INNERLIJKE KIND EN TRAUMA

Inhoudsopgave

1.      Inleiding. 2

2.      Casus: met mijn vader in de auto. 2

3.      Wat verstaan we onder een trauma?. 2

4.      Hoe reageert ons lichaam op een traumatische ervaring?. 3

4.1.      De ontwikkeling van ons brein. 3

4.2.      Wat maakt het limbische systeem nu zo belangrijk?. 4

4.3       Anatomische structuren binnen het limbische systeem.. 4

4.4       Hoe kunnen we het limbische systeem beïnvloeden?. 6

5.     Vechten en vluchten vs ineenstorten. 6

6.     Wat verstaan we psychsich onder een trauma? Dissociatie.. 7

7.     Traumasymptomen. 8

8.     De normale opvoeding. 11

8.1.      Baarmoeder 11

8.2.      Geboorte. 11

8.3.      Opvang na de geboorte. 11

8.4.      Hechting. 11

8.5.      Lessen in zelfzorg. 12

8.6.      De baarmoeder als het begin. 12

9.      Onze innerlijke kaart van het leven. 12

10.        De appel en de tennisbal 13

11.        Wat gebeurt er bij een traumatische ervaringen?. 13

11.1         Herinneringen en handelen. 14

11.2         Window of Tolerance. 15

11.3         Dissociatie. 15

12.        Wat kunnen die traumatische ervaringen zijn?. 16

13.        Reacties op een traumatische ervaring. 17

14.        Therapeutische interventies. 17

14.1         Hoe kunnen we traumatische reacties oplossen?. 18

15.        Huidige maatschappij 19

 

 

 

 

 

 

1.  Inleiding

In deze lezing, welke ik maakte voor zowel het Oost West Centrum als voor de Artesis Plantijn Hogeschool in Antwerpen wil ik het hebben over de gevolgen van traumas welke we in onze kinderjaren hebben opgelopen, wat die traumas met ons doen en gedaan hebben, alsmede een visie op hoe met deze traumas wordt omgegaan anno 2017 in de huidige therapeutische interventies.

 

2.  Casus: met mijn vader in de auto

Stel je voor, je zit naast je vader als jongetje van 14 jaar in een auto. Je rijdt op een provincieweg waar modder op de straat ligt. Het regent. De auto waarin je zit gaat slippen. Je rijdt 70 kilometer per uur en de wagen gaat van links naar rechts over de weg. Je ziet tegenover je een witte Opel met gele koplampen op je af komen. Je vader draait abrupt aan het stuur en de wagen beland op de kop in een sloot. Je realiseert je dat er net getankt is en dat je onder de motorkap uit moet om uit de wagen te komen. Je slaat als 14 jarig jongetje de voorruit in en kruipt samen met je vader uit die auto.

Jaren lang durf je niet meer naast iemand anders in een auto te zitten. Pas als je 18 bent, ga je zelf je rijbewijs halen en raak je vertrouwt met het autorijden.

 

Is dit een trauma?

 

3.  Wat verstaan we onder een trauma?

Onder een trauma versta ik die situatie, waarbij we een ervaring hebben dat we niet kunnen vechten of vluchten. De stress schiet dan zo hoog, dat bevriezen de enige optie is die overblijft. Hierop is het werk van Peter A. Levine gebaseerd. In zijn boek De tijger ontwaakt  beschrijft hij uitgebreid deze reacties aan de hand van een model welke door Stephen Porges ontwikkeld is.

 

Is de ervaring van het 14-jarige jongetje een trauma, waarvan hij mogelijk op latere leeftijd nog last kan krijgen?

Het antwoord is niet eenduidig: het antwoord kan ja zijn: het is een traumatische ervaring, omdat de jongen niet kon vechten of vluchten. Hij was overgeleverd aan de vaardigheden van zijn vader en nadat die aanvankelijk de auto goed op de weg kon houden, besliste die in een fractie van een seconde, dat hij beter van de weg kon geraken, dan tegen iemand anders aan moest botsen.

Het antwoord kan nee zijn: toen de jongen eenmaal op de kop in de auto in de sloot lag, en zich realiseerde dat hij mogelijk in gevaar was, ging die over tot handelen. Hij kon vechten met de situatie door een ruit in te slaan en uiteindelijk vluchten van een potentieel gevaar door weg te lopen van de auto.

 

Als die jongen nu volwassen is, weet hij zich weinig te herinneren van alles wat er toen gebeurde. Er zijn flarden van fragmenten die hij nog weet. Wel is mij bekend, dat als hij naast iemand in een auto mag zitten (in plaats zelf achter het stuur), dat hij dan paniekerig is en zweetaanvallen krijgt en een steen voelt in zijn maagstreek. Hoe dit precies werkt, vertel ik in de loop van dit betoog.

Een trauma is dus die situatie, waarin je niet kan vechten of vluchten

 

4.  Hoe reageert ons lichaam op een traumatische ervaring?

Om dit helder te krijgen, mogen we even een stapje in de neurologie van ons lijf gaan zetten.

4.1.     De ontwikkeling van ons brein

Veel zaken in ons leven verwerken we rationeel en cognitief. Echter dit komt voort uit het jongste deel van onze hersenen, het cognitieve brein. Via dit brein leren we begrijpen hoe mensen en dingen functioneren, we vinden uit hoe we onze doelen mogen bereiken, hoe we de volgorde van ons handelen mogen bepalen etc..

Ouder dan dit cognitieve brein is het limbische systeem, oftewel het gevoelsbrein. Deze legt onze gevoelens vast, ons gevoel van welbevinden, veiligheid, gevaar, vermoeidheid, passie, verlangen, opwinding, plezier en pijn.

En onder dit gevoelsbrein zit het reptielenbrein, welke van moment tot moment vastlegt en reguleert wat we fysiologisch gezien nodig hebben om een evenwicht in ons lijf te verkrijgen, een evenwicht, welke ons zo efficiënt mogelijk om laat gaan met onze energie.

