ADULT ATTACHMENT THERAPY®

 

 

De praktijk

 

 

Sully Prudhomme: “Men is maar gelukkig door wat men voelt , niet door wat men is”.

 

 

 

 

Wat we doen bij ADULT ATTACHMENT THERAPY®

 

 

 

 

Net als bij het Innerlijke Kindwerk laat ik de cliënten eerst hun levensverhaal schrijven. Hieruit komt dan meteen naar voren hoe de start van hun leven (de eerste 3 jaren) was geweest.

Nadat ik hun levensverhaal aandachtig gelezen had, vroeg ik aan die cliënten of ze wilden meedoen aan een pilot rondom hechting. Let wel, onder hen waren mensen die, op wat voor manier dan ook, meer dan 10–20 jaar therapie volgden of medicijnen slikten om hun hoofd boven water te houden in het dagelijkse leven. Ze hadden echter geen aantoonbare pathologie of psychiatrische aandoening.

 

De “klachten” waarmee de mensen kwamen waren:

·       het gevoel geen geluk in het leven te kunnen ervaren

·       zich niet veilig voelen

·       eenzaamheid en deze niet weten in te vullen

·       het gevoel te hebben niet tot rust te kunnen komen

·       het gevoel hier niet op aarde te willen zijn

·       etc.

 

Ze vertelden dus in feite situaties waarbij er op gevoelsniveau iets niet goed voelde, echter waar men geen “weet” had van wat de oorzaak was. Er was geen doorgroei van het gevoelsbrein (limbische systeem) naar het denkbrein (neocortex) en dat terwijl het reptielenbrein wel prikkelde. Het leek erop alsof de taal van het limbische systeem (voelen) niet geleerd was. Deze mensen voelen dus iets, maar weten niet wat het is. Zij voelen dat ze iets missen, ze weten echter niet wat ze missen.

Nadat de cliënten erin toestemden aan hieraan mee te doen, liet ik hen in contact komen met hun Innerlijke Kind (= het behoeftedeel, waarvan de meesten zich niet bewust zijn). Dit contact komt tot stand door middel van een geleide meditatie, waarin ik hen begeleid om hun eigen Innerlijke Kind te ontmoeten. De manier waarop men zijn eigen Innerlijke Kind benaderde, vertelde mij :

 

·       de manier waarop hun eigen ouders op emotioneel terrein met hen omgegaan zijn (vorm van hechting)

·       hoe zij zelf stonden tegenover hechting naar hun eigen fysieke kinderen

·       hoe ze met hun eigen gevoelens omgingen (de mate van rationaliseren of emotioneel binden)

·       hoe ze zelf met hun eigen behoeftes omgingen (de mate van bewust zijn en ontkennen of erkennen).

 

Mensen met een onveilige hechtingsstijl  zeiden o.a.:

 

·       “Ik kwam mijn kleine meisje wel tegen, maar ik zou er zo langs kunnen lopen. Ik had ook geen goesting om het mee te nemen.”

 

·       “Ik kwam die jongen wel tegen, hij zat te spelen. Ik heb even met hem gepraat en ben toen weggegaan.”

 

·       “Ik laat je nooit meer los, je blijft altijd bij me”, met daarbij een beweging alsof ze een denkbeeldig kind wilden smoren...

 

Mensen die met een veilige hechtingsstijl  bij ons kwamen, reageerden bijvoorbeeld zo:

 

·       “Ik kwam mijn kind tegen en toen ik uitgenodigd werd om het mee te nemen, nam ik het mee en voelde erg veel verdriet, maar ook dankbaarheid.”

 

Dergelijke antwoorden over hoe men het Innerlijke Kind benaderde, vertelden mij dus hoe men mogelijk zelf gehecht was in hun eigen kinderjaren.

Mensen die aangaven “in hun hoofd” te zitten, maakte het niet zoveel uit wat er met het kind gebeurde. Dan is een vermijdend hechtingspatroon is zeer waarschijnlijk. Ze hebben immers nooit geleerd te voelen en weten dus ook niet hoe ermee om te gaan.

