiatie in gang zet, precies zo, dat die moedervlekken of eczeemplekken bij die nieuwe persoon exact worden overgezet?
 

3.    Invloed in de baarmoeder

 
Als, hetgeen hierboven waar is, krijgen we dus al bij het begin iets mee van een vorig leven.
Maar ook in de baarmoeder staan we onder invloed van de emoties en levenswijze van onze moeder. Het is al bewezen, dat als de moeder veel stress heeft, dat de baby dan kleinere hersenen heeft bij de geboorte en dat diens stresshormonen peil ook hoog is.
Dat dit niet te ver gezocht is, laat Prof. Bea van den Bergh, universiteit Tilburg zien. Zij doet onderzoek naar de effecten uit de periode dat we in de buik van onze moeder zaten, op ons als (jong) volwassenen. In haar studie wordt er o.a. gekeken of er verschillen zijn in HRV (Heart Rate Variabiliteit, oftewel de variatie in duur tussen een serie achtereenvolgende harslagen) en cortisol spiegels (stress hormoon) bij de jong volwassen (26 jaar) in relatie met stress, boosheid en zwaarlijvigheid van de moeder tijdens de zwangerschap. Ook wordt er gekeken naar de ERP ( deeltjes van een EEG, waarmee men de cognitieve functies kan onderzoeken).
Onze moeder heeft dus een grote invloed op ons, wat betreft onze eerste stappen in onze ontwikkeling in de baarmoeder. En als die moeder nu eens een niet ontvankelijke baarmoeder heeft, ik bedoel hiermee, dat je als kind niet welkom bent, of dat je geen liefde van die moeder ervaart, (immers, je bent een eenheid met die moeder, wat zij voelt voel jij ook), dan kan je wel eens het gevoel krijgen van: Dit is een foutje, ik hoor hier niet, ik mis hier de liefde vanwaar ik gekomen ben, ik hoor hier niet.
 

4.    Onthouden en leren in de baarmoeder

 
Onze hersencellen hebben o.a. een functie van leren. Door te leren kunnen wij overleven, immers, we herkennen potentiele gevaren en we herkennen mogelijkheden om onze soort te laten voortbestaan. Dit leren vindt o.a. plaats in onze hersenen. vandaar dat het interessant is te onderzoeken wanneer er neurale cellen zijn, die eventueel iets kunnen leren.
En dan komen we al snel uit in de vroege tijd van de embryologie. Op de 19de dag verschijnt er iets wat een neurale plaat heet. Aan de craniale kant van deze plaat, is die al wat dikker. Daar vormen zich dan ook de hersenen. Het caudale deel gaat het ruggenmerg vormen. Rond de 21ste dag plooit die plaat zich en begint er zich een buis te ontwikkelen. Zo rond de 29ste dag is dit proces voltooid wen groeit deze buis verder uit tot de hersenen en het ruggenmerg.
Wat ik hiermee aan wil tonen, is dat er al zeer vroeg cellen zijn, die eventueel de potentie hebben te leren en zaken op te slaan. Met name datgene opslaan wat veilig is en wat niet veilig is.
Te ver gezocht? Op Youtube staan filmpjes van embryo’s van 4 weken oud, die vluchten naar de andere kant van de baarmoeder, als er een naald aankomt voor abortus. Hoe weet deze embryo dit, als er geen hersencellen zijn die die vlucht kunnen coördineren?
Ik denk dan ook, dat we kunnen concluderen, dat we al zeer jong in de baarmoeder signalen oppakken van onze moeder en dat dit al een beeld gaat geven van hoe de buitenwereld eruit gaat zien.
 

5.    De geboorte en trauma

 
Op zich is het proces van geboren worden en traumatische beleving voor het kind. Het kan niet vechten en het kan er niet mee vluchten. Het mag zich er dus geheel aan overgeven. Het zal het gevoel dus een beetje bevriezen.
Een maal geboren is er één zintuig welke optimaal functioneert: de neus. De baby heeft met name een voorkeur voor zoete geuren. Zo is aangetoond, dat een baby liever banaan en vanille ruikt, dan garnalen en eieren.  En op zich is dit logisch, daar de geur hem helpt zijn voeding te zoeken: de eerste moedermelk, het colostrum. Dit colostrum is de moedermelk, welke het kind de eerste paar dagen krijgt. Colostrum is meestal gelig en vrij dun. Het bevat o.a. eiwitten en lactose (melksuiker). Colostrum heeft invloed op endorfine en dopamine productie, stoffen die gemaakt worden bij een goed gevoel.  De colostrum zorgt dus voor een vorm van troost.
Door de aanraking van het kind, wordt er oxytocine aangemaakt, welke voor de binding tussen moeder en kind zorgt.
Deze combinatie van oxytocine en dopamine, zorgt ervoor, dat het kind getroost wordt en dat het zich welkom mag voelen op aarde. Deze stoffen worden echter alleen aangemaakt, als het kind zich veilig kan voelen. En of het zich veilig kan voelen heeft o.a. te maken met de basishouding van de moeder.
 

6.    Noden van het kind en basishouding van de moeder

 
Een mens is per definitie een sociaal wezen. We zijn groepsdieren. We doen er alles aan om in die groep te blijven. Daarom willen we lief gevonden worden.
Ons gehele zenuwstelsel is hierop geënt. Zien we iemand vallen, dan zullen we zelf snel reageren. Ook zal ons zenuwstelsel ons meteen laten ervaren, of iemand goede of kwade bedoelingen heeft. Dit zien we snel aan de gezichtsuitdrukkingen.
Als baby weten we dit al. Een blijde moeder wordt met schaterlach ontvangen. Een boze moeder krijgt een verdrietig kind te zien. Dit meevoelen met de andere noemen we resonantie of spiegelen. De zenuwcellen die hierbij horen zijn dus actief bij de ontvanger van de signalen van de andere sociale partner (kan dus ook moeder-kind zijn).
Angst, stress en overbelasting kunnen de werking van de neuronen aantasten. Angst en stress doen de signalenfrequentie afnemen bij angst en stress. Is zelfs die angst en stress heel groot, dan verdwijnt het sociale invoelingsvermogen van de mens.
Als de moeder dus zelf gestrest is, kan ze de behoeftes van haar eigen kind niet herkennen en inschatten. De moeder is echter wel de mal waarin het kind zichzelf leert kennen. Als de moeder echter geen spiegeling geeft, zal het kind er zelf alleen voor staan. De ontwikkeling van spiegelneuronen zal dan achterblijven, waardoor dit vermogen op volwassen leeftijd ook minder is. Het volwassen kind kan dan slecht aanvoelen wat de andere bedoelt. Het kind leert dus minder gemakkelijk hoe het is relaties aan te gaan. Het gevolg is dat er wezenlijke tekorten in het ontwikkelen van gevoel voor eigenwaarde, de capaciteit om te relateren en het verwerven van vaardigheden ontstaat.
Wat heeft het kind dus nodig?
  • de spiegel van de moeder
    • liefde, warmte, geborgenheid, voeding, veiligheid, gehoord en gezien worden
  • de ouders als voorbeeld
 

7.    Van het kind naar de volwassene

 
Wat is het kenmerkende van de volwassene? Een volwassene is iemand die in het hier en nu leeft en die verantwoording draagt voor zijn eigen daden. Hij is rationeel en logisch denkend.
Je kan pas volwassen zijn, als je een veilige uitvalsbasis en een veilige haven hebt ervaren in je leven. Zo leer je veilig de wereld te verkennen. 
Vele volwassenen hebben deze ervaring echter niet. In feite zijn ze achter gebleven in hun groei. Ze zijn in behoeftige kinderen in een volwassen lijf. 
Het voert hier nu te ver om alles uit te kauwen, maar één van de gevolgen van een mislukte hechting is, dat mensen verlatingsangst of bindingsangsten kunnen krijgen.
Bij verlatingsangsten zien we vaak een onderbreking van de liefdesstroom. Vaak heeft het kind wel de ervaring van liefde gekend, echter door de opvoeding is deze ineens afgesneden van die liefdesstroom. Dat kan vele oorzaken hebben: moeilijke bevalling en dan in couveuse terecht komen, een moeder die niet aanwezig kan zijn, overlijden van hechtingsfiguur, naar de crèche brengen en dan een vreemde die over je waakt, in een slaapkamer gezet worden met babyfoon, en dan niet weten dat je ouders 10 meter verder slapen, etc. Het zijn dus allemaal situaties, waarin het kind heeft ervaren, dat er een veiligheid en liefde was, echter dast die niet vanzelfsprekend is. Ze zijn dan als volwassene panisch op zoek naar die zekerheid en hechting en laten die hechtingsfiguur niet meer los (claimen).
Bij de bindingsangsten is het geheel anders. Die hebben niet de ervaring van liefde en warmte. Die ervaren vaak de andere als lastig en bedriegend. Vaak is er een ouder, die hen teveel op de nek zat en prestaties veel belangrijker vonden dan de mens die hij is. Het kind gaat zich voorbeeldig gedragen en scoort hoog op school. Hiermee verloochend hij zijn eigen inborst en liefde. Hij richt zich op de natuur, en de dieren en vind close contact met andere mensen mar niets. Vaak zie je hen op hun kamer uitgebreid bezig met iets en willen ze niet gestoord worden. Je zou kunnen zeggen, dat het emotionele kluizenaars lijken te zijn. Ik zeg duidelijk lijken, omdat diep van binnen er een enorme stress zit: Doe ik het wel goed; Ik heb je nodig, maar ik weet niet hoe.
 
TEST: Ben je nu iemand die bindingsangst heeft? Een simpele test is het geven/vragen van een oprecht knuffel. Iemand met een bindingsangst doet misschien wel de handelingen, echter vind het allemaal maar niets en hoeft niets van dat kleffe gedoe te hebben.
Iemand die geen hechtingsproblematiek heeft, of iemand met verlatingsangst, zal zonder meer een knuffel geven, zeker als iemand bekend is voor die persoon.
 

8.    De n. vagus

 
Stephen Porges heeft aangetoond, dan de achterste tak van de n. vagus dichtklapt, als de stress te groot wordt. Dit is een beschermingsmechanisme van het lichaam. Zeg maar, een mechanisme die doorbranden voorkomt. 
Als dat dus gebeurt, zal je dat terug kunnen vinden in die gebieden, die door de n. vagus verzorgt worden: gehele hoofd, keel, stembanden, nek-schouder, spieren op de hoge rug, longen, hart, maag, darmen, blaas.
Prof. Madrid heeft aangetoond, dat veel astma patiënten in de jonge leeftijdsgroep, een indirect gevolg is van het dichtklappen van de n. vagus.
In Vlaanderen zullen ze dan zeggen: Amai, daar ben je dan vet mee. En ja, je kan daar je gehele leven mee rondlopen, met alle gevolgen van dien.
 

9.    Oxytocine

 
Bekijken we die n. vagus nu eens nader, dan zullen we kunnen zien, dat er in de achterste tak drie kernen zitten, die uitermate gevoelig zijn voor oxytocine. En als we nu eens kijken naar het geboorteverhaal hierboven, dan kunnen we zien, dat juist diezelfde oxytocine aangemaakt wordt door het kind, als die de eerste moedermelk krijgt en er huid-huid-contact is.
Die aanmaak van oxytocine zorgt er dus voor, dat de bevriezing van de n. vagus ongedaan wordt gemaakt. De natuur heeft het als het ware zo voorzien, dat na de onvermijdelijke traumatische ervaring van de geboorte, met daarbij het dichtklappen als bescherming van de achterste tak van de n. vagus, er een troostmoment is: namelijk het vrijkomen van de oxytocine in combinatie met het zoete van het colostrum, waardoor er dopamine (feel good hormoon) geproduceerd kan worden.
Bij een ontspannen moeder, wiens spiegelneuronen optimaal werken, en die dus het kind datgeen geeft wat het kind nodig heeft, zal er dus veel oxytocine aangemaakt worden. De eerste sociale binding is dan een feit.
Indien er echter geen moeder is, of dat het niet veilig is voor het kind, of welke andere, voor het kind onverkwikkelijke situatie er is, dan zal het kind in die traumatische ervaring blijven steken. Het zou zelfs zo kunnen zijn, dat dit een oorzaak kan zijn van chronisch huilen van het kind, maar dat is een idee, welke nog niet bewezen is. Wat wel aangetoond is, dat deze kinderen het contact, de aanraking niet meer vertrouwen en dus afstand houden. Ze wapenen zichzelf met een dikke muur rondom hun emoties en zorgen ervoor dat ze snel op zichzelf kunnen komen te staan.  Gezien het feit dat dit de ouders vaak nog eens goed uitkomt, en het kind daarmee gestimuleerd wordt, zorgt ervoor dat close contact voor deze kinderen niet gemakkelijk weggelegd is.
 

10.                      Adult Attachment Therapy®

 
Uit bovenstaande kan blijken, dat het kind de volgende zaken nodig heeft:
  • veiligheid
  • vertrouwen
  • liefde
  • gehoord en gezien worden
  • lichamelijk contact
  • gespiegeld worden
 
Op deze behoeftelijst is Adult Attachment Therapy® geënt.
 

11.                      Hoe verloopt de sessie bij de Adult Attachment Therapy®

 
Adult Attachment Therapy® begint altijd met het aangeven van de grens van nabijheid tussen de therapeut en de cliënt. Hier bepaald de cliënt zelf hoeveel ruimte er tussen hem en de therapeut mag zitten. Dat kan meters zijn, maar ook geen ruimte. met dit gegeven wordt er dan gewerkt. Dit is de uitvalsbasis tot het komen van het vierkant van vertrouwen: De therapeut vertrouwt zichzelf en vertrouwt de cliënt, de cliënt vertrouwt zichzelf en vertrouwt de therapeut.
Vanuit dit gegeven is er een eerste fysieke contact. De handen worden gestreeld. Dit is puur om de cliënt te laten wennen en voor de therapeut om te zien hoe de cliënt reageert op aanraking.
Prof. Bessel van der Kolk heeft in zijn boek Traumasporen aangegeven hoe belangrijk aanraking is en hoe meer efficiënt dat is dan het gebruik van psychofarmaca. Helaas leven wij in een maatschappij, waarbij het nut van de aanraking steeds meer ontkend wordt en zelfs de normale aanraking verseksualiseerd wordt. Dat aanraking echter net zo noodzakelijk is als eten en drinken, daar gaan we dan gemakshalve even aan voorbij.
Door de aanraking wordt oxytocine aangemaakt, die zijn positieve werking op de dichtgeslagen n. vagus kan hebben. We zien (en horen) dit meteen. De ademhalingsfrequentie daalt en vaak is er een toename van darmgeluiden hoorbaar, een teken dat de cliënt zich diep ontspant.
Door de ontvangen liefde, veiligheid en de ontspanning bij de cliënt, ontstaat er een gevoel van vertrouwen. De cliënt ontspant zich en komt in een vorm van regressie. Niet zelden krijg ik de feedback: Het was net alsof ik in de baarmoeder zat.
Dit gehele proces duurt 9 minuten plus 1 minuut. Dat is hier zo neergezet om duidelijk te maken, dat 1 minuut voordat een fase (10 minuten) gedaan is, er aan het Innerlijke Kind wordt duidelijk gemaakt dat het zo afgelopen is. Dat is zeker voor de mensen die last hebben van verlatingsangsten erg belangrijk.
Na die 10 minuten laat ik de cliënt op zichzelf rechtop zitten in zijn Volwassen deel. Ik laat ze dan navoelen wat er gebeurd is en wat dat met hen gedaan heeft. Vervolgens kan de cliënt aangeven hoe de volgende fase eruit gaat zien. Dat is vaak hetzelfde, echter er zijn mensen die dichterbij willen liggen, of die een andere houding aan willen nemen en een enkele zal vragen of er huid-huid contact mag zijn. Het feit dat men zelden een nee op dit verzoek krijgt, is voor sommige mensen erg helend. men is verbaasd te merken, dat er daadwerkelijk naar hun behoeftes geluisterd wordt.
De gemiddelde sessie bestaat uit 5- 6 fases, waarbij er meestal ook gekeken wordt naar traumatische gebeurtenissen die er in het lijf vastgezet werden. Deze worden met andere technieken behandeld, echter binnen de veilige cocooning van de basishouding.
Aan het einde laat ik de mensen naliggen onder een dekentje, waarbij men niet zelden eventjes in slaap valt. Dit is voor mij een teken dat mijn doel: vertrouwen kweken, bereikt is.
De reacties van de cliënten op de sessie is verschillend: de een vind het fantastisch, de andere vind het vreemd: Zie mij hier nu eens liggen. Als ik dan vraag of ze een andere vorm van therapie willen hebben, is het antwoord echter standaard: Nee, laten we hier maar eens mee doorgaan. Vaak zit er dan een Innerlijke Criticus, die een woordje aan het meesreken is.
Wat wel standaard is, is het gevoel welke elke cliënt, ongeacht het klachtenpatroon heeft:
  • Ik voel me zo rustig
  • Ik voel iets wat ik niet van mijzelf kende: een diepe rust, dieper dan ik ooit ervaren heb.
Dat gevoel van rust en het gevoel van thuis komen hoor ik nagenoeg van iedereen.
Bij het schrijven van dit verhaal zijn er 327 cliënten behandeld met Adult Attachment Therapy®. Velen hadden daarvoor al een lang traject van praten bij psychologen of andere cognitieve therapieën achter de rug. 73% van deze cliënten konden stoppen met de therapie, omdat ze het doel, welke ze wilden bereiken, hadden bereikt. Ik ben er dan ook van overtuigd, dat, ondanks het feit dat dit geen standaard therapiebehandeling is, het uiterst efficiënt is. Hoe komt het dan dat iets nu wel werkt, terwijl dat praten niet veel gedaan heeft?
 

12.                      De preverbale tijd

 
In het hier en nu komen de meeste cliënten met klachten op het terrein van het voelen. men voelt zich niet oké, men voelt zich eenzaam, men voelt zich verlaten, men voelt zich…
Dat voelen is een taal, welke men spreekt in het gevoelsbrein, het limbische systeem. En juist dit limbische systeem is er al in de baarmoedertijd. Dus dit limbische systeem krijgt al informatie vanuit die tijd, welke informatie het kind leert wat het wel en niet fijn vind. En ook dit is weer logisch, want het kind zit in een overlevingsmodus en krijgt zo de informatie van wat het wel en niet moet doen om te overleven.
Gezien het feit, dat de taal pas aanwezig en beheerst wordt rond het achtste levensjaar, zullen we alles wat we daarvoor meemaken, opslaan in de vorm van gevoelens.
Gezien het feit dat de hersenen geen tijd kennen (immers, in het hier en nu kunnen we last hebben van iets wat in de jonge kinderjaren is gebeurd), hebben we als volwassenen nog steeds last van de opgeslagen traumatische gevoelens uit die zeer jonge kinderjaren. En probeer hier maar eens pratend bij et komen. Dit lijkt mij een haast onmogelijke opdracht.
Nu hoor ik verschillende wetenschappers zeggen: dat is te ver gezocht, we weten niets meer uit die tijd. Dat klopt, we weten ook niets meer uit die tijd, maar we voelen wel uit die tijd.
Ik zou dit verhaal af willen sluiten met een casus. Bij de Innerlijke Kind Coach opleiding was één van de cursisten proefpersoon voor de groep tijdens een regressiesessie. Zij kwam met een verhaal dat er iets gebeurd was, toen ze een baby was en ze lag in een groen wiegje. Toen ze weer in het hier en nu was, zei ze dat dat echt niet klopte, want haar wiegje was wit. Toch bleef dit hangen bij haar, ze had het toch duidelijk gezien, het wiegje in de oefening was groen. Ze vroeg dit na bij haar moeder, die erg verbaast reageerde. Wat bleek nu, ze had een wit wiegje, echter deze was beschadigd en zou door de leverancier gemaakt worden. Tijdelijk hadden ze de beschikking gekregen over een groen wiegje, om het ongemak eventjes op te lossen. Dit had ongeveer 2 weken geduurd. Er waren geen foto’s of andere afbeeldingen van gemaakt en er was eigenlijk nooit over gesproken. Toch wist de proefpersoon in kwestie dit vlekkeloos. Hoezo, slaan we niets op als baby…
 
Muizen, 14 februari 2018
                             

© 2018 Het innerlijke kind - realisatie: BMT Media