 

Afbeeldingsresultaat voor reptielenbrein

Figuur 1

Het reptielenbrein hebben we al bij onze geboorte. Dit maakt dat de baby in staat is te eten, te slapen, wakker te worden, huilen, ademen, de temperatuur ervaart, honger ervaart, natheid en pijn voelt en gifstoffen uit zijn lijf kan laten gaan d.m.v. de urine en de ontlasting. Dit deel van de hersenen heeft als belangrijkste taak: het overleven binnen in zichzelf.

 

Als het kind eenmaal geboren is, gaat het limbische systeem zich volledig ontwikkelen. Het kind leert emoties waar te nemen en het te reguleren, gevaar waar te nemen, het kunnen beoordelen wat prettig is en gevaarlijk en begint hoofdzaken en bijzaken ten aanzien van het overleven aan te leren. Dit deel van de hersenen heeft als belangrijkste taak: het overleven in de wereld waarin het kind gekomen is. Het aangaan van sociale verbindingen is hiervan dus een wezenlijk onderdeel. Het kind moet leren wie en wat veilig is en wie en wat niet veilig is.

 

4.2.     Wat maakt het limbische systeem nu zo belangrijk?

Het limbische systeem wordt gevormd in reactie op onze ervaringen, gecombineerd met de genetische aanleg en aangeboren temperamenten van de baby.

Binnen het limbische systeem is werkelijk alles mogelijk. Het kind mag leren. Het mag leren hoe zijn directe wereld eruit ziet en hoe hij daarop moet reageren om hetgeen hij nodig heeft van die wereld te kunnen ontvangen. Dit alles om te overleven. Dit houdt dus in dat alles nog open staat en dat het kind nog alle mogelijkheden heeft.

Gaandeweg zijn opgroeien gaat hij echter dingen elimineren. Sommige reacties zijn niet goed, want dat levert niet het gewenste resultaat, en andere reacties gaven een fantastisch resultaat, waardoor het dat vaker gaat herhalen.

Op deze manier leert de baby en maakt hij verbindingen binnen in het limbische systeem.

 

 

4.3    Anatomische structuren binnen het limbische systeem

Met de opmerking, dat ik in dit stukje heel bewust erg simplistisch bezig ben en dat dit verhaal bij lange na niet volledig is, wil ik toch een korte weergave geven van wat er in ons brein gebeurt als het om emoties gaat. Het doel hiervan is inzicht te verschaffen wat er gaat gebeuren als er een trauma plaatsvindt.

Ik gaf al aan dat het limbische systeem dient om gevaren te signaleren en te verwerken. Om dat te kunnen doen, zal het dus ogen en oren mogen hebben om dit te ervaren. Letterlijk hebben we hiervoor zintuigen als de oren en ogen, maar ook de neus en de huid. Al deze gewaarwordingen komen aan op één punt in onze hersenen: de thalamus. Hier vindt dan de vermenging van al deze signalen plaats. (Je zou dit kunnen vergelijken als het shaken van een cocktail in een cocktailshaker zoals Tom Cruse dat deed in de film Cocktail). Er wordt het systeem dus duidelijk gemaakt wat er allemaal gebeurt.

 

Afbeeldingsresultaat voor amygdala

 

 

Vanuit de thamalus gaan de gewaarwordingen twee kanten op:

  1. Naar de amygdala
  2. Naar de frontale hersenkwab.

Joseph leDoux beschreef deze twee routes en noemde het de boven- en de benedenroute.

 

Afbeeldingsresultaat voor amygdala LeDoux

De benedenroute via de amygdala is razend snel en heeft maar één doel: overleven.

De bovenroute gaat via ons bewustzijn, en deze weg duurt langer, is trager.

 

De amygdala laat zich adviseren door de hippocampus. Hierin ligt onze ervaring opgeslagen. Deze informatie wordt door de amygdala vergeleken met de ervaring tot nu toe en daaruit wordt een keuze gemaakt. Een keuze die dus buiten ons bewustzijn om gaat (de snelle weg).

 

Als die amygdala een dreigend gevaar ontdekt, stuurt die ook een boodschap naar de hypothalamus en de hersenstam om het stresshormoonsysteem (cortisol en adrenaline)  en het autonome zenuwstelsel (hartslag, bloeddruk, ademhalingssnelheid) op te roepen om een lichamelijke reactie in gang te zetten. En nogmaals: dit gaat sneller dan via de mediale prefrontale cortex (MPFC), waar ons bewustzijn zit. Er is dus al een reactie van ons lichaam, alvorens deze frontale voorkwab, die ons gedrag beïnvloed actie kan ondernemen. Er wordt dus al gereageerd, nog voordat we ons het gevaar bewust zijn. 

De reden hiervan is, dat we ons lichaam klaar maken voor een vecht of vlucht reactie.

Dat vechten of vluchten is relatief kort en daarna kan ons lichaam zich herstellen via de parasympaticus.

Echter soms gaat het fout met dit mechanisme en komt het lichaam in een continue verdedigingsmodus, waardoor de mensen in een staat van hyperarousal blijven zitten.

Uiteindelijk gaan de lager gelegen delen van het zenuwstelsel ingrijpen en komen we in een bevriessituatie te zitten. We vechten niet en kunnen niet vluchten, dus wordt er bevroren.

De amygdala blijft echter continu ervaren dat ons lichaam in de gevarenzone zit en zal zorgen dat dit systeem in stand blijft. We hebben dan te maken met een status na een traumatisch situatie. 

Het nadeel is nu echter, dat de amygdala met de hippocampus gebouwd is op snelheid en niet op nauwkeurigheid. In mijn verdere betoog zal ik aantonen, dat dit nadelig is, indien we een traumatische ervaring hebben gehad.