 

Nadat het voor mij duidelijk was dat een hechtingspatroon mogelijk een rol kon spelen in hun klachten, legde ik dit voor aan de cliënten. Ik stelde voor de veilige manier van hechting, waarbij de baby/het kleine kind door de (ideale) papa/mama gekoesterd werd, na te spelen.

De reacties zijn in twee grote groepen onder te verdelen:

 

·       Een groep had een uitgesproken behoefte aan contact maken, deed dat echter niet. Ze gaven als reden aan: “Ja, je gaat toch niet zo maar bij een vreemde langs en vraagt of je bij hem mag wegkruipen.” Deze overtuiging weerhield deze mensen ervan dit ooit te doen of te vragen.

Ook de angst om een afwijzing te ervaren, welke soms een onderdeel van hun problematiek was, weerhield hen te vragen. Dit zag ik voornamelijk bij de mensen met een gepreoccupeerde hechtingsstijl.

 

·       Een andere groep voelde diep van binnen wel aan en gaf ook aan dat men wel contact wilde maken, maar op de een of andere manier niet wist hoe en ook niet durfde. Dit zag ik met name bij de mensen met een vermijdende hechtingsstijl. Zij vertelden mij meestal dat er iets was waarnaar ze op zoek waren, maar niet wisten wat dat was.

 

 

Ik zette me vervolgens op de grond tegen een stapel kussens aan en de cliënt kwam bij mij zitten en legde zijn/haar hoofd op mijn borstkas. Terwijl ik zijn rug steunde en met de andere hand door het innervatiegebied van de nervus vagus masseerde (dus met name het hoofd, de nek en schouders), merkte ik dat de meeste cliënten kalmeerden.

Tegelijkertijd zei ik zaken die een ouder tegen zijn kind zou zeggen, dit ter geruststelling (affirmaties).

 

Voorbeelden van affirmaties bij een doelleeftijd van 0 – 1 ½ jaar:

·       Ik ben blij dat je geboren bent.

·       Je verdient het om geknuffeld te worden.

·       Jij was moedig, je wilde leven.

·       Jij bent mooi in elk opzicht.

·       We hebben voor jou een speciaal plekje gemaakt.

·       Ik geniet ervan met jou samen te zijn.

·       Jouw behoeftes zijn welkom bij mij.

 

Voorbeelden affirmaties bij een doelleeftijd van 1 ½ – 3 jaar:

·       Het is goed om dingen te onderzoeken.

·       Het is oké dat je om hulp vraagt.

·       Ik ben hier om voor je te zorgen, je hoeft niet voor mij te zorgen.

·       Je mag “nee” zeggen, ik blijf evenveel van je houden.

·       Je mag vies en vuil worden, je bent belangrijker dan een proper huis.

·       Je mag verdrietig zijn als je iets niet lukt.

·       Je kunt jezelf zijn en je kan erop rekenen dat ik er voor je zal zijn.

·       Je mag vragen wat je nodig hebt.

 

Opmerkelijk hierbij was, dat dat kalmeringsproces schoksgewijs ging. In het begin kwamen soms vele emoties los (ook bij mensen die aangaven zelf slecht te kunnen huilen). Men was dus soms erg emotioneel, na ongeveer 30 minuten kwam er echter een diepe rust over de cliënten. Sommige mensen vielen zelfs in slaap, hetgeen ik vertaal als een gevoel van veiligheid (alhoewel het ook een vorm van vluchten kan zijn).

Toen ik dit een bekende kinderpsychiater voorlegde, zei deze: ”De mensen krijgen nu alsnog de mogelijkheid om niet-afgemaakte stressreactie-programma's in hun lijf eindelijk volledig te doorlopen en af te maken.  Ze gaan de verbindingen opnieuw leggen tussen de drie lagen van het drie-ene systeem: reptielenbrein, limbische systeem en neocortex. Doordat nu volwassen mensen dit doen, kan de neocortex een duidelijke rol spelen. En dat is een verschil ten opzichte van de baby- en kinderjaren.”

 

Na ongeveer 10-15 minuten zo gelegen/ gezeten te hebben, liet ik de mensen als volwassene rechtop zitten, los van mij. Dan mochten ze voelen en bewust worden wat er gebeurd was en hoe ze zich nu voelden. (David Wallin: het mentaliseren). Daarna konden ze zelf aangeven wat er vervolgens mocht gebeuren. Dat kon hetzelfde zijn maar ook iets anders, zoals een andere houding, wel/niet streling, huid-huidcontact, bepaalde woorden herhalen, geluiden maken etc.

Dit werd dan gehonoreerd gedurende weer 10-15 minuten waarna de volwassene opnieuw mocht bewust worden en het vervolg aangeven

 

Het totale proces duurde ongeveer 45-60 minuten. Als laatste fase bakerde ik de mensen in een deken in en liet ze gedurende 10 minuten navoelen wat er was gebeurd.

In de nabespreking verklaarde nagenoeg iedereen dat het een enorm intense en diepe ervaring was en dat ze zich rustig, energieker en goed voelden.

Ook fysiek zagen en hoorden we veranderingen: het gezicht ontspande zich, de darmen ontspanden zich (darmgeluiden), de schouders stonden lager dan in het begin etc.

 

 

Toekomst ADULT ATTACHTMENT THERAPY®

 

Momenteel vind ik de resultaten van mijn werk bevredigend en voel ik mij gesterkt om in deze richting verder te werken. Waartoe dit alles zal leiden weet ik niet, ik hoop echter dat de wetenschappelijke wereld dit zal oppakken en nader gaat bezien wat voor meerwaarde uit deze benadering kan worden gehaald. Het is toch te gek voor woorden dat mensen tot 20 jaar lang mogen praten over iets waar ze nog geen woorden voor hadden, puur omdat er toen nog geen woorden waren en dit terwijl er een alternatief is.

Als alles eensluidend zou zijn voor wat betreft de theorie, dan zouden er één of twee stromingen zijn binnen de omzetting van de hechtingstheorie naar de klinische praktijk. Echter, dat is niet zo. Er zijn tientallen ideeën waarom het één wel en het ander niet zouden werken. Juist het niet echt weten hoe het precies werkt, kan voor mij de reden zijn waarom de wetenschappers vaak iets anders zeggen. Maar, volgens mij belangrijker: er kunnen dus nog nieuwe waardevolle therapeutische benaderingen ontstaan!

 

Net zo wordt er omgegaan met het thema: “Mag men een cliënt aanraken of niet, en zo ja, tot hoever mag dat gaan wil het nog therapeutisch verantwoord zijn.”

Ik denk dat die grens daar ligt, waar zowel de cliënt als therapeut beiden aanvoelen dat het oké is en dat er niet over grenzen wordt gegaan. 

Het deed mij dan ook deugd het volgende te mogen lezen in het boek  “Gehechtheid in psychotherapie” van David J. Wallin: “Hoe extremer de dreiging, hoe krachtiger het verlangen naar verbondenheid, veelal via de concrete nabijheid van huid-op-huidcontact. Klaarblijkelijk kan lichamelijke nabijheid, onontbeerlijk voor het voortbestaan van het jonge kind, vaak als een emotionele noodzaak worden ervaren door oudere kinderen en volwassenen.

Dat de lichamelijke nabijheid effectief werkzaam is, is in mijn beleving wel bewezen. Want ik ben er van overtuigd dat, met het aanraken van de cliënt en het koesteren van de cliënt (op indicatie), er een zeer grote mogelijkheid wordt aangeboord om de latente maar wel relevante behoeftes van de cliënt in te vullen. Deze behoeftes komen voort uit de babytijd, de tijd waarin we nog geen woorden hadden en waarin we dus uitsluitend konden communiceren met gevoelens en emoties.

 

Ik haal in dit opzicht graag de woorden van een bekende Belgische kinderpsychiater aan die, als reactie op de Adult Attachment Therapy®, zei:

“Jullie hebben iets unieks in handen. Wat jullie doen, spreekt de taal van het limbische systeem, wat met de spreektaal niet mogelijk is. Wil je de neocortex aanspreken, dan gebruik je taal, wil je het limbische systeem aanspreken, dan gebruik je het voelen.“

 

Dat is dus wat wij doen... en waarvan wij hopen dat het in de toekomst steeds meer erkend mag worden als een waardevolle hulp voor mensen met een hechtingsproblematiek.



© 2018 Het innerlijke kind - realisatie: BMT Media