Seksualiteit en intimiteit.

 

“LET’S TALK ABOUT SEX BABY, LET’S TALK ABOUT YOU AND ME, LET’S TALK ABOUT ALL THE GOOD THINGS AND THE BAD THINGS THAT MAY BE, LET’S TALK ABOUT SEX……………………” een begin van een bekend liedje van Salt and Pepper.

 

En oh zo waar, laten we er over praten, laten we eerlijk zeggen wat we voelen en waar onze noden en behoeftes liggen. Laten we zeggen wat we fijn vinden en ons opwindt en laten we zeggen wat we niet zo leuk vinden of zelfs een hekel aan hebben. Laten we leren grenzen aan te geven. Laten we voorbij de schaamte gaan..…..……..

Veel mensen durven niet over seks te praten. Hoe kan je dan aangeven aan je partner wat je fijn vindt? Hoe kan je dan je kinderen seksuele voorlichting geven, anders dan de technische dingen die in boekjes staan? Hoe reageer je dan op vragen als: “Ja maar papa, wat voel je dan als je klaar komt?”. Hoe kan je een kind van 8 jaar zich laten voorbereiden op de puberteit, zonder hier schaamte op te leggen? Hoe kan je dan een puber van 14 jaar grenzen aan laten geven, een duidelijk nee of een ja, als je zelf geen grenzen aan kunt geven? Hoe kunnen zij die keuzes maken als jij er al niet goed over praten kan? Hoe leren de kinderen hoe het werkt en hoe ze het benoemen moeten, anders dan dat ze het van de straat leren of van het internet? “Mama, wat is vingeren, en is dat fijn?”

Allemaal zaken die tevoorschijn komen, als we onze schaamte af kunnen leggen. Tenslotte is seks één van de mooiste dingen die we hebben in het leven. Zijn we hoe dan ook niet allemaal het product van seks van onze ouders, op wat voor manier dan ook?

 

Behoeftes

 

Praat je over seks, dan praat je over behoeftes. Dan praat je over een onwillekeurig systeem, welke ons ergens toe aanzet. We praten dan over iets, wat soms zelfs meer invloed op ons uitoefent, dan dat we zelf willen toegeven. Maar wat zijn dat nu, die behoeftes, en kan je deze behoeftes rangschikken in volgorde van invloed op ons leven?

De Amerikaanse psycholoog Abraham Maslow  (1908 – 1970) ging er van uit, dat veel menselijk gedrag verklaard kan worden door de neiging van elk individu om persoonlijke doelen na te streven die het leven betekenis en zin geven. Hij kwam uiteindelijk tot een piramide van 5 behoeftes:

1.       De onderste laag: de fysiologische behoeftes: eten, zuurstof, slapen, seks, bescherming tegen kou etc. Zaken dus puur om te overleven van het individu en de soort.

2.       Behoefte aan veiligheid: zekerheid in het leven, orde in het leven, structuur in het leven.

3.       Behoefte aan liefde: gevoel ergens bij te horen.

4.       Waardering. Deze is onder te verdelen in:         a. waardering van anderen

b. waardering van je zelf (zelfwaardering).

5.       Behoefte aan zelfontplooiing: het verlangen om alles te worden waartoe men in staat is.

Uitgangspunt in het denken van Maslow is dat behoeften van een lagere orde in ieder geval tot op zekere hoogte vervuld moeten zijn voordat iemand zich bewust wordt van hogere behoeften en erdoor gemotiveerd raakt.

 

maslow behoeftepiramide

 

 

 

Hoewel de theorie van Maslow weinig voorspellende waarde heeft en daardoor vanuit wetenschappelijke hoek niet in erg hoog aanzien staat, immers in de wetenschap moet het meetbaar en herhaalbaar zijn, lijkt zijn denken over wat mensen beweegt, zeer actueel.

 

We hebben dus allemaal behoeftes, die op wisselend niveau ingevuld zijn of kunnen worden.

De platte seks staat op het onderste niveau. Het is bedoelt om ons soort in stand te houden en onze genen door te geven aan latere generaties. Het is dus net zo natuurlijk als eten en drinken en het naar de WC gaan. Waarom leggen we er dan zo’n lading op?

 

 

Hoe leren we de zaken rondom seks?

 

 

Laten we in het kader van deze lezing eens kijken hoe wij de voorlichting, de informatie rondom seksualiteit aangeboden krijgen. Regelmatig komen Griet en ik in onze praktijk mensen tegen, die amper weten hoe de seksualiteit elkaar zitten. Ja ze weten het verhaal van de bloemetjes en de bijtjes en ja, ze weten ook dat de penis (ik noem het hier liever de lingham) in de vagina (ik noem het liever hier yoni)  gestopt moet worden en dat dit (soms) een fijn gevoel op kan leveren. Vaak hebben ze nog een filmpje op het internet gezien (want in die tijd leven we nu, heb je niets gehoord, dan kan je aan zelfeducatie doen, door op internet te gaan grasduinen ……..), met helaas tot gevolg, dat het beeld van seksualiteit niet al te positief is geworden. 

In de jonge jeugd leerden de kinderen dat ze met hun handen niet bij hun yoni of lingham mochten komen (terwijl het kind dit juist als de normaalste zaak van de wereld ziet). En juist deze bestraffing leert het kind, dat alles wat daar tussen de benen gebeurt, wel iets heel bijzonders is, en dat het fout is, als je daar teveel aandacht aan schenkt. 

Maar wat doen de ouder s nu precies? Als een baby groter wordt, krijgt het:

·         een aangepast bestek, immers, de vorken en lepels van volwassenen zijn te groot. Het kind moet het eerst leren

·         een potje, want de volwassen WC is te groot voor het kind

·         een klein stoeltje, want het komt met die kleine beentjes nog niet op een volwassen stoel

·         een klein fietsje, want het kind heeft ook van die kleine beentjes (..”he mam “)

·         een kinderzitje in de auto: want dat is verplicht om het kind te beschermen

·         etc…….

 

Maar hoe zit dat op het gebied van de seksualiteit? Niets wordt er aangeleerd, niets of haast niets, wordt er aangepast. Het kind krijgt, Zo rond de leeftijd van 10 – 14 jaar, meteen de volwassen seksualiteit over zich heen en zal het daar mee moeten doen. Veel kinderen hebben geen flauw idee waar het precies over gaat, maar ja, “ze moeten het toch weten hè “.

Voeg hieraan toe, de saus van de opvoeding tot dan toe, en je hebt de perfecte mix om seksualiteit in het kamertje van de schaamte te plaatsten.

 

 

Voorlichting en de houding van onze ouders

 

En dan het verschil in intimiteit en seksualiteit. Wanneer kies je voor het een en wanneer voor het ander? Kan je wel kiezen en wat is de uitwerking hiervan op ons zelf?

Om al deze vragen te beantwoorden, zullen we terug moeten gaan naar het begin. Naar het begin van onze opvoeding en hoe wij hebben geleerd over seksualiteit en intimitiet.  Over de rol van onze ouders en het schoolplein. Maar nog verder terug, over de ontwikkeling van de kijk op seksualiteit in het algemeen, door de eeuwen heen. Over hoe we met elkaar om gaan en wanneer intimiteit stopt en over gaat in seksualiteit.  Kortom, hoe we gekomen zijn tot het standpunt wat we nu innemen in het hier en nu ten aanzien van seksualiteit.

Dit alles voert veel te ver om in 2 uur te behandelen. Ik zal veel niet kunnen vertellen en van veel zaken het te oppervlakkig behandelen.  Ook ben ik me bewust van het feit, dat vele vragen niet gesteld worden, simpelweg, omdat men er schaamte en angst op heeft zitten. Vandaar dat ik de lezer en de toehoorder aangeef, dat alles te bespreken is in een persoonlijke sessie. Beter voorbij de eigen schaamte en onzekerheid te gaan en te leren hoe het een en ander in elkaar steekt, dan met halve waarheden onze kennis doorgeeft aan onze eigen kinderen.

 

 

De geschiedenis van de seksuele voorlichting

 

·         Middeleeuwen: seks is natuurlijk, en niet iets intiems en persoonlijks. Je kon er zwanger van worden en daarom weerden veel vrouwen dit af.

·         Vanaf de zeventiende eeuw: seks is voor mannen en niet voor vrouwen, jongeren werden dom gehouden.

·         Eind 19e eeuw: de eerste 'deskundigen' vonden dat ze iets moesten uitleggen, maar wilden vooral niet teveel vertellen. Het ging vooral over de negatieve kanten van het seksuele leven zoals ongewenste zwangerschappen, prostitutie en geslachtsziekten.

·         Begin 20e eeuw: het seksuele leven als bron van geluk wordt belangrijker. Het huwelijk is ideaal, maar in de periode van onthouding daaraan voorafgaand moesten jongeren gesteund worden door voorlichting.

·         Jaren 20: seksualiteit werd gecultiveerd, er kwamen 'fatsoenlijke' huwelijksvoorlichtingsboeken op de markt. De boodschap dat seks geleerd moest worden, werd zowel met afschuw als met opluchting ontvangen.

·         Na de Tweede Wereldoorlog: seksuele voorlichting was nu vanzelfsprekend geworden. De nadruk kwam nu meer te liggen op het voorbereiden op relaties en de bijkomende gevoelens. De Amerikaanse onderzoeker Alfred Kingsley publiceerde enquêtes over het seksuele gedrag van mannen en vrouwen. Iets van de wazigheid en heimelijkheid werd helder gemaakt. Een stukje van de sluier werd opgetild.

·         Jaren 60/70 : de zogenaamde 'seksuele revolutie'. De vroegere stiekeme seks gebeurde nu open en bloot: 'vrije seks'. Tegelijk kwam de emancipatiestrijd van homoseksuelen. Rondom deze tijd kwam de pil op de markt, hetgeen de mogelijkheid genereerde seks te hebben zonder een kind te krijgen, een angstbeeld wat vroeger bij veel vrouwen aanwezig was. 'Seks om de voortplanting' maakt plaats voor 'vrijen voor je plezier' en aandacht voor het eigen lichaam.

·         Jaren 80: het bedrijf Mail & Female wordt in Amsterdam opgericht, waar seksproducten zijn samengesteld vanuit een vrouwelijke visie op liefde en erotiek.

·         Jaren 90: de vrijheid in het seksuele leven heeft geleid tot grote verwarring. De grenzen worden beschreven in een boek over erotische etiquette.

·         Begin 21e eeuw: via internet kon men alles zien en horen wat te maken heeft met seksualiteit.  We denken dat we “vrij” zijn, maar ondertussen heerst het demon van de schaamte.

 

Heeft dit alles ons nu zoveel gelukkiger gemaakt? Of moeten we, zoals Maslow zou zeggen, de volgende stap zetten? De stap naar hartscontact, de stap naar intimiteit?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

OEFENING: GA GEMAKKELIJK ZITTEN EN DOE JE OGEN DICHT. DENK EENS TERUG AAN DE LAATSTE KEER DAT JE SEKS HAD. KIJK EENS TERUG NAAR HOE DAT GING. WAS ER EEN LANGE VOORBEREIDING, OF ONTSTOND HET SPONTAAN OP DE KEUKENTAFEL. WAT VOOR GEVOELENS WAREN DAARBIJ: WAS JE ZELF OPGEWONDEN, OF ONDERGING JE HET. KWAM JE KLAAR, OF DEED JE MAAR ALSOF. WAS JE TEVREDEN MET WAT JE PARTNER DEED, OF HIELD JE JE MOND MAAR . TOEN JE KLAAR KWAM, HAD JE TOEN JE OGEN OPEN OF DEED JE ZE JUIST DICHT? WAS JE IN VERBINDING MET JE PARTNER, OF WAS JE AAN HET MASTURBEREN MET GEBRUIKMAING VAN JE PARTNER?

GA NU EENS TERUG NAAR HET MOMENT VOORDAT JE SEKS HAD. GA EENS TERUG NAAR HET MOMENT VAN DE OPWINDING. WAT WAS LEUKER, DIE OPWINDING OF DE FEITELIJKE SEKS. WAS HET MISSCHIEN EEN OPTIE OM GEWOON IN DIE OPWINDING TE BLIJVEN EN DAARMEE DE DAAD UIT TE STELLEN?

 

Schaamte

Waar komt die schaamte vandaan? We worden opgevoed door onze ouders en de sociale structuur die we meemaken in onze kindertijd. Te denken valt hierbij aan de school, het schoolplein, clubs, buren etc. vanuit deze sociale structuren nemen we boodschappen waar en leren op die manier sommige emoties over te nemen. Eén van die emoties is schaamte.

Kijken we hier dieper na, dan zitten er een aantal factoren in die van belang zijn dit uit te lichten:

·         Onze ouders en hun mening

·         Het schoolplein en de maatschappij

·         Onze ervaring in het leven

Onze ouders leefden, zeg maar tussen 1920 en nu.  Uit die tijd stamt dus hun manier van kijken op de seksualiteit. Deze periode kent verschillende lagen:

·         Rondom 1920 werd er niet over seks gesproken. De man was de baas in huis. Seks was er om kinderen te krijgen. Van seks genieten was nog ver weg…….

·         De generatie die geboren is voor de tweede wereldoorlog. Deze mensen hebben de crisisjaren meegemaakt (jaren 30). Er was toen armoede en van alles niets. Men moest werken om te overleven. Zwanger worden betekende een mondje erbij en dus meer verdeling van het schaarse voedsel.  Er moest gewerkt worden en hard. Over seks praten met je ouders was een groot taboe. Het was niet normaal om met een paar vragen over seksuele voorlichting te komen. Maar ook op school werd er geen aandacht aan besteed. Eigenlijk kwam het er op neer dat de jeugd het allemaal maar zelf moest uitvinden. Het was bijvoorbeeld ook raar om een pakje condooms bij de drogist te halen

·         De generatie van de tweede wereldoorlog tot halverwege de jaren 50. Men noemt dit ook wel de protestgeneratie. Deze mensen hebben de oorlog niet meegemaakt (niet bewust), maar zagen wel in, dat het anders moest. De strakke sociale structuren en onderdrukking van mensen kon zo niet langer doorgaan. Het conservatisme van hun ouders werd aan de kant geduwd. Men ging meer in de richting van de natuur denken en van gelijke rechten en zelfbeschikking .

·         In de jaren 60 sprak men over de seksuele bevrijding. (Alles moest anders, weg met de bekrompenheid). Men ging openlijker over seks praten (wat vroeger niet gebeurde). De manier waarop kinderen en hun ouders met elkaar om gingen veranderde. Respect moest je verdienen en was geen automatisme.  De beeldvorming werd meer bepaald door de televisie. Op de televisie zag men voor het eerst een blote borst, hetgeen gelijk voor tumult zorgde. Onze ouders komen dus vanuit deze tijd. Deze pubers van TOEN  vertellen ons dus NU hoe het wel en niet moet, wat wel en niet kan en waar we ons dan toch echt voor moeten schamen. Echter kijken we nu eens naar die tijd, dan zien we dat uit rapporten uit die tijd blijkt, dat meer dan 50% van de mannen hun vrouwen wel eens hadden bedrogen.  Nu hoor ik de vrouwen zeggen: “Zie je wel, viespeuken zijn het”. Echter uit dezelfde rapporten blijkt dat  dat de getallen van de vrouwen die hun mannen bedrogen minstens even hoog lagen. En dit was allemaal nog vóór de seksuele revolutie uit de jaren zeventig…..

·         Vanaf de jaren 70 mocht en kon eigenlijk alles. Men keek lang niet overal meer van op. Men spreekt vanaf deze tijd dan ook van de seksuele revolutie. Echter is er sinds die tijd wel zo veel veranderd?  Zie hier over later in dit verhaal…..

·         Toen vanaf de jaren 80 de computer steeds meer gemeen goed werd, kon men, in de heimelijkheid van de woonkamer, kijken naar wat men wilde.

 

Kan je je dus voorstellen, dat een groot deel van onze ouders zich hier niet helemaal mee kon verenigen? Dat een deel van onze ouders dusdanige slechte ervaringen hadden met seks, dat ze het automatisch in een verdomhoekje plaatsten? Dat veel van de ouder schaamte van vroeger mee geëvolueerd is naar nu? En deze ouders mogen ons opvoeden?? Deze ouders zouden frank en vrij over seks moeten praten en ons uitleggen dat seks ook zijn mooie kanten heeft…… ligt dus wat moeilijk…..

 

Het schoolplein: Soms wordt er wel gezegd, dat een kind meer leert over sociale relaties op het schoolplein dan in de klas. Op dit schoolplein worden ze gevormd, zowel relationeel als seksueel. In de school leren de kinderen zaken als puberteit en voortplanting, echter op het schoolplein komen zaken als vriendschap, liefde, relaties en omgangsregels naar voren. Men wil erbij horen en loopt mee. Men zegt niet: “Sorry, dat snap ik niet, hoe zit dat?” Nee, men huppelt mee, uit angst degene te worden waar de gehele groep zich op gaat richten.

Op het schoolplein komen kinderen dus in aanraking met informatie over seksualiteit en relaties. Kinderen krijgen hierdoor dus een beeld van seksualiteit en de omgang met elkaar. Dit beeld is echter niet altijd positief. Het sluit meestal ook niet aan bij de eigen kinderlijke seksualiteit.  De kinderen zijn dan kwetsbaar, dit doordat ze niet leren er over te praten en onvoldoende of onjuiste kennis van zaken hebben. De eigen schaamte van de ouders gaat dus heel ver en ik durf zelfs te stellen, dat door de schaamte van de ouders, de kinderen leren dat ze seks iets is waarvoor je je moet schamen.  

 

 

 

 

 

Wat vertellen we de kinderen en wanneer?

 

 

 

Om deze vraag goed te kunnen beantwoorden, zullen we naar de seksuele ontwikkeling van het kind zelf moeten kijken.  Dit gaat dus in vanaf het moment dat het kind seksuele gevoelens krijgt. Dus wanneer het kind de aanraking van zijn/haar eigen lijf en genitalia als prettig gaat ervaren.  En wanneer gaat dit in? Juist ja, vanaf de geboorte. Vanaf het jaar 0. Hier kan het kind “geleerd” worden dat het fijn is geknuffeld te worden en vastgehouden te worden.

 

 

 

Kind in ontwikkeling

 

 

 

 0 - 1½: Kind is afhankelijk voor levensbehoeften van de ouder/verzorger. Lichamelijk contact is gericht op voeden (lichamelijk en psychisch), verschonen, gedragen worden. (Als hier iets fout gaat en het kind een tekort ervaart, zien we dit later terugkomen in de volwassen fase. In therapie hebben dergelijke mensen het over de behoefte om gedragen te worden en andere bewoordingen die op deze fase slaan).  Wederzijdsheid in het contact vindt vooral plaats via de ogen. Het kind ontdekt het eigen lichaam en de gevoelens die de verschillende aanrakingen met zich meebrengen. Het kind leert een band met aanvankelijk de moeder en later de vader op te bouwen. Hierbij speelt oxytocine een grote rol (zie later).

 2 - 4: Tederheid en troost krijgen plaats in het contact. Koppigheid om eigen identiteit te ontwikkelen. Het kind zoekt veiligheid tegenover de koppigheid. Koppigheid maakt dat ze hardhandig aangepakt kunnen worden. Het is belangrijk om daar ook koestering tegenover te zetten. Een kind kan sterke lustgevoelens ontdekken door genitale stimulatie. Het kind kan een hoogtepunt, een orgasme beleven. We moeten dit niet verwarren met een volwassen seksualiteitsbeleving. In dit stadium is het al van belang hoe een ouder reageert op deze ontdekkende seksualiteit van het kind. Volgt er sturing (bijvoorbeeld: niet aan je passertje zitten in het openbaar), dan wordt het kind niet afgewezen maar krijgt het regels aangereikt. Is er echter een bestraffing in de zin van “Bah, vies, blijf daar vanaf”, dan leert het kind in de jonge jaren (let wel, dit is de vorming van de blauwdruk), dat je geslacht vies is en dat je er niet aan mag komen…… “Maar het voelt zo fijn”… nou dan maar stiekem…. En de eerste opstand tegen de ouders is begonnen en daarmee het onderuit halen van de zekerheden die het kind bij de ouders had. Ik ben het dan ook geheel eens met drs. Willem Populier, die hier aangeeft, dat de ouders zich moeten herinneren hoe het voor hen was toe zij zo jong waren. En vanuit deze gedachtegoed terug stappen in de regulering in plaats van de bestrafing.

 

Het besef een jongen of meisje te zijn speelt op deze leeftijd. En sterker nog, men is er trots op. Niet zelden komt het meisje met opgetrokken rokje naar papa lopen en zegt uitbundig: “Papa, papa ik ben een meisje” en papa schiet in zijn schaamte en bestraft het kind. Hij de prins van het kleine meisje heeft ondubbelzinnig gezegd, dat zij als meisje niet ok is. Iets wat zijn invloed uit kan oefenen gedurende het gehele leven van het kind….. Willem Populier:  “Prijs het meisje dat het een meisje is en deel het enthousiasme van het kind. Binnen een paar seconden is het onderwerp niet meer interessant voor het kind en gaat het iets anders doen”. Resultaat: geen schaamte voor het eigen lichaam….

 

 4 - 8: Ontwikkeling van emotioneel contact. Er wordt vaak doktertje gespeeld. Kinderen leren sociale regels en gaan zelfbevrediging en doktertje spelen verbergen. Tot een jaar of 7 denken kinderen vooral concreet vanuit de eigen ervaring. De rijping in het denken maakt dat ze zich voorstellingen kunnen gaan maken los van de eigen ervaring. Dat is een belangrijk gegeven voor de voorlichting van kinderen. Ze moeten zich voldoende een voorstelling kunnen maken. Zoals ik eerder opmerkte begint de seksuele opvoeding bij 0. Maar een kind is vanaf een jaar of 7 toe aan de abstracte kennis over seksualiteit. Hier kan het verhaal over de bloemetjes en de bijtjes van pas komen, gekoppeld aan de werkelijkheid. Hier hoeft men nog niet te spreken over verliefdheid, soa’s etc. Daar zijn ze nog veel te jong voor. Het kind geeft hier zelf aan wat het nodig heeft als informatie en wat niet. Dit is het eerste echte voorlichtingsmoment.

 

 8 - 12: Lichamelijke rijping. Meisjes eerder dan jongens. Je ziet kinderen meer stoeien, duwen, trekken, als inkleuring van de behoefte aan contact, waar ze zich voor gaan schamen. Lichamelijke veranderingen, geslachtskenmerken ontwikkelen. Intense gevoelens van verliefdheid kunnen spelen, die we niet moeten afdoen als kinderspel. Ook hier speelt het verhaal van ok of niet-ok weer een grote rol. Neem het kind serieus en praat met het kind op dit moment over zaken die komen gaan: groei van uiterlijke seksuele kenmerken bij jongens en meisjes, verliefdheid en vriendschap, ongesteldheid etc. Groepsvorming is van belang op deze leeftijd. Men spiegelt zich aan elkaar en kijkt “hoe ver ze zijn”. Meisjes vormen een groep met meisjes en doen meisjesdingen, jongens met jongens. Ook hierin spelen de ouders een cruciale rol. Hoe vaak zien we in de praktijk niet dat jongens bij het missen van de vader, een vrouwelijke energiestroom laten zien en pas veel later merken dat ze “ontspoort zijn” en dit terug proberen te vinden in mannengroepen? Pas je niet in zo’n groep, dan lig je er uit en door de eigen onmacht en twijfelen die er bij de meeste kinderen heerst, komen degene die onderin de pikorde staan aan de beurt en vormen het mikpunt van de groep.

 

12 - 15: Afbakening van de eigen identiteit. Lichamelijk contact met volwassenen neemt sterk af. Was het zo, dat de ouders nog vaak geknuffeld en gezoend woerden, we zien op deze leeftijd dat de kinderen zich bewust worden van hun eigen identiteit en afstand nemen tot één of beide ouders. Seksualiteit is sterk zelfgericht. Dit is dan ook de periode van het exploiteren van de zelfbevrediging. Het kind leert wat het lekker en fijn vind. Ook hier speelt het bestraffen van de ouders weer een grote rol (indien dit gebeurt). Ook hier leert het kind of het ok is of niet en of iets toegestaan wordt of niet. Ook het respect voor die eigen identiteit is hier van belang. Niet zelden stormt een vader of moeder de badkamer binnen zonder te kloppen. In deze periode is het kind hiervoor gevoelig geworden. Van de ouders vraagt dit dus een gedragsverandering en bewuster omgaan met het kind (wat nu een ander individu is geworden).

Binnen de voorlichting zullen deze kinderen laten zien, dat ze alles al wel weten. Echter ze zitten met veel vragen op gevoelsniveau. Is het namelijk niet zo, dat ze slim genoeg zijn om alles op internet op te zoeken inclusief de nodige (helaas eenzijdig belichte) filmpjes? Met hun gevoel weten ze echter geen raad. In deze fase is het van belang om met de kinderen te praten over vriendschappen en relaties, gevoelens, soa’s en voorbehoedsmiddelen. Dit is dus in feite een tweede voorlichtingsmoment.

 

 

15 - 18: Seksualiteit wordt meer relationeel gericht. Een jongere is onzeker over de eigen „marktwaarde‟. Kleding en uiterlijk gaan een steeds grotere rol spelen. Het haar moet precies zo zitten, om aantrekkelijk gevonden te worden bij degene op wie de pijlen gericht zijn.

Binnen de voorlichting moeten ze nu in feite alles al weten, echter de ouders zullen een klankbord kunnen zijn. Zonder dat ze het zelf weten, kijken de kinderen af van wat zij doen en hoe zij zich erbij voelen. Dit is de externe blauwdruk die het kind nodig heeft voor verdere ontwikkeling. Grenzen stellen is hier ook aan de orde. De vader stelt, dat alles goed en wel is, echter als de zoon te dicht bij de moeder komt, dat hij paal en perk eraan stelt. …..”Ik vind het fijn dat je zoveel van je moeder houdt, echter bij haar in bed kruipen doe je maar bij je vriendin, dit is mijn plek en die claim ik”. Hetzelfde geldt voor de dochter en de vader…...  De vader keurt de zoon niet af, maar stelt paal en perk aan zijn gedrag ten opzichte van de moeder….. De ouders leren het kind dan tevens hun eigen grenzen aan te geven aan hun leeftijdsgenoten, zonder dat ze die anderen afkeuren.

 

21 -25 jaar: Uitvliegen: de volgroeiing van de frontale kwab van de hersenen. Dat deel welke voor een groot deel ons gedrag bepaald.  Helaas ook dat deel, welke erg gevoelig is voor drugs en alcohol. Niet zelden worden de hier gevormde hersencellen vernietigd door die alcohol en drugs. Het nare is, dat deze cellen niet meer bijgemaakt worden. Eenmaal aangerichte schade blijft dus bestaan.

In de voorlichtingssfeer zal de vader en de moeder altijd steun blijven geven aan het kind, als dit kind er om vraagt. Dit noem ik het derde voorlichtingsmoment. De mate waarin en het niveau waarop hangt echter sterk af van de verhouding tussen ouders en kind. Is er een goed vertrouwen, dan komen de kinderen vanzelf met de vragen bij de ouders.

 

 

 

 

Hoe groeit onze relatie met onze genitaliën.

 

 

Misschien een gekke vraag, maar wat ik hiermee bedoel is, hoe belangrijk onze genitaliën zijn in ons leven.  De hierboven opgenoemde leeftijdscategorieën is de normale groei in combinatie met de voorlichting.  Tijdens deze groei, gaat de relatie die we hebben met onze eigen seksualiteit, met onze eigen genitalia ook verder.

De Nederlandse psycholoog Willem Poppeliers, de grondlegger van de Sexual Grounding Therapy, heeft deze ontwikkeling ingedeeld in 8 fasen.

1.       De openbaring: Als we geboren worden ziet de buitenwereld meteen of we een jongetje of een meisje zijn. Echter zelf beginnen we ons hiervan pas bewust te worden rond het 4de levensjaar. Op die leeftijd is er (zoals hierboven ook al aangegeven), een ontdekken van het geslacht en de gevoelens die ermee te maken hebben. Het kind wil graag horen dat deze gevoelens OK zijn. Helaas is de reactie van de ouders meestal negatief (door eigen schaamte en opvoeding), waardoor het kind “leert” dat gevoelens in dat deel van het lichaam niet OK zijn.  (Vergelijk eerste ontlasting op een potje en hoe enthousiast het kind hierover is. Ze willen ermee spelen en uit hygiënische overwegingen spoelen we het trotse bezit van et kind door ……..). De meeste ouders zien dus niet de onschuld van het kind, maar zien het als volwassen seksuele uiting.

2.       (14 jaar en verder). Puberteit en adolescentie: in deze fase is er opnieuw een herontdekken van het kind van zijn genitaliën (periode van experimenteren). De ouders krijgen dus als het ware een hernieuwde kans om de ontluikende seksualiteit van het kind niet af te keuren. De pubers willen inzicht krijgen in hoe hun vader en moeder uiting geeft aan hun eigen mannelijkheid en vrouwelijkheid. Ouders zullen hun eigen puberteit moeten herinneren en tegelijkertijd hun volwassenheid tonen door grenzen te stellen.  Geen grenzen van afkeuring, maar grenzen van opvoeding: “Het is goed dat je mij je opwinding laat zien. Ik kan er niets mee, maar later zal je vrouw er gelukkig mee zijn”.

3.       (24 jaar en verder). Volwassenheid: de periode van experimenteren en ontdekken is nu voorbij. De persoon leert een partner kennen en leert daarbij ook de invloed van de schoonouders kennen (en de opvoedende invloed van hen op hun partner). Er vind een verbinding tussen hart en geslacht plaats.

4.       (34 jaar en later) De genitaal-reproductieve rijping: hun kinderen krijgen zelf kinderen en de ouders worden grootouders. De ouders zien als het ware hun eigen kinderen opnieuw geboren worden.  Tegelijkertijd ontstaat er een spanningsveld bij hun eigen kinderen: “We willen niet de fouten van onze ouders herhalen”, nee, maar ze maken nu andere fouten…..

5.       (44 jaar en later) De genitale-relationele rijping:  beide partners dragen de verantwoording voor hun eigen  “zelfregulerende systemen” rondom de vrouwelijke en mannelijke energie.  De partners gebruiken hun toenemende bekendheid met de eigen mannelijke en vrouwelijke energie om dieper contact te maken met de mannelijkheid en vrouwelijkheid van hun partner. Niet langer is de partner een genitaal object dat voor opwinding moet zorgen. Een ieder is in staat de opwinding volledig te realiseren en deze vrij van verwachtingen naar de partner uit te drukken.

6.       (54 jaar en  later). Genitaal-relationeel ouder worden: De partners spiegelen elkaar in toenemende mate. Er is een eenheid in zien en gezien worden, voelen en gevoeld worden, aanraken en aangeraakt worden. Vaak overlijden de ouders in deze periode. Hun genitale bron valt deels weg. Echter de ouders hebben hun doen en laten wel achter gelaten. De erfelijke code is doorgegeven. De ouders leven dus door in de kinderen.

7.       (64 jaar en later). Genitaal-relationeel afscheid nemen: het sterven van de ouders, zal ertoe leiden, dat men energetisch los komt van die ouders. De genitaliën mogen er meer zijn. In de relatie zijn we ons aan het voorbereiden op ons eigen heen gaan.

8.       (74 en later). Genitaal-relationeel sterven: je partner kan komen te sterven. En net zoals bij de ouders, leeft die partner in jou door.

 

Puberteit, inkomende en uitgaande energie.

 

Van al deze fasen wil ik er één nader bekijken. De fasen van puberteit (14 jaar en verder). De puberteit is de periode van experimenteren. Het verkennen van de eigen seksualiteit en die van het andere geslacht. De pubers gaan hun eigen seksuele energie verkennen. Ze leren welke richting deze in hun lichaam op gaat. Jongens leren hun uitgaande energie onder controle te krijgen en deze te verbinden met hun hart. (Dus: niet de vervulling van de behoeftes komt vooraan te staan, maar meer het contact dat men met het andere geslacht heeft komt op de eerste plek).

Meisjes daarentegen leren het vermogen van opnemen (inkomende energie), waardoor ze minder gericht raken op vervulling en tijdens de gemeenschap meer gericht geraken op het ontvangen. Ook hierbij speelt het hart een grote rol.

Op een gegeven moment zal het voor de puber tot een eerste gemeenschap komen. De houding die hun ouders hebben aangenomen in hun eigen seksualiteit is hierbij van groot belang. Hadden ze er plezier in en lieten ze dat ook zien, dan is de gemeenschap voor de puber “normaal” en iets positiefs. Om die reden is het gewenst, dat de vader niet alleen als vader (beschermer) maar ook als man (in de vorm van de mannelijke reguleringsfunctie en richtingsbepaler) zijn kind terzijde staat. De moeder moet op dezelfde wijze beschikbaar zijn als moeder (voeding) en als vrouw (ontvangster).

Bij het ervaren van de geslachtsgemeenschap, is volgens Sexual Grounding het beleven van drie verbindingen belangrijk:

1.       De verbinding tussen hart en geslacht ( intern, voor de eigen geslachten elk met een energiestroom in een eigen richting). Bij de jongen loopt die van zijn geslacht naar zijn hart, bij het meisje van het hart naar haar geslacht.

2.       De verbinding tussen de harten van beide partners (extern, met de vrouw als gevende partij. Gebeurt dit niet dan is er een vorm van hartsverkrachting)

3.       De verbinding tussen de geslachtsorganen (extern, met de man als gevende partij).

Samen vormen deze bewegingen van energie een cirkel. De richting is echter niet absoluut. Een man met veel vrouwelijke energie zal de richting omgedraaid hebben. De vrouw met veel mannelijke energie zal hetzelfde doen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tekening energiestromen

 

Partners van hetzelfde geslacht hebben meestal de energiestroom complementair lopen. Als er een cirkel in energie ontstaat, komt men tot een bewuste uitwisseling van hart- en genitale energie. Er vormt zich een eenheid.

 

 

 

Test, mannelijke of vrouwelijke energie

Probeer iedere vraag zo eerlijk en open mogelijk te beantwoorden. Omcirkel het antwoord wat voor jou het meest waar is of het dichts bij je gevoel zit.

TEST: Stel je bij iedere vraag voor dat je in bed ligt met een gevoelige, seksueel aantrekkelijke partner, waarin je een volledig vertrouwen hebt.

1.       Ik heb liever dat mijn sekspartner:

a)      Lichamelijk sterker is dan ik

b)      Lichamelijk minder sterk is dan ik

c)       Precies even sterk is als ik

2.       Ik heb liever dat mijn sekspartner:

a)      Groter is dan ik

b)      Kleiner is dan ik

c)       Precies even groot is als ik

3.       Hoewel ik houd van afwisseling in bed, heb ik het liefst dat

a)      Ik mij kan overgeven aan mijn partner en dat hij/zij mij seksueel in extase brengt

b)      Ik mijn partner seksueel in extase breng en dat hij/zij zich aan mij geeft

c)       We ons geen van beiden overgeven of in extase worden gebracht

4.       Ik zou me zeer gekwetst voelen als mijn partner tegen me zei:

a)      Je ziet er behoorlijk oud en gerimpeld uit

b)      Je kunt er niks meer van; je hebt je tijd gehad

c)       Jij behandelt vrouwen echter anders dan mannen

5.       Ik raak meer opgewonden als:

a)      Ik de controle kan loslaten en mijn partner seksueel de leiding neemt

b)      Mijn partner de controle opgeeft en ik seksueel de leiding kan nemen

c)       Niemand de controle opgeeft en niemand de leiding heeft

6.       Als ik moest kiezen, dan zou ik het liefst:

a)      Roepingen hebben waaraan ik geen gehoor kan geven, maar wel een diep bevredigende intieme relatie

b)      Niet bevredigende intieme relaties hebben, maar wel roepingen waaraan ik gehoor kan geven

c)       Gedeeltelijk bevredigende intieme relaties hebben en roepingen waaraan ik gedeeltelijk gehoor kan geven

7.       Wanner mijn partner iets doet wat mij werkelijk kwetst, dan:

a)      Sluit ik me emotioneel af

b)      Heb ik de neiging om uit de relatie te stappen, voor die avond of voor lange tijd

c)       Bespreek ik de dingen met mijn partner zonder me af te sluiten of weg te lopen

8.       Welke zin geeft het best weer wat voor soort partner je in je leven hebt gehad?

a)      Mijn partners raakten doorgaans van streek als ik ze aanwijzingen gaf terwijl ze achter het stuur zaten

b)      Mijn partners veranderden doorgaans van mening over onze plannen, op basis van de emoties van het moment

c)       Mijn partners waren doorgaans geode vrienden; we konden goed met elkaar praten en er waren weinig misverstanden

9.       Welke uitspraak is het meest waar?

a)      Mijn partners gingen er dikwijls van uit dat ze overal gelijk in hadden

b)      Mijn partners hebben mij dikwijls verteld dat ik altijd gelijk wil hebben en weinig flexibel ben

c)       Mijn partners en ik hadden zelden een discussie over wie er gelijk had, omdat we zelden conflicten hadden

10.   Ik vind dat mijn partners personen waren die:

a)      Zo geconcentreerd werkten of tv keken, dat ze maar amper oog hadden voor mij

b)      Heel gemakkelijk van de ene taak op de andere overstapten, terwijl ze rustig doorpraatten, al maakten ze iets niet altijd af voordat ze aa iets anders begonnen

c)       Gemakkelijk met mij konden praten terwijl ze tv keken en ook bijna iedere taak afmaakten waar ze aan begonnen.

 

 

 

SCORE:

Als je op de meeste vragen a hebt geantwoord, dan is je seksuele essentie meer vrouwelijk

Als je op de meeste vragen b hebt geantwoord, dan is je seksuele essentie meer mannelijk

Als je op de meeste vragen c hebt geantwoord,  dan is je seksuele essentie meer neutraal.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Intimiteit

 

Naast seksualiteit kennen we ook intimiteit. Ik hanteer hierbij als definitie van intimiteit: “dat diepe gevoel van verbondenheid met iemand anders, waarin beide partners volledig zichzelf kunnen zijn”.

Om duidelijk te maken waar we het hier over hebben, wil ik de intimiteit in 5 hoofdgroepen verdelen:

·         Fysieke intimiteit: deze kent iedereen. De meeste mensen zullen dan meteen aan seks gaan denken, maar ik denk dat intimiteit weliswaar een onderdeel is van bevredigende seks, echter op zich geen seks is. Fysieke intimiteit is ook knuffelen, kussen/zoenen, aanraken, massage en hoe we daar mee omgaan in privé en algemene publiekelijke zin.

·         Spirituele intimiteit: de mate waarin je intiem bent met je eigen spiritualiteit. Of je intiem bent met God, de kosmos etc. of dat je daar weinig mee van doen hebt

·         Intellectuele intimiteit: dit gaat over de mate waarin je kan bespreken wat er in je om gaat. Vaak komen hier zorgen bij, zorgen over de hypotheek, over voeding en andere levensbehoeftes. De mate waarin je hierover kan praten met je omgeving, noemen we intellectuele intimiteit.

·         Sociale intimiteit: alles wat je samen gaat doen. Of dit nu een dagtripje naar Londen is, of samen een huis gaat bouwen. Je maakt beiden hetzelfde mee, hetgeen leidt tot sociale intimiteit

·         Emotionele intimiteit: het delen van emoties met elkaar.

Wat in dit rijtje opvalt, is dat er vaak een factor “delen” en “samen” in voorkomt. Intimiteit doe je dan ook niet alleen. (Hoewel ik hierbij wel een aantekening wil maken, dat je intiem met jezelf kan zijn, maar dan ben je intiem met je Innerlijke Kind. In zekere zin is deze dan ook als die andere te zien).

In de rest van het verhaal heb ik het over de fysieke intimiteit:

Om een intiem relatie op te bouwen (welke vorm dan ook), begint met het ontwikkelen van een besef dat je behoefte hebt aan een intieme relatie. Ben je hier eenmaal van bewust, dan kan je dit delen met je partner. Die op zijn/haar beurt kan zich ook bewust worden van de mate waarin hij/zij intiem wil zijn. Zo verkrijg je samen een doel: een intieme relatie. Dit besef zal dus eerst bewust moeten worden gemaakt. (Voorbeeld: we zien dit bij de Cuddleparty. De mensen hebben  allen een gemeenschappelijk doel: het beleven van knuffelen. Dit schept meteen een band en het doel is ook al duidelijk. De stap naar “ intiem” contact ( is geen seks),  is dan sneller en gemakkelijker gezet).

 

 

 

 

Angst voor intimiteit

 

 

Uit de literatuur komen in ieder geval drie soorten angsten voor intimiteit voor. Let wel, dit zijn allen kindangsten en komen dus voort uit de ervaring die je als kind hebt gehad en die je nu als een soort blauwdruk naar voren haalt als je in een vergelijkbare situatie dreigt terecht te komen:

 

·         De angst om je eigenheid te verliezen. De angst om te versmelten, wat we vaak zien bij mensen met weinig zelfvertrouwen. Men wordt bang om niet meer zichzelf te kunnen zijn en overgeleverd worden aan die andere. Op kindniveau is er in de opvoeding een overeenkomst geleerd tussen intimiteit en wegcijferen.  Er werd niet naar de behoeftes van het kind geluisterd en het kind denkt: Ik kijk wel uit , als ik intiem wordt, dan wordt ik nooit meer gezien. Als gevolg van dit alles is, dat men alleen blijft. En dan ook echt alleen (en eenzaam), omdat ze ook geen intimiteit kunnen aangaan met hun eigen Innerlijke Kind.

·         De angst om zichzelf bloot te geven. En dat bedoel ik hier ook letterlijk. Letterlijk hebben wij van onze ouders geleerd, dat we ons moeten schamen voor ons lichaam en zeker voor onze naaktheid.  Ook figuurlijk willen we ons niet bloot geven, omdat dan al datgene wat we weggestopt hebben en waar we ons voor schamen, dat we dat anders naar voren moeten halen. En dit zal ons het idee geven, dat de andere ons niet meer ziet zitten en af zal wijzen. Uit angst hiervoor houden we onze mond dicht en laten we iemand anders zien dan die we in feite zijn…..

·         De angst om vrijheid te verliezen. Menigeen, en vooral mannen, denken, dat als ze echt intiem zijn, dat ze dan in de klauwen van de andere zijn beland. Vaak zit hier ook weer een blauwdruk uit de jeugdjaren. De jongetjes stonden vaak onder druk van de moeder en hebben deze vrouw leren zien als vijandig en overheersend. En dit willen ze niet meer en nemen daarom afstand. Het gevolg is, dat ze het zoete van een relatie niet meer ervaren en zich niet meer aan één vrouw willen binden.  Dit zijn het soort mannen die van de ene vrouw naar de andere vliegen. Een mogelijke oplossing is dan ook, dat deze mannen steun gaan vinden bij andere mannen in bijvoorbeeld mannenwerkgroepen. Ze leren dan de steun kennen en leren de richting waarin ze een relatie vorm kunnen geven. Hun hart zal dan open gaan en de kans dat ze dan voor één vrouw vallen is groter. (Zie ook boven± Sexual Grounding).

 

In de PRI wordt er als onderdeel van de afweermechanismen de Valse-Macht-ontkenning gezien. In deze vorm, die vaak bij mannen voorkomt, is er sprake van een mechanisme, dat de man de ander op afstand houdt met de woorden: “Nee hoor, aan mij mankeert niets, het ligt allemaal aan de anderen”. Op zich kunnen deze mannen als erg positief en gemakkelijk over komen. Echter op het moment dat er een partner in hun leven komt, wordt de verbinding met hun hart geblokkeerd. Ze maken geen hartscontact. Het gevolg is dan ook dat ze niet lang een gelijkwaardige relatie aan kunnen gaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blokkades in intieme energieuitwisseling

Vaak hoor je, dat onder intimiteit, vertrouwen wordt genoemd. Ik stel hier echter, dat intimiteit en onderdeel van vertrouwen is. Als we iemand vertrouwen, dan is hier sprake van:

·         Geloofwaardigheid

·         Betrokkenheid

·         Intimiteit

Hebben we een intiem contact met iemand en is er een vertrouwen, dan zien we dit aan de manier van vrijen en aan de manier van oogcontact.  Jan den Boer beschrijft in zijn boek: “Het is tijd voor een liefdesrevolutie” een onderzoek naar vrijende mensen. Er was een film, waarin vrijende mensen getoond werden, althans alleen hun gezichten. Quote: “Bij het begin van het vrijen waren de stellen zacht, liefdevol en in contact met elkaar. Naarmate het vrijen heftiger werd, zag je dat de gezichten meer in zichzelf gekeerd werden, tot tegen het einde en bij het orgasme de gezichten een verwrongen, soms pijnlijke en totaal in zichzelf gekeerde uitdrukking hadden. Twee mensen die hun eigen ding aan het doen waren. Na het orgasme was het contact veelal verbroken ( dit is het beruchte moment waarop met name mannen dikwijls in slaap vallen).” (pag 23).

 

 

 

 

 

 

 

Oxytocine

 

En juist in dit verhaal komen de rollen van de diverse hormonen in ons lijf aan de orde. Oxytocine bespreek ik hier wat uitgebreider, omdat dit vaak een rol speelt binnen het Innerlijke Kindwerk.

Oxytocine geeft een relatief zwakke prikkel aan het lichaam. Oxytocine is vooral werkzaam in de hechting tussen moeder en kind. Oxytocine kan ook werkzaam zijn in de hechting tussen de partners, maar is daar relatief zwak. Dit betekent, dat het voor paren van belang is om gevoelig te worden voor de werking van oxytocine. Concreet betekent dit het cultiveren van knuffelgedrag en het activeren van subtiele zintuiglijke ervaringen en die met elkaar delen. Als iemand gewend is aan steeds heftiger vormen van seksualiteit is het niet gemakkelijk een zachtere vorm te leren. Ze zullen dan eerst zichzelf moeten onthouden en aan de symptomen ervan het hoofd beiden. Pas als dit stadium gepasseerd is, kan er ruimte ontstaan voor nieuwe, subtielere prikkels. Voor de ervaring van intimiteit zijn subtiele prikkels juist van groot belang.

Intieme partners zijn kwetsbaar. Intimiteit is de gedeelde ervaring, waarin de verbinding ontstaat. Het hormoon dat hiermee samengaat is weer die oxytocine, wat de betrokken persoon toegankelijk maakt voor de prikkels van de partner. Juist deze gevoeligheid leidt tot de exclusieve toegankelijkheid van een specifiek soort prikkel die voorbehouden zijn aan die intieme relatie en leidt zodoende tot een langdurige liefdesverbinding in een monogame relatie. Uit dierexperimenteel onderzoek is bij muizen aangetoond, dat hoe hoger het oxytocine gehalte, hoe monogamer de muizen waren. Is het oxytocine gehalte laag, dan worden ze polygaam.

Echter, onze natuur is niet monogaam. (Helaas beste mensen, van nature willen we onze genen verspreiden en dat leidt tot polygamie). Niet voor niets blijkt dat 50 –80 % van de mannen en vrouwen één of meerdere keren vreemd te zijn gegaan in hun huwelijk. Toch is er hoop: een manier van vrijen waarbij veel oxytocine vrij komt leidt tot meer monogamie. Echter dit is niet onze cultuur. Het vereist dus een cultiveren van onze seksualiteit en een training. Het gevolg hiervan is, dat je liefde en seks langdurig in een relatie kan verbinden. Er ontstaat dan een zachte, helende vorm van doorvoelde seks, die niet gericht is op een traditioneel organisme. Het is dan dus niet doelgericht. Het Innerlijke Kind zal hier een veel grotere rol gaan spelen. Immers, hebben we niet allen een heimelijk gevoel, dat we gekoesterd willen worden, gestreeld willen worden, aangeraakt willen worden en niet gericht op onze genitaliën, maar op ons persoon, het wezen die we zijn?  Het blijkt dan ook, dat je een bevrediging kan ervaren van je gevoelens, zonder dat er een orgasme hoeft plaats te vinden. Het doel is er uit en de weg waarop we lopen wordt het genieten. Je zet de seksuele energie in, om in contact te blijven, je gebruikt de seksuele energie om intiem te zijn, echter zonder gerichte seksualiteit. De intimiteit ontstaat als vanzelf als je je open stelt voor  de subtiele prikkels van je partner. Je bent dan niet meer op zoek naar bevrediging van je eigen behoefte, je bent nieuwsgierig naar wat je partner je gaat tonen. Waarbij je als vanzelfsprekend een niet-veroordelende houding aanneemt.

 

 

OEFENING: GA TEGENOVER ELKAAR STAAN OP ONGEVEER TWEE METER AFSTAND. ZEG NIETS EN NEEM DE TIJD OM TE VOELEN WAT VOOR JULLIE DE JUISTE AFSTAND IS OP DIT MOMENT. DAT KAN JE ONTDEKKEN DOOR IN BEWEGING TE KOMEN, NAAR ELKAAR TOE TE LOPEN OF AFSTAND TE NEMEN, NET ZO LANG TOT ER DIE VORM EN AFSTAND ONTSTAAT,W AARIN JE ALLEBEI ECHT CONTACT KUNT VOELEN. VERVOLGENS WORDT JE JE BEWUST OF JE LIJFELIJK DE NEIGING HEBT OM UIT TE REIKEN OF AF TE HOUDEN. ONDERZOEK HOE DIT EEN ROL SPEELT IN JE LEVEN EN RELATIES. ZOEK DAN EEN HOUDING VAN OPEN NIEUWSGIERIGHEID, EEN HOUDING WAARIN DE NEIGING VAN AFHOUDEN OF UITREIKEN WEGVALT. VOEL WAT DAT MET JE DOET.

RAAK DAN MET JE HAND HET LICHAAM VAN DE ANDER AAN (vraag toestemming). ONDERZOEK HET VERSCHIL TUSSEN DOELGERICHT AANRAKEN EN DE ONTSPANNEN AANRAKING. WACHT AF TOT ER IETS GEZAMENLIJKS ONTSTAAT.

 

 

Niet praten maar doen: tantra

 

 

Voor velen is tantra een onbewandeld braakliggend terrein. Het voert hier nu ook te ver dit helemaal uit te diepen. Eén van de kenmerken van tantra is het in contact zijn met  jezelf en met elkaar. Jan den Boer beschrijft een tantrische oefening die ik jullie niet wil onthouden. Het gaat over het erkennen van verschil in verlangen en toch in contact zijn :

(Citaat): Als bijvoorbeeld (heel traditioneel) de man seksueel opgewonden is en de vrouw behoefte heeft aan liefdevolle intimiteit en een gesprek, kun je naakt bij elkaar gaan liggen. De man legt zijn hand op het hart van de vrouw en erkent daarmee haar verlangen. De vrouw legt haar hand op het geslacht van de man en erkent zijn verlangen. Beiden doen verder niets, maar ontspannen in het contact en genieten van hun verlangen (Remke: zie hier het verschil met hoe we het normaal doen. Dan is er doelgerichtheid, hier is er al sprake van het genieten van de weg er naar toe) Vervolgens kijk je nieuwsgierig wat er gaat gebeuren. Misschien val je in slaap en word je wat later allebei opgewonden wakker. Misschien ontstaat een zachte beweging en wat later weer een gesprek. Het belangrijkste is dat je niets forceert en alles heel traag en langzaam doet.(einde citaat pag. 148: Het is tijd voor een liefdesrevolutie).

In de huidige tijd zit er veel mannelijke energie op de seksualiteit. We moeten presteren. Vragen als: hoe vaak doen jullie het, duiden duidelijk op een doel. Internet staat klaar voor de snelle bevrediging etc. Maar bij dit alles is er geen liefde, is er geen gevoel, is er geen contact. Ik wil dan ook pleiten voor een bewuster worden van onze seksualiteit. Een bewuster bezig zijn met elkaar in plaats van op jezelf gericht te zijn met je eigen behoeftebevrediging. Hier is het contact, de intimiteit van wezenlijk belang. Dat we meer in ons gevoel gaan zitten, dat we gaan genieten van de weg er naartoe en dat het doel op zich niet van belang is. Seksualiteit heeft wat mij betreft te maken met de liefde. En die liefde en seksualiteit kunnen niet zonder intimitiet. Intimitiet op een vrouwelijke basis van zachtheid en openheid. Het samen met je partner onderzoeken naar de weg die je beiden voldoening geeft (let wel, kan dus heel goed zonder orgasme). Op deze manier is er verbinding, op deze manier stroomt de mannelijke en vrouwelijke energie binnen in je en buiten je om via je partner. (Zie tekening hierboven Sexual Grounding). Op die manier is er een eenheid, een één wording.  Op die manier bewandelen we een weg die we jaren lang vol kunnen houden, zonder dat de sleur zijn intrede doet.

Veel van die behoeftes komen weer voort vanuit het Innerlijke Kind, het kind in ons wat vroeger onbevangen stond tegenover lichamelijkheid en intimitiet. Laten we luisteren naar dit kind en de vrijheid van intimitiet en contact weer ervaren.

 

 

 

 

 

 



 

 


© 2019 Het innerlijke kind - realisatie: BMT Media