 

4.4    Hoe kunnen we het limbische systeem beïnvloeden?

Zoals we zagen, is het de combinatie van de amygdala en de hippocampus die ons systeem op hol doet slaan na een traumatische ervaring. Om dit systeem enigszins te kalmeren zijn er twee wegen mogelijk:

  1. Van boven naar beneden via de prefrontale cortex en de frontale cortex. We maken dan gebruik van technieken als mindfulness, yoga en meditatie. We zorgen ervoor dat we rustiger worden. (Dus niet praten maar doen).
  2. Van beneden naar boven via het reptielenbrien: via de ademhaling, beweging en aanraking. Hierdoor her-kalibreren we het autonome zenuwstelsel.

Zoals we kunnen zien, is de ademhaling zowel bewust als onbewust inzetbaar en vormt dan ook een mooie ingang voor therapie bij mensen die getraumatiseerd zijn.

Daarnaast kan Adult Attachment Therapy, door het inzetten van aanraking een positief effect sorteren. Niet voor niets reageren 98% van de patiënten pal na de sessie, op de vraag hoe ze zich voelen op dat moment met: Rustig.

 

Wat in deze opsomming mist is het praten. Praten blijkt ook weinig zin te hebben om de patiënten tot rust te krijgen. Inzicht krijgen in hun gedrag en het leren begrip te krijgen voor hun gevoel blijkt zeer weinig op te leveren. 

 

 

5.  Vechten en vluchten vs. ineenstorten

Komen we in een stressvolle situatie te zitten, schrikken we ergens van, dan kunnen we met hetgeen die situatie veroorzaakt vechten of er vandaan vluchten. Het limbische systeem werkt dan ongeveer als volgt:

  • Via de zintuigen nemen we waar wat er aan de hand is en sturen de prikkels door naar de thalamus. De prikkels worden vanuit de thalamus doorgegeven aan de amygdala, die het razendsnel gaat vergelijken met de opgeslagen ervaringen in de hippocampus.  Hier wordt bepaald of iets gevaarlijk is of niet, op grond van eerdere ervaringen. Ook op grond van die ervaringen zal de amygdala reageren en een prikkel doorsturen naar de hypothalamus, die tot actie over gaat.

 

http://www.stamcel.org/afbeeldingen/hersenstam.jpg

 

Zoals je op bovenstaande afbeelding kan zien, liggen de hypofyse en hypothalamus anatomisch gezien erg dicht bij elkaar. Vanuit de hypofyse gaat er een prikkel naar de bijnier, waar cortisol geproduceerd wordt, die het lichaam in staat van alarm zet en zich laat voorbereiden op vechten of vluchten.

 

HPA-as. In het Engels heet deze as de Hypothalamic-pituitary-adrenal-axis, oftewel de hypothalamus-hypofyse-bijnier-as). Deze as speelt een belangrijke rol bij de stress-respons.

De hypothalamus scheidt het hormoon CRH af ( Corticotropin-releasing hormone). Deze zorgt ervoor dat de hypofyse het ACTH (Adrenocorticotroop hormoon) uitscheidt. Deze zorgt ervoor dat de bijnieren glucocorticoïden gaat produceren als cortisol. Gezien de tussenstappen duurt het even alvorens het cortisol in het bloed te meten is ( 30 minuten).

Veel sneller komt adrenaline/epinefrine vrij (secondenwerk). Het adrenaline wordt gemaakt om te kunnen vechten en vluchten.

Samengevat kunnen we dus stellen, dat de amygdala bij gevaar, angst en boosheid de hypothalamus prikkelt. Deze produceert CRH en de hypofyse wordt gestimuleerd tot de aanmaakt van ACTH, welke de bijnieren aanzet tot de productie van cortisol in de bloedbaan. Dit bloed komt bij de hypothalamus, waar een receptor zit, die de productie van de CRH af doet nemen bij een genoeg aan cortisol in de bloedbaan. Zo reguleert het systeem zichzelf.

 

 

Het limbische systeem zorgt dus voor het vechten en vluchten. Kunnen we echter niet vechten en vluchten, dan zal het reptielenbrien het over gaan nemen en zal ervoor zorgen dat we ineenstorten en ons af gaan sluiten. Kortweg kunnen we zeggen dat we gaan bevriezen.

Ineenstorting en afsluiting wordt aangestuurd door het DVC (Dorsal vagal complex) oftewel de achterste tak van de n. vagus.

 

Unfortunately we are unable to provide accessible alternative text for this. If you require assistance to access this image, or to obtain a text description, please contact npg@nature.com

De n. vagus, heeft twee afzonderlijke takken, de dorsale en de ventrale tak. De achterste tak zien we ook bij reptielen. Bij de reptielen is zijn functie, het vasthouden van energie. Het metabolisme daalt, alsmede de beweeglijkheid. Zo zal het hart minder snel gaan slaan bij die reptielen en het lijkt alsof ze dood zijn. Voor reptielen werkt dit fantastisch. Ze kunnen op deze manier overleven. De reptielen staan of uit (volledige vagale remming) of aan (geen vagale remming).

Bij zoogdieren werkt dit echter anders. Zoogdieren leven, i.t.t. reptielen in sociale groepen. De achterste vagale tak is gemyeliniseerd (werkt dus sneller). Hierdoor is er een snelle communicatie mogelijk tussen de hersenstam en het hart. Ook groeit de voorste tak door naar de n. ambiguous. Via deze kern maakt de n. vagus contact met de gezichtsspieren, waardoor we aan mimiek al kunnen zien of iemand een gevaar is of niet. Ook maakt het contact met het gehoor en de intonatie van de spraak van de andere. Dit alles door de sociale structuur van ons zoogdier zijn.

Omdat de n. vagus ook o.a. het hart en de longen innerveert. Kan je dus stellen, dat via de n. vagus er een connectie is tussen moeder en kind via deze n. vagus. Hun harten zijn verbonden en dat kan zichtbaar worden in de manier van connectie via deze n. vagus               (gezichtsspieren, gehoor en intonatie).

De DVC is evolutionair gezien het oudste deel van het parasympatische zenuwstelsel (PS). Het PS zorgt voor de ademhaling, hartslag en spijsvertering. De PS zit in het reptielenbrien en zorgt er o.a. voor dat wijzelf van belang zijn en andere mensen minder belangrijk worden gevonden.

 

De PS is bijvoorbeeld actief, als je zwaar getafeld hebt. Dan wil je echt geen contact maken     sporten of iets dergelijks), maar rustig alleen een dutje doen). Het bewustzijn wordt dan op een laag pitje gezet.

De tegenhanger van de PS is de orthosympaticus (OS).

De VVC (Ventral Vagal Complex) combineert de OS en de PS. Hoe efficiënter hij dit doet, hoe beter de fysiologie van elk individu wordt afgestemd op die andere leden van de sociale groep.

 

Als je niet meer kan vechten en niet meer kan vluchten, stort het systeem in. We spreken dan ook van en trauma als dit systeem faalt. Je kan alleen nog maar bevriezen. Je kan minder goed ademen, bewegen en geluid maken. Prof. dr. Bessel van der Kolk stelt dan ook dat het onvermogen om in beweging te komen de basis vormt van de meeste traumas. Binnen traumatherapie mag hier rekening mee worden gehouden. In traumatische situaties is het waarschijnlijk dat het DVC het overneemt. Je hartslag vertraagt, je ademhaling wordt oppervlakkig en je verliest het contact met jezelf en je omgeving. Je reageert alsof je een zombie bent. Getraumatiseerde mensen vinden het dan ook eng, als ze dicht bij andere mensen komen. Daadwerkelijk lichamelijk contact kan bij hen hevige reacties veroorzaken.

 

6.  Wat ervaren we psychisch van een trauma? Dissociatie.

De essentie van trauma is dissociatie. De overweldigende tsunami van ervaringen wordt afgesplitst en opgedeeld in vakjes: een vakje emoties, een vakje geluiden, een vakje beelden, een vakje gedachten en een vakje fysieke gewaarwordingen. En al deze vakjes worden als het ware gelabeld. Ze worden losgekoppeld van het werkelijke trauma en gaan hun eigen leven leiden.

 

Afbeeldingsresultaat voor amygdala LeDoux

Al die vakjes moeten geleegd worden. En te pas en te onpas gaan ze reageren op een trigger, waardoor de patiënt gaat reageren op die trigger in een verhouding die vele malen groter is dan die trigger in feite rechtvaardigt. We kunnen dan te maken hebben met een Post Traumatisch Stress Syndroom (PTSS).

Zolang het trauma niet is verwerkt, blijft dit voortduren, waarbij tevens het lichaam in verhoogde staat van paraatheid wordt gebracht. De stresshormonen gieren dus lustig door het lichaam.

 

7.  Traumasymptomen

Als er een continue staat van paraatheid is, dus als het limbische systeem reageert alsof we gevaar lopen, dan zien we de volgende symptomen[1]:

  • In een vroeg stadium na een traumatische ervaring:
    • Algemeen:
      • Hyperactivering
      • Verstrakking/bevriezing
      • Dissociatie (inclusief ontkenning)
      • Gevoelens van hulpeloosheid
    • Andere symptomen:
      • Verhoogd waakzaamheid (het steeds op de hoede zijn)
      • Indringende beelden en flashbacks
      • Extreme gevoeligheid voor licht en geluid
      • Hyperactiviteit
      • Overdreven emotionele en schrikreacties
      • Nachtmerries en nachtelijke spanningen
      • Snelle stemmingswisselingen, razernij of woedeaanvallen, schaamte
      • Een verminderd vermogen om met stress om te gaan (gemakkelijk en vaak totaal gestrest zijn)
      • Problemen met slapen

 

  • In eindstadia van traumatische ervaringen:
      • Overdreven verlegenheid
      • Gedempte of verminderde emotionele reacties
      • De onmogelijkheid om verbintenissen aan te gaan
      • Chronische vermoeidheid of heeft weinig lichamelijke energie
      • Problemen met het immuunsysteem en bepaalde endocriene problemen, zoals een verstoorde werking van de schildklier
      • Psychosomatische aandoeningen, vooral hoofdpijn, nek-en rugproblemen, astma, spijsverteringsproblemen, een statische dikke darm en een ernstige vorm van premenstrueel syndroom
      • Depressie, gevoelens van naderend onheil
      • Gevoelens van onverschilligheid, vervreemding en afzondering ( levend dood zijn)
      • Verminderde belangstelling voor het leven
      • De angst om dood te gaan, gek te worden of te kort te leven
      • Regelmatige huilbuien
      • Overdreven of verminderde seksuele activiteiten
      • Geheugenverlies en vergeetachtigheid
      • Gevoelens van hulpeloosheid en hulpeloos gedrag
      • De onmogelijkheid om anderen lief te hebben, te verzorgen of er een band mee op te bouwen
      • Een verminderd vermogen om met stress om te gaan en plannen te maken.

 

Tijdens al deze situatie na een trauma, wekt ons zenuwstelsel energie op (verhoogde activiteit van de Orthosympaticus) alsof we elk moment iets zouden kunnen overkomen. Als we deze energie kunnen ontladen terwijl we onszelf actief en doeltreffend tegen de dreiging verdedigen ( of althans de indruk hebben dit te doen), dan zal het zenuwstelsel normaliseren en de energielek zal gedicht worden.

Indien we dit echter niet kunnen doen, dan zal ons zenuwstelsel in een staat van alarm verkeren en energie van ons lichaam vragen (een staat van paraatheid). Pas wanneer we het tegendeel ervaren !!! ( wat bijvoorbeeld gebeurt met Adult Attachment Therapy ® na ervaringen die in de baarmoeder tot aan ongeveer het achtste levensjaar zijn gevormd) zal de hippocampus de amygdala een seintje geven dat die zich mag kalmeren en zal de frontale cortex gehoord worden in de boodschap van: “Toen was dat zo, nu niet meer”. De persoon krijgt de vaardigheid over zijn eigen lijf te beschikken terug.

 

 

8.  De praktijk: De normale opvoeding

Het verhaal hiervoor geeft al aan, dat er menig systeem is, welke ons kan beïnvloeden als het om traumatische ervaringen gaat. Maar laten we eerst eens kijken wat er al zoal op een kind afkomt, vanaf de tijd dat het in de baarmoeder zit.

8.1.     Baarmoeder

Om te voorkomen dat dit verhaal al te lang wordt, blijf ik hier even bij wat hoofdpunten. In de baarmoeder zijn we verbonden aan onze moeder door middel van de navelsteng. Hierdoor staan we in contact met de bloedsomloop van de moeder. Uit onderzoek is gebleken, dat het ongeboren kind onder invloed staat van de mate van stress van de moeder. Is een moeder erg stressvol, dan zal ze cortisol produceren. Dit cortisol heeft invloed op de groei van de hersentjes van het kleine kind. Je kan dus stellen, dat het kind al in een stressvolle situatie zit, nog voordat die geboren is.

Realiseer je hierbij dat de foetus nog geen taal kent, maar wel een voelen. De voelervaringen die opgeslagen liggen in het limbische systeem. Je zal dus kunnen stellen dat in de baarmoeder het kind al wordt voorbereid hoe het na de geboorte, daar buiten zal zijn.

Om deze redenen vraag ik in het levensverhaal ook altijd naar de manier waarop de moeder de 9 maanden zwangerschap heeft beleeft ( interen en externe factoren die stress opleveren, kunnen een gespannen kind op de wereld zetten).

 

8.2.     Geboorte

De geboorte op zich is ook zon stressvolle periode. Van gedempt geluid en licht, naar fel licht, en harde geluiden is een hele stap. Je ziet dan ook menig pasgeboren kind een schrikreactie hebben door armen en beetjes wijd uit te strekken. En dan gaat het nog allemaal goed. Ik hoef er dus ook geen tekening bij te maken als er iets fout dreigt te gaan.

 

8.3.     Opvang na de geboorte

Gaat alles zoals het door de natuur bedacht is, dan zal het kind op de blote buik van de mama gelegd worden (een mens is tenslotte een sociaal wezen). Gezien het feit dat zijn reukvermogen al goed ontwikkeld is, zal het de borst van de moeder vinden en gaan drinken. De eerste moedermelk, het colostrum, is waterdun en mierzoet. Het kind zal Dopamine aan gaan maken en zich goed gaan voelen. Tevens zal het door het huid-huid contact oxytocine aan gaan maken, waardoor het systeem van hechting en vertrouwen geactiveerd wordt.

 

8.4.     Hechting

Zoals John Bowlby al zei, is de hechting vanaf het begin van uitzonderlijk belang. Het kind mag een veilige haven en uitvalsbasis creëren, om verder in zijn ontwikkeling vertrouwen te ervaren. Het kind mag ervaren, dat het minstens door één van beide ouders geliefd wordt. Het heeft die veiligheid nodig. Zelfs al zal er iets gebeuren als een korte ziekenhuisopname, waardoor het kind eventjes van de ouders gescheiden zijn, dan nog zal dit het leed van de kinderen ernstig vergroten.

8.5.     Lessen in zelfzorg

Onze eerste lessen in zelfzorg krijgen we door de ervaring van hoe andere mensen ons verzorgen. We leren onszelf te regulariseren (dus hoe we met onze eigen boosheid, verdriet etc. omgaan). Deze zelfregulatie hangt voor een groot deel af van hoe harmonieus onze vroegste interacties met onze verzorgers zijn geweest. Kinderen van wie de ouders betrouwbare bronnen van troost en kracht vormen, hebben een levenslange voorsprong, een soort buffer tegen het slechtste dat het lot hun kan toebedelen[2]. Hoe ontvankelijker de volwassene is voor het kind, hoe dieper de gehechtheid en hoe waarschijnlijker het is dat het kind gezonde manier zal ontwikkelen om te reageren op de mensen om hem heen.

 

8.6.     De ouders: een veilige haven en een veilige uitvalsbasis?

 

Afbeeldingsresultaat voor haven en uitvalsbasis veilig

Zo kan je stellen, dat alles begint in de baarmoeder. Is het daar veilig en de geboorte is normaal, dan zal het kind zich welkom voelen en een zekere mate van hechting gaan zoeken. Vind hij deze en krijgt hij die haven en uitvalsbasis, dan is de kans groot dat die zekerder de maatschappij in gaat stappen. Immers, hij kan terugvallen op een laag ervoor, waar de ervaring van de veiligheid en vertrouwen er is. Hij zal zelfverzekerder zijn en daarmee meer voor zichzelf opkomen, dan een kind dat dergelijke noodzakelijke ervaringen niet heeft gekregen.

Omdat wij sociale wezen zijn, stellen we eisen aan het gedrag van anderen. Bij een gehechte persoon, zal er meer empathie, impulsbeheersing en zelfmotivatie zijn, die het mogelijk maakt een waardevol lid van de sociale gemeenschap te worden.

 

9.  Onze innerlijke kaart van het leven.

Vanaf het begin van ons bestaan hier op de wereld, kunnen we ervaringen hebben, dat het er niet voor ons is. Dit geeft stress en zorgt ervoor, dat er stresshormonen als cortisol in ons lijf circuleren.  Als de basis niet goed is, zal ons verdere leven er ook anders uit gaan zien, dan wanneer de basis goed is. Als we opgroeien, leren we onze innerlijke kaart maken. Een kaart die ons zegt hoe het leven in elkaar zit. We ervaren zaken en slaan die op in onze hippocampus. Zo is het leven dus en zo moet ik reageren om iets voor elkaar te krijgen, is datgene wat we leren. Maar is het kaart ook het gehele gebied? Alfred Korzybski zei al: De kaart is niet het gebied, welke redernatie door de NLP dankbaar overgenomen is. Er zijn meer mogelijkheden, er zijn meer zaken te ervaren, echter we hebben het nog nooit anders ervaren. Hoe weten we dan wat goed voor ons is en wat niet? Hadden we nu genoeg zelfzekerheid, welke door onze ouders aan ons is geleerd, dan zouden we dat andere deel van het gebied kunnen gaan ontdekken, maar ja, dat heeft niet iedereen gehad. Dus we blijven op ons deeltje van het gebied rondlopen, bang iets anders te doen dat wat we ooit ervaren hebben.

Samengevat kan je dan ook zeggen, dat de taak van onze opvoeders niet allen is het kleden, voeden en troosten, maar ook het vormgeven van onze innerlijke kaart. We mogen leren wie en wat veilig is en wie en wat te vertrouwen is en wie niet. Deze informatie wordt dan ook opgenomen in de blauwdruk van onze hersencircuits en vormt een sjabloon voor de manier waarop we over onszelf en de wereld denken. Zitten we dan ons gehele leven vast aan deze kaart? Nee!!! Door ervaring kan deze kaart worden gewijzigd. Onze emotionele hersenen slaan die kaart op. Om te veranderen moeten we dat deel van de hersenen reorganiseren.

En dat houdt weer in, dat we contact mogen maken met de emoties die we vastgezet hebben, hoe misselijk makend dit ook is. En daar is moed voor nodig.

10.             De appel en de tennisbal

 

Afbeeldingsresultaat voor tennisbal en appel

 

Stel je hebt nooit een appel gezien, geproefd of geroken. Hoe kan je dan weten of een appel lekker is? En als je dan alle kenmerken van een appel kent ( grootte, gewicht etc.) en je ziet een tennisbal, zou je dan ook niet kunnen denken dat een tennisbal eetbaar is?

Hoe kan je heir achter komen? Door te ervaren. Door te proeven en te ruiken en te voelen leer je ons limbische systeem dat een appel iets is om van te eten en de tennisbal dus absoluut niet.

 

11.             Wat gebeurt er bij een traumatische ervaringen?

We hebben al gezien, dat als we niet kunnen vechten of vluchten, dat ons zenuwstelsel dan dichtklapt en we als het ware bevriezen. Maar wanneer slaat het zenuwstelsel dicht en wanneer niet?

11.1 Herinneringen en handelen

Hoe langer geleden we ons dingen herinneren, hoe vervormder die herinneringen zijn.

Toch kunnen we ons omstandigheden van vroeger zeer goed herinneren, als di traumatisch zijn geweest. Of we ons een bepaalde gebeurtenis überhaupt  herinneren en hoe correct onze herinneringen daaraan zijn, hangt voor een belangrijk deel af van hoe betekenisvol de gebeurtenis voor ons was en hoeveel emotie ermee gepaard ging op dat moment. De doorslaggevende factor wordt gevormd door onze mate van arousal.

Hoe meer adrenaline er vrijkomt, hoe nauwkeuriger je herinnering wordt. Dat geldt echter alleen tot een bepaald punt. Als we geconfronteerd worden met iets gruwelijks, wordt dit systeem overspoeld en raakt het defect.

We herinneren ons dan alleen fragmenten van de oorspronkelijke geluiden, beelden en gewaarwordingen. (Oorzaak: onze frontale voorkwab schakelt zichzelf uit als de gewaarwording te heftig is, alsmede dat deel van onze hersenen dat er woorden voor moet geven). De emotionele hersenen (limbische systeem en de hersenstam) nemen het over, waardoor er geen taal is, maar wel een gevoel. Doordat de verbindingen met andere hersendelen, die verantwoordelijk zijn voor de juiste opslag en integratie van binnenkomende informatie (hippocampus en thalamus) wordt verbroken, worden de indrukken van traumatische ervaringen niet opgeslagen in de vorm van coherente, logische verhalen, mar als gefragmenteerde, zintuigelijke en emotionele sporen: beelden, geluiden en fysieke gewaarwordingen.[3]

Doordat een traumatische ervaring vergeten kan worden, kan het soms pas jaren later naar boeven komen. Echter dan in de vorm van ervaringen en emoties, gericht op anderen, welke dan bij bijvoorbeeld de partner op het bord komt te liggen. De werkelijke oorzaak zit echter in het verleden van die persoon zelf, die daar echter geen herinnering aan heeft. Door te werken met die emoties en het lijf, kan het verhaal opnieuw naar boven komen en kan de cliënt helen.

Let wel: de herinneringen aan een trauma lost niet altijd de gevolgen van dat trauma op. Prof. Bessel van der Kolk gaf dan ook aan, dat de gedachte dat taal een vervanging kan zijn voor het handelen niet bewezen kon worden. Het ervaren, het opnieuw schrijven van je eigen verhaal met daarbij zelf de macht in handen hebben, zal meer op kunnen leveren. 

 

 

11.2 Window of Tolerance  

 

 

 

Afbeeldingsresultaat voor hyperarousal

 

Vrij vertaald is de Window of Tolerance de emotionele bandbreedte, waarin men stress onder controle kan houden. Je kan buiten deze bandbreedte stappen doordat de ervaring op zich te intens is, of omdat de tijd waarin je aan de stress onderhevig bent te lang duurt.

Is de stress te hoog of duurt het te lang, dan sluit als een soort beveiliging, je cognitie zich af. Je bent je er minder bewust van. In feite worden de prikkels naar de prefrontale cortex minder gemakkelijk doorgegeven.  Je bevind je in een toestand van hyperarousal en het limbische systeem gaat het overnemen. Je reageert erg emotioneel en alles is gericht op overleven.

Dit kan een tijdje voortduren, echter dit is een energievretend gebeuren. Ook hiertegen beschermd het lichaam zich, door te bevriezen. Je verdooft jezelf als het ware voor de prikkels. (Denk aan de impala die vlak voordat die wordt gegrepen als bij dood neervalt).

Je blijft dus in de situatie zitten, waarbij het brein denkt dat het aangevallen wordt                   (amygdala) en de daarbij behorende signalen afgeeft, terwijl de werkelijkheid anders is. Hier kan je met je denken niet bij ( je weet dat de situatie anders is), maar de amygdala, waar je met je denken geen controle over hebt, blijft alarmsignalen uitzenden. Dit is o.a. de situatie van een Post Traumatisch Stress Syndroom (PTSS).

 

11.3 Dissociatie

Een van de belangrijkste symptomen van een doorgemaakt trauma, is het fenomeen van dissociëren. Dissociatie zien we veel bij PTSS en borderline en wordt veroorzaakt door angst. Doordat we niet kunnen vechten of vluchten, besluiten de hersenen dat we ons gaan onttrekken aan de situatie. Dat heet dissociëren.  Hoe kunnen we dat nu bezien in het licht van traumatische ervaringen uit de kindertijd?

 

Zoals in bovenstaande afbeelding zichtbaar is, onthouden we niet de totale traumatische ervaring. We onthouden maar fragmenten. Met ons denken (frontale cortex) kunnen we dus niet het gehele verhaal reconstrueren. De daarbij behorende emoties zijn dus ook niet snel naar voren te halen. Het gevolg is, dat we ook niet alle emoties van een situatie kunnen herinneren. Het verhaal kan via de cognitie dus ook niet gemakkelijk gereconstrueerd worden. De ervaring blijft dus de ervaring die men toen had.

Wel kan je de emotie an sich gebruiken om het gehele verhaal weer naar boven te halen. Door in de emotie te gaan zitten komen fragmenten van het verhaal weer naar boven. Je kan de persoon per emotie een nieuwe ervaring geven, waardoor het limbische systeem als het ware gereset wordt. Dit kan je doen door gebruik te maken van hulpbronnen en imaginaties van de cliënt. Door de nieuwe ervaring zal die kunnen ervaren dat de situatie wel op te lossen is en daarmee een ander circuit in zijn hersenen aanspreken.

Als aangrijpingsgebied maken we dus geen gebruik van het denken (frontale cortex), maar van het voelen (limbische systeem). Hierdoor zal het reptielenbrien tot rust kunnen komen. (n. vagus).

12.             Wat kunnen die traumatische ervaringen zijn?

Veel mensen denken aan trauma gelijk aan berovingen, kapingen, ongelukken etc., echter veel ervaringen die we als jong kind/baby hebben ervaren en ook ervaringen op latere leeftijd, kunnen als traumatisch worden ervaren. Zoals aangegeven kunnen we niet vechten en vluchten als we dit ervaren. Kijken we nu eens naar het begin:

  • In de baarmoeder kan het al onveilig zijn. We kunnen niet vechten of vluchten
  • De geboorte kan zeer onveilig zijn
  • Na de geboorte kunnen onze ouders onveilig zijn
    • Sterven van één van de ouders
    • Ziekte en afwezigheid van de ouders
    • Niet voldoende aandacht krijgen door geboorte ander kind
    • De ouders leggen jou op een andere kamer neer met een babyfoon.
    • Niet opgevoed worden door de ouders
      • Internaat
      • Grootouders
      • Pleegouders
    • Gedrag ouders kan onveilig zijn
      • Drinkende ouders
      • Ouders met eigen problematieken
        • Autoritaire ouders
        • Afwezige ouders
        • Over-beschermende ouders
      • Scheiden van ouders en stiefouders
    • In ziekenhuis liggen van het kind
      • Op isoleer bij een bloedinfectie
      • Geopereerd moeten worden zonder te weten wat er gebeurt. Gescheiden van de ouders.

En zo kan deze lijst langer en langer worden. Mijn doel is je er bewust van te worden, dat er vele situaties zijn, waarin het kind de veiligheid van de ouders niet meer ervaart of kan ervaren. Het kan echter door zijn leeftijd niet vechten of vluchten of er op de een of andere manier verandering in te brengen. Al deze ervaringen worden door het (jonge) kind als bedreigend ervaren en dus kan de reactie die van een traumatische ervaring zijn.

13.             Reacties op een traumatische ervaring

We hebben al gezien dat we dus veiligheid en vertrouwen nodig hebben van onze omgeving. Krijgen we dit niet, dan kunnen we op verschillende manieren hierop reageren:

  • We sluiten ons af. We ontkennen het contact met de opvoeders en gaan ons richten op de maatschappij. Binding wordt eng, dus we ontwikkelen bindingsangst
  • We hebben wel kort die liefde ervaren, maar die is er ineens niet meer. We gaan een gedrag laten zien van claimen en doen er alles aan om die liefde van die persoon of een ander weer te krijgen. Binding wordt levensnoodzakelijk, we krijgen verlatingsangst.
  • We komen in ons leven regelmatig situaties tegen die ons sterk in verwarring brengen. Angsten, zweten, ongemakkelijk voelen, waakzaam, onprettig voelen zijn zo wat uitingsvormen van de reactie op triggers op restanten van traumatische ervaringen, waarvan we de herinnering niet meer hebben, maar wel de reacties nog dagelijks kunnen voelen.
  • We willen de reacties op triggers niet meer ervaren, dus gaan we die ontlopen. We worden verslaafd aan de drugs, drank, sigaretten, werk, seks, sport (duursport) etc. Dit alles om de werkelijk (oorspronkelijke) pijn niet meer te hoeven voelen.

14.             Therapeutische interventies

Tot nu toe zagen we in de therapie, dat er veel gepraat werd. Je zit dan dus in je cognitieve brein. Echter we hebben inmiddels gezien, dat daar niet de oorzaak ligt. Deze zit in het limbische systeem en het reptielenbrien. En daar kom je niet met woorden aan, daar heb je gevoelens voor nodig. Gevoelens die alleen ervaren worden als je gaat handelen. Dus doe-dingen zullen meer resultaat opleveren, dan praattechnieken.

Alles begint in het leven met vertrouwen. Als je iemand vertrouwt, zal je minder gestrest met die persoon omgaan. Dat geldt ook in de benadering van deze cliënten. Hoe je dat doet, is afhankelijk van de leeftijd van die cliënt, waarop het trauma is ontstaan. Is de ontstaansleeftijd jonger dan 8 jaar, dan heeft het geen zin om te praten. Immers in deze preverbale tijd hadden we nog geen taal en konden we onze herinneringen niet opslaan in de vorm van taal.  Is de cliënt ouder dan 8 jaar, wanneer die met een traumatische ervaring in contact komt, dan zal praattherapie mogelijke een oplossing kunnen bieden, echter dan wel op die manier, dat men al pratend tot het gevoel komt. Het ligt dus aan de vaardigheden van de therapeut/psycholoog en de mogelijkheden van de cliënt, of die gaat voelen, of dat die jaren lang om een heet thema heen blijft draaien.

14.1 Hoe kunnen we traumatische reacties oplossen?

Let wel. Een traumatische reactie is een hevige ervaring, ook in de latere jaren. Het zenuwstelsel is geheel ontwricht en het kost tijd om dit te herstellen. Er echter over praten zal in veel gevallen weinig uithalen.

Prof. Dr. Bessel van der Kolk, beschreef in zijn boek Traumasporen een mogelijke behandellijn:

  • Ontspanningsoefeningen
    • Yoga
    • Mindfulness
      • Hoe meer iemand zich bewust is van zijn lichaam, hoe meer hij onderscheid kan maken tussen sensaties die in het hier en nu wordt getriggerd en sensaties die uit het verleden komen
    • Massage
  • Tikken op Acupressuurpunten
  • Onderscheid maken van Volwassen en Kindenergie, hetgeen met het Innerlijke Kindwerk gedaan wordt.  (Of zoals een kinderpsychiater het eens zei: Met welke oortjes luisteren we, de Volwassen of de Kindoortjes?)
  • Binnen een veilige setting herbeleven wat er gebeurd is.
  • Het resetten van de hippocampus door middel van opnieuw ervaring opdoen van wat er indertijd fout is gegaan. Dit kan door middel van Adult Attachment Therapy®, waarbij men het trauma doorleeft en gaat ervaren dat men zelf de keuze heeft. Op die manier neemt men door middel van ervaren het heft in eigen handen. Oftewel: in plaats van in de energie van het Aangepaste miskende, getraumatiseerde Kind te blijven, gaat men zich voelen en gedragen als Volwassene.

 

Zoals Prof. Van der Kolk laat zien, praten we dus niet met de cliënten, maar stellen we ze eerst gerust (het vertrouwen), om vervolgens te laten ontspannen en te laten ervaren             (aanraking). De opkomende emoties en ervaringen worden op hun merites ingeschat.

 

 

 

Om even bij ons voorbeeld te blijven, laten we de cliënt dus ervaren wat het verschil is tussen een tennisbal en een appel, vooropgesteld dat ze deze beiden nog niet kennen. En dan niet door naar die appel of bal te kijken, te meten, te wegen of wat dan ook, maar door erin te bijten. Te ervaren.

We gebruiken daarbij dezelfde technieken als welke bij de baby worden gebruikt:

  • Werken aan de kennismaking
  • Werken aan de veiligheid en het vertrouwen
  • Werken aan het fysieke contact
  • Er zijn als er emoties zijn
  • En i.t.t de babytijd en kindertijd, nu ook bewust laten worden wat er gebeurt en alle op de goede manier relativeren.

 

Dit doen we met Adult Attachment Therapy® en het Innerlijke Kindwerk/Inner Child Work. Hier wordt, naast de uitleg, weinig gesproken en veel gedaan en ervaren. Het limbische systeem wordt dan aangezet tot het openen van nieuwe verbindingen en door de nieuwe ervaringen zal de hippocampus andere prikkels geven aan de amygdala dan voorheen.

 

15.             Huidige maatschappij

Tot slot nog enkele algemene tips. Onze maatschappij staat bol van de stressfactoren en het heilige moeten, het halen van deadlines. Als we dan al hoog in de arousal zitten en als we dan al snel gestrest zijn, is het zaak te gaan voelen. Te gaan voelen wat we nodig hebben en te rusten en relaxen. Pas dan kan ons zenuwstelsel de continue stroom van prikkels aan en zullen we opgroeien als voelende mensen en niet als computers, bij wie een druk op de knop genoeg is om ons in gang te zetten.

 

 

-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-

 

 

 

 



[1] Peter Levine, De tijger ontwaakt, 2007, Uitgeverij Altamira-Becht, Haarlem. Pag. 149

[2]Bron: Traumasporen, Prof. Dr. Bessel van der Kolk, Uitgeverij Mens! Eeserveen.2016. Pag. 157

[3] Prof. Dr. Bessel van der Kol, Traumasporen. Uitg. Mens! Eeserveen. Pag. 246



© 2019 Het innerlijke kind - realisatie: BMT